of 60831 LinkedIn

Ziek zijn en toch met de auto op vakantie

Een ambtenaar van het ministerie van Financiën was chronisch ziek. Tijdens haar re-integratie kon ze met de taxi naar het werk, maar zelfs dat was te zwaar. Werd haar vakantieverlof (met de auto naar Kroatië) desondanks goedgekeurd?

Een ambtenaar van het ministerie van Financiën was chronisch ziek. Tijdens haar re-integratie kon ze met de taxi naar het werk, maar zelfs dat was te zwaar. Werd haar vakantieverlof (met de auto naar Kroatië) desondanks goedgekeurd?

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Echt goed gaat het niet met Jutta Boorman*, ambtenaar bij het ministerie van Financiën, tevens MS-patiënt. Eind februari 2016 meldt ze zich ziek, direct na haar bevallingsverlof. De bedrijfsarts adviseert dat ze een uurtje per dag thuis kan werken, zonder werkdruk – zoals mailtjes afhandelen. Daarna kan ze voorzichtig op kantoor aan de slag. Met de taxi, dat bespaart haar energie en de werkgever betaalt die ritjes. Overigens vindt de bedrijfsarts ook dat Boorman te veel bezig is met haar ziekte en de beperkingen, en onvoldoende openstaat voor wat zij wel kan. Er zijn ‘benutbare mogelijkheden’. In mei werkt Boorman één halve dag en meldt zich daarna ziek. Omdat het UWV oordeelt dat Boormans werk ‘passend’ is, krijgt ze een dienstopdracht: kom werken. Daartegen maakt ze bezwaar, maar tevergeefs: de rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep stellen de werkgever in het gelijk.

Daarmee is het conflict met de werkgever niet beëindigd. In juni 2016, tijdens de re-integratie, laat Boorman weten dat ze in juli twee weken vakantieverlof wil opnemen. Ze wil met haar echtgenoot met de auto naar Kroatië. De accommodatie was al begin 2016 geboekt.

Een week na de verlofaanvraag meldt Boorman zich weer ziek. Zelfs de taxiritjes bieden geen uitkomst. In een gesprek dat daarop volgt uit de leidinggevende twijfels of de vakantie wel in het belang is van de re-integratie. Met de taxi naar het werk kan niet maar wél met de auto naar Kroatië?

De bedrijfsarts laat weten dat er een behandelingsprogramma in een revalidatiecentrum komt, maar dat zou dan worden onderbroken door de vakantie. Dat vindt hij een ‘weinig adequaat herstelgedrag’. Ondertussen heeft de revalidatiearts wél toestemming gegeven voor de vakantie omdat het revalidatieprogramma met twee weken kan worden opgeschoven. Toch wijst de staatssecretaris Boormans verlofverzoek af. Hij vindt het onwenselijk dat zij het ingezette re-integratietraject onderbreekt, waardoor het herstel mogelijk in gevaar komt. Boorman tekent vergeefs bezwaar aan en gaat dan in beroep bij de rechtbank. Omdat zij zelf heeft aangegeven dat haar gezondheidstoestand zo slecht is dat ze niet kan werken, mag de verlofaanvraag worden afgewezen, zeker nu aan haar op een later moment wel vakantieverlof is verleend. Boorman gaan in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep wijst in zijn uitspraak van 23 mei 2019 op het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR): de ambtenaar is vrij te bepalen wanneer hij vakantie opneemt, voor zover de belangen van de dienst zich daartegen niet verzetten. Ook kan de ambtenaar die door ziekte niet kan werken toch vakantie opnemen. De bedrijfsarts had níet gezegd dat de Kroatiëreis medisch gezien onverantwoord is. De neuroloog vond juist dat deze vakantie stress en klachten van Boorman zou kunnen verminderen.

De huisarts wil de vakantie in medisch opzicht juist aanbevelen, zeker nu het revalidatietraject kan worden opgeschoven. De Raad plaatst het ‘zwaarwegende belang’ van Boorman (de jaarlijkse vakantie) tegenover het minder zwaarwegende belangen van de dienst, en keurt het vakantieverlof alsnog goed. Omdat de vakantie door de aanvankelijke weigering was geannuleerd, moet de staatssecretaris de schade (de geboekte accommodatie) van 910 euro vergoeden.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2019:3485

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.