of 63966 LinkedIn

Grensoverschrijdend gedrag in de politiek is te voorkomen

Laura Adèr en Marie-Anne van Reijen Reageer

Dat ook de politiek niet gevrijwaard is van #metoo schandalen is, is de afgelopen maanden pijnlijk duidelijk geworden. Terwijl de roep om meer vrouwen in de politiek onverminderd doorgaat. Maar dan moet de politieke werkvloer wel veilig zijn voor deze vrouwen. Naast dat grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer voorkomen moet worden, is het belangrijk dat de juiste structuur en cultuur aanwezig is om er adequaat op te reageren. Op dat gebied heeft de politiek nog een lange weg te gaan. Op dit moment vinden de selectiegesprekken plaats voor nieuwe kandidaat-gemeenteraadsleden. Dit biedt politieke partijen een mooie gelegenheid om echt werk te maken van het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag.

Politieke partijen missen de structuur om adequaat te reageren op grensoverschrijdend gedrag. Die begint met een gedragscode en het aanwijzen van een vertrouwenspersoon. Soms is wel een (lokale) vertrouwenspersoon aangesteld maar ontbreekt het aan een duidelijk mandaat waarin is vastgelegd wat de taken en bevoegdheden van deze persoon zijn. Of er is geen uitgewerkte procedure voor het maken en opvolgen van meldingen. Een vertrouwenspersoon van een gemeente of provincie is meestal niet toegankelijk voor een volksvertegenwoordiger omdat deze formeel in dienst is bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Het ‘ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur’ voor raadsleden die te maken krijgen met intimidatie of agressie is relatief onbekend. Bovendien staat dit team ver af van lokale volksvertegenwoordigers, waardoor de drempel om hier hulp in te schakelen hoog is.

 

Een gedragscode is een tweede knelpunt voor politieke partijen. In veel gevallen hebben gemeenten en provincies een gedragscode voor hun volksvertegenwoordiging, maar ligt de nadruk op integriteit, zoals het wel of niet aannemen van giften, en niet op seksuele of anders discriminerende intimidatie. Hoewel de meeste partijen op landelijk niveau wel een gedragscode hebben is deze óf niet goed te vinden óf niet bekend bij leden en lokale politici. Ook is de gedragscode geen verplicht onderdeel bij het vormen van nieuwe fracties. In de praktijk blijft zo’n gedragscode dus een ‘dood’ document.

 

Bovendien biedt de politieke cultuur weinig ruimte om je uit te spreken tegen grensoverschrijdend gedrag. Het idee bestaat dat de politiek nu eenmaal een harde wereld is en als je daar niet tegen kunt, hoor je niet thuis in de politiek. Voor degene die het overkomt voelt zich uitspreken ook als ‘niet loyaal zijn aan de partij’. Of lijkt het of je problemen alleen binnen de partij kunt bespreken. Maar dat is juist lastig, bijvoorbeeld uit angst voor repercussies. Mensen die politiek actief zijn werken jarenlang aan hun politieke carrière en willen die niet op het spel zetten.

 

Een veilige werkomgeving waarin je je uit kunt spreken tegen grensoverschrijdend gedrag houdt in dat er beleid en protocollen zijn waar bekendheid aan wordt gegeven en dat er gesproken wordt over welk gedrag wel en niet acceptabel is. In deze cultuur worden diversiteit en inclusie verwelkomd en gewaardeerd; er is ruimte voor andere ideeën, opvattingen en ervaringen. Werknemers voelen zich veilig en gesteund om anderen verantwoordelijk te houden voor ongewenst gedrag, ook in de top van de partij.

 

Om deze veilige werkomgeving te garanderen en grensoverschrijdend gedrag in de politiek te voorkomen stellen Fairspace en Meer Vrouwen in de Politiek een aantal concrete oplossingen voor.

In de eerste plaats moet elke gemeenteraad, provinciale staten en waterschap een onafhankelijke en toegankelijke vertrouwenspersoon aanwijzen en hier duidelijk over communiceren aan de fracties en volksvertegenwoordigers aan het begin van een nieuwe termijn. Voor leden van partijen moet er ook een onafhankelijke vertrouwenspersoon zijn. Beide vertrouwenspersonen moeten onafhankelijk kunnen opereren, en stevig genoeg zijn om een fractie of bestuur te overtuigen om in te grijpen, wanneer nodig. Maak het bespreken van de gedragscode een standaard bij de introductie binnen een partij voor nieuwe leden, bij sollicitatieprocedures voor alle functies binnen de partij (inclusief stagiaires) en voor kandidaat-volksvertegenwoordigers. Politieke partijen vragen kandidaat-volksvertegenwoordigers nu alleen nog om een integriteitsverklaring en een VOG, maar dat is niet voldoende om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. Wanneer je het gesprek hierover incorporeert in de sollicitatieprocedure, kun je expliciet toetsen in hoeverre de kandidaat bijdraagt aan een veilige werkomgeving en zich bewust is van grensoverschrijdend gedrag.

 

Vervolgens is het belangrijk dat elke fractie aan het begin van een termijn haar eigen gedragscode opstelt of de partij-brede gedragscode bespreekt. Wanneer je dit aan het begin van een nieuwe termijn doet, voer je automatisch het gesprek met elkaar: hoe gaan we met elkaar om? Welk gedrag vinden we wel en niet acceptabel? Elke nieuwe lichting volksvertegenwoordigers wordt geïnformeerd over het bestaande beleid en protocol voor het maken en opvolgen van meldingen van grensoverschrijdend gedrag. Er wordt een bijeenkomst belegd met de onafhankelijke vertrouwenspersoon zodat er een eerste kennismaking heeft plaatsgevonden, wat drempelverlagend werkt. Om zicht te houden op de veiligheid binnen de partij is belangrijk om iedere twee jaar een onafhankelijke audit te laten uitvoeren naar de sociale veiligheid.

 

Als laatste en wellicht belangrijkste: wanneer er een melding wordt gedaan over grensoverschrijdend gedrag wordt dit adequaat opgepakt, waarbij het welzijn en de behoeften van de persoon die de melding maakt voorop staan. Dit betekent dat privacy en grenzen gerespecteerd worden, dat gesprekken op een veilige en niet-oordelende manier worden gevoerd, dat de persoon die de melding maakt goed geïnformeerd blijft bij iedere volgende stap in de procedure en dat wordt doorgepakt tot het probleem is opgelost in de ervaring van de melder. Met deze maatregelen kunnen politieke partijen een grote stap vooruit zetten om grensoverschrijdend gedrag in de politiek tegen te gaan en te voorkomen.

 

Laura Adèr is mede-oprichter van Fairspace

Marie-Anne van Reijen is oprichter van Meer Vrouwen in de Politiek

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.