of 59345 LinkedIn

Vrouwen verdringen hun mannelijke collega’s

Nog vijf jaar en bij gemeenten werken meer vrouwen dan mannen. Het omslagpunt wordt bereikt als de huidige ontwikkeling doorzet.
Hans Bekkers 3 reacties
Nog vijf jaar en bij gemeenten werken meer vrouwen dan mannen. Het omslagpunt wordt bereikt als de huidige ontwikkeling doorzet.

Uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2008 blijkt dat het aantal vrouwelijke ambtenaren in gemeentelijke dienst vorig jaar met iets meer dan 3 procent is toegenomen tot 80.620.

 

Waar er ruim tweeduizend vrouwen bijkwamen, slonk het mannelijk aandeel met ongeveer eenzelfde aantal. In vijf jaar tijd is het aantal vrouwen met bijna 5 procent toegenomen. Daartegenover daalde het aantal mannen sinds 2004 met bijna 15 procent.

 

Volgens Fred Jansen van het A+O fonds Gemeenten, opdrachtgever van het onderzoek, zet die grote uitstroom van mannen de komende jaren misschien zelfs nog wel versneld door. ‘Als je de leeftijdsopbouwcurve bij gemeenten ziet, is er aan de vrouwelijke zijde sprake van een normaalverdeling. Bij de mannelijke helft van de curve zie je echter een hele grote bult linksboven: dat is de groep ouderen die op het punt van uitstromen staat’, zegt hij. Daar staat bovendien tegenover dat de instroom van vrouwen op de totale instroom sinds twee jaar bij gemeenten groter is dan die van mannen.

 

Opmars

 

Vooral bij gemeenten met meer dan 20.000 inwoners zijn meer vrouwen aangenomen. Het aandeel vrouwen in de gemeentelijke bezetting bedroeg eind 2008 bijna 45 procent. Daarmee ‘verslaat’ de sector zowel het Rijk als de provincies. Bij deze overheidslagen bedraagt het vrouwelijk aandeel in de totale bezetting respectievelijk 42 en 37 procent.

 

Een verklaring voor de opmars van vrouwen in de ambtelijke gelederen is volgens Jansen dat de overheid een aantrekkelijke werkgever voor ze is. ‘Uit eerder A+O onderzoek – Komen, gaan en blijven – komt naar voren dat het werk er beter te combineren is met de zorg dan in de marktsector. Dat spreekt met name vrouwen aan’, zegt hij.

 

Naarmate de omvang van de gemeenten toeneemt, daalt overigens over het algemeen het aandeel vrouwen in de bezetting. Zo is het aandeel vrouwen bij gemeenten met minder dan 10.000 inwoners 47 procent, terwijl dit bij de G4 ruim 43 procent is. Het aandeel vrouwen bij de G4 neemt volgens de Personeelmonitor wel toe: in 2007 was dat aandeel nog maar 41 procent groot.

 

Chefs

 

Het aandeel vrouwelijke leidinggevenden bij gemeenten is in 2008 toegenomen tot iets meer dan 26 procent. ‘Het gaat relatief snel’, aldus Jansen. ‘Vijf jaar geleden was het nog één op de vijf.’ De meeste vrouwelijke chefs zijn te vinden in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag. In deze grote gemeenten is zelfs bijna één op de drie leidinggevenden vrouw.

 

Bij de kleinste gemeenten – die met minder dan 10.000 inwoners – is dat overigens slechts één op de acht. De snelle en voortdurende stijging van het aantal vrouwelijke managers heeft volgens Fred Jansen weinig te maken met positieve discriminatie. Krap 20 procent van alle gemeenten voert een diversiteitsbeleid. ‘Het leidt een sluimerend bestaan,’ zegt hij. ‘Waar de groei van het aantal vrouwelijke leidinggevenden veel meer mee samenhangt, is het natuurlijke proces. Ik bedoel, naarmate er meer vrouwen in de totale bezetting ambtenaar zijn, is het redelijk voorstelbaar dat er geleidelijk aan ook meer vrouwen op leidinggevende posten terechtkomen. Ook die ontwikkeling zet naar mijn verwachting de komende jaren door.’

 

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Anne Hofstede op
Wat een suffe kop, ‘Vrouwen verdringen hun mannelijke collega’s’. Wat zijn namelijk de feiten in het artikel: nog steeds is minder dan de helft van de werknemers bij de overheid vrouw. Bij provincies is het zelfs slechts 37 procent. Onder de leidinggevenden is zelfs maar één op de vier een vrouw (jammer trouwens dat alleen de leidinggevenden in gemeenten onderzocht zijn).

De kop zou dus ook heel anders kunnen klinken, zonder het negatief geladen ‘verdringen’. ‘Vrouwen lopen gestaag hun achterstand in’, bijvoorbeeld. Of: ‘Leidinggevende nog steeds meestal een man’. Deze kop is tendentieus, net als de illustratie overigens, waarbij het mannetje maar ietsje groter wordt afgebeeld dan het vrouwtje (sic), terwijl om de verhoudingen correct te illustreren, het mannetje flink boven het vrouwtje uit had moeten torenen.

Woordkeuze in de media kan niet makkelijk onderschat worden als het gaat om het beïnvloeden van het beeld dat lezers van de werkelijkheid hebben. Een grote verantwoordelijkheid.
Door Stefan Pasma (adviseur) op
Neem dit onderzoek met flink een korreltje zout; de verdeling van mannen en vrouwen over de gemeentelijke organisatie is nog wel erg scheef. Bij de dienst openbare werken werkt vrijwel nog geen enkele vrouw in de buitendienst (bijv. vuilnisophaaldienst of de plantsoenen). De situatie is in bijv. Scandinavische landen al een stuk beter.
Door Michèle de la Rie (Communicatieadviseur) op
Van 'verdringen' is volgens mij pas sprake als het percentage vrouwen in dienst bij een gemeente onevenredig hoog zou zijn. Dit is niet het geval. Een betere kop voor dit artikel zou zijn: Percentage vrouwen (bijna) representatief.