of 59082 LinkedIn

Recht op verzet?

Huub Linthorst 1 reactie

Rechtsfilosoof Maurice Adams breekt in Binnenlands Bestuur van 7 juni jl. een lans voor het creëren van een recht van verzet van ambtenaren tegen plannetjes die in vergaderzalen in overheidsgebouwen worden gesmeed, die in strijd zijn met erkende uitgangspunten van de democratische rechtsstaat, in het bijzonder schending van fundamentele rechten van burgers, zonder dat dit rechtspositionele gevolgen heeft. Dat zo’n expliciet recht er nu niet is ziet Adams als een leemte.

Niet alleen bezien vanuit de belangen van de ambtenaar, maar ook in het belang van de rechtsstaat. Adams kent namelijk aan ambtenaren een cruciale rol toe in de verdediging daarvan.

Ik stel daartegenover dat er gelukkig ook nog wel wat andere instituties zijn, die zo’n cruciale rol vervullen. De rechter voorop. Daarnaast, als het gaat om wetgeving, is er ook de adviesrol van de Raad van State. Het voordeel van de rollen die zij spelen is, dat het in de openbaarheid gebeurt. Dat maakt dat hùn verzet heel wat effectiever kan zijn dan dat van ambtenaren. Die kunnen ook zonder een expliciet recht op verzet nu ook wel wat, maar het zal normaliter binnenskamers blijven.

Om te beginnen kan een ambtenaar in zo’n vergaderzaal natuurlijk gewoon zijn mond open doen. Maar ja, het is inderdaad mogelijk dat hij het pleit verliest. Dan zou hij kunnen weigeren om mee te werken aan het vormgeven of uitvoeren van het beleid. Dat hoeft niet per se rechtspositionele gevolgen te hebben. Hem kan ander werk worden opgedragen. Als de ambtenaar zich beroept op een gewetensbezwaar, zal de werkgever daar serieus naar moeten kijken, voordat ontslag aan de orde kan komen. Waarom de ambtenaar géén beroep zou kunnen doen op een gewetensbezwaar, zoals Adams suggereert, is mij een raadsel. Zelf spreekt hij over een ambtenaar die “weerstand voelt”.

Dat is inderdaad wat slapjes. Maar komaan, het gaat hier om een aantasting van de democratische rechtsstaat. Dan mag een weigering om daaraan mee te werken best een gewetensbezwaar worden genoemd. En dat zal vrijwel altijd gemakkelijk opgelost kunnen worden door het betrokken werk aan een andere ambtenaar op te dragen; en aan de weigerambtenaar andere klussen te geven.

Er zal immers niet gauw een ambtelijke functie zijn die voortdurend volledig bestaat uit aantastingen van de rechtsstaat. En als de problemen tóch zo structureel zouden zijn, zie ik niet in waarom dit geen ‘misstand’ zou zijn in de zin van de Wet Huis voor klokkenluiders. Dan wordt het rapport erover ten minste openbaar.

Huub Linthorst (voormalig directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van Economische Zaken en auteur van de “Proeve van een verbeterde Grondwet”)  

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Maurice Adams (hoogleraar Encyclopedie van het recht, Tilburg Law School) op
De heer Huub Linthorst dank ik voor zijn brief (23 juni), waarin hij commentaar levert op het interview met mij in Binnenlands Bestuur (7 juni). Graag reageer ik op zijn bemerkingen en bedenkingen.Terzijde vermeld ik dat het interview voortkwam uit een artikel van mijn hand in het Nederlands Juristenblad (3 mei). Welke mogelijkheden hebben ambtenaren, die worden geconfronteerd met (voorgenomen) beleid dat in strijd (b)lijkt met erkende uitgangspunten van de democratische rechtsstaat (i.c. schending van fundamentele rechten van anderen) om in verzet te komen? Dat is daarin de vraag die in het interview en het artikel centraal stond. Het artikel gaat tevens in op de wisselwerking tussen de bestaande regelingen dienaangaande en de op 1 januari in werking te treden Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra). Linthorst is als wetgevingsambtenaar intensief bij de totstandkoming van de Wnra betrokken geweest, en ziet de publicatie ervan in het Staatsblad als het hoogtepunt van zijn carrière (zie het tijdschrift Mr. van 15 oktober 2018).

Volgens Linthorst heb ik ten eerste geen oog voor andere mogelijkheden om bezwaar te uiten, anders dan door ambtenaren. In het artikel in het Nederlands Juristenblad betoog ik echter uitdrukkelijk dat de mogelijkheid tot verzet van ambtenaren niet op zichzelf staat. Het is veeleer onderdeel van een ruimer ontwikkeld systeem van checks and balances, waarvan openbaarheid een belangrijk onderdeel is. Akkoord met Linthorst.

In tegenstelling tot wat Linthorst schrijft, erken ik, ten tweede, dat de ambtenaar beroep kan doen op gewetensbezwaren. Wel goed om te vermelden is dat ik het in het artikel én interview niet heb over gewetensbezwaren in de traditionele betekenis van dat woord. Dat wil zeggen: persoonlijke gewetensbezwaren (vandaar dat ik de term verzet gebruik). Ook erken ik dat de ambtenaar kan worden overgeplaatst. Alleen meen ik, en daar lijken we van inzicht te verschillen, dat dit niet voldoende kan zijn. In ieder geval is niet zo duidelijk wat de reikwijdte van de bestaande regelingen is.

Tenslotte is de Wet huis klokkenluiders, in tegenstelling tot wat Linthorst schrijft, niet geschreven voor het aankaarten van beleidsvoornemens van de overheid. Die Wet gaat veeleer over misstanden als corruptie, fraude, nalatigheid, machtsmisbruik. Linthorst lijkt er bovendien aan voorbij te gaan dat er tussen de Wnra en het volatiele (privaatrechtelijke) ontslagrecht een wisselwerking bestaat, waarvan de uitkomst nog ongewis is. Ook dat lijkt me voldoende reden om aandacht voor de rechtspositie van ambtenaren te vragen.