of 59281 LinkedIn

Nieuwe kwesties vragen om ontspannen benadering

Zeger van der Wal Reageer

Technologisering, individualisering, globalisering en toenemende politieke fragmentatie en polarisatie vereisen veelzijdig vakmanschap van ambtenaren en bestuurders, die uiteenlopende, soms tegenstrijdige rollen en competenties moeten beheersen. Deze trends hebben ook implicaties voor integriteit, de wijze waarop integriteitskwesties zich manifesteren en hoe ze worden beoordeeld door diverse scheidsrechters. Welke kwesties gaan in de nabije toekomst de agenda bepalen en wat zijn de implicaties voor publieke functionarissen?

Technologie en nieuwe media vervagen de grenzen tussen de publieke en private sfeer, met implicaties voor omgangsvormen en uitingen en de vrijheid van meningsuiting voor publieke functionarissen. Toenemende diversiteit en de weerstand die dat ook kan oproepen, leiden tot spanningen op het gebied van neutraliteit en omgangsvormen, en meer complexiteit en gelaagdheid aangaande cultuur, loyaliteit, identiteit en veiligheid. Het grootschalige gebruik van data en kunstmatige intelligentie creëert nieuwe vragen rondom privacy, consumentenbescherming en “data inequality”. Steeds horizontaler opererend bestuur zal tot slot nieuwe kwesties creëren op het snijvlak van overheid, bedrijfsleven en middenveld waarbij niet altijd duidelijk zal zijn welke partner ook alweer waar verantwoordelijk voor was. 

 

Boeiende en ongemakkelijke vragen liggen dus voor. Eenvoudig was het de afgelopen decennia ook al niet. Tegelijkertijd laten studies zien dat we ook als samenleving steeds strenger en strikter worden. Daarbij maken we ons regelmatig schuldig aan ‘integritisme’ – het oprekken of ten onrechte bezigen van het integriteitslabel. Nieuwe technologieën en een steeds horizontaler opererend bestuur vergroten ook de mogelijkheden voor burgers, (zelfverklaarde) journalisten en politieke opponenten om informatie te delen, privégedrag te openbaren en kwesties in no-time op te blazen.

 

Dit alles roept de vraag op wat voor beleid en leiderschap de komende jaren gewenst en effectief zijn. Moeten we immer meer regels, codes en beleid formuleren? Of komt er een tegenbeweging van politici en ambtenaren die de moed vatten om media en opportunisten van repliek te dienen wanneer zij te snel of onterecht de integriteitskaart trekken? Ontstaat er een kritische massa die de diverse scheidsrechters heropvoedt door veel scherper onderscheid te maken tussen grote morele vraagstukken – structureel machtsbederf, grootschalige misleiding en bewust gecreëerde vooroordelen en ongelijkheid – en ‘boekhouderskwesties’ – eenmalige, wellicht niet intentionele, kleinschalige overschrijdingen van het voorgeschreven bedrag voor een fles wijn? 

 

Tegelijkertijd is het duidelijk dat beschreven trends en vragen ook up-to-date beleid en regelgeving vereisen. Adequate informatiebeveiliging in horizontale en globale contexten, kaders voor het gebruik van nieuwe media en technologische tools tijdens en buiten werktijd, en duidelijke stellingname over de balans tussen diversiteit en inclusiviteit en de neutraliteit, onpartijdigheid en het seculiere karakter van ons openbaar bestuur, zijn ook cruciaal. Het gaat dan overigens niet alleen om nieuwe wetten en regels, maar juist ook om nieuwe competenties, vaardigheden en (technische) specialismen.

 

Natuurlijk zijn de geïdentificeerde spanningsvelden lang niet altijd in gedragscodes te vangen. Voortdurende bespreekbaarheid is belangrijk en codes kunnen daarbij een prima vehikel zijn, maar dan als procestool voor continue aanscherping in plaats van statisch eindproduct en papieren tijger. Frequente en open gesprekken over integriteitskwesties zouden moeten leiden tot nieuwe en informele maar wel collectief gedragen normen in organisaties: ‘zo doen we het van nu af aan’. Anders ziet niemand dat de met de mond beleden normen ook worden nageleefd. Dit is een kernelement van ethisch leiderschap.

 

De aandacht voor incidenten neemt toe, terwijl het empirisch gezien in ons land niet ‘erger’ lijkt dan tien of twintig jaar geleden. Het glazen huis voor ambtenaren en bestuurders bestaat nu zowel fysiek als online en ook nog eens 24/7. Integriteit wordt, zeker rondom verkiezingen, ook ingezet als politiek wapen. Bovendien worden gedragingen die twintig jaar geleden nog door de beugel konden, nu politiek en juridisch afgestraft. Beleid en wetgeving lopen per definitie altijd achter bij de zogeheten moresprudentie die daarmee ontstaat. Normverschuiving heeft positieve kanten, zoals we hebben gezien in de #metoo-discussie, maar kan vervolgens ook weer doorslaan. Laten we de komende jaren daarom waken voor al te opportunistische moraalridderij en bij twijfel bestuurders en ambtenaren ook een tweede kans gunnen.

 

Zeger van der Wal, bijzonder hoogleraar Ien Dales Leerstoel van de Universiteit Leiden en het CAOP

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.