of 61869 LinkedIn

Vrijspraak na fikkie stoken, wel ontslag

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Een vrijwillige brandweerman wordt ervan beschuldigd betrokken te zijn geweest bij twee brandjes. De strafrechter spreekt hem daarvan vrij. Mag zijn werkgever hem dan alsnog disciplinair straffen?

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Was Fred Keilen* de bijna spreekwoordelijke brandweerman die zelf het meest geniet van een fikkie? Sinds 2012 is hij vrijwilliger bij de brandweer van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg. Twee jaar later komt hij in vaste dienst, weer drie jaar vliegt hij eruit.

Keilen zou namelijk – dan nog als vrijwilliger – betrokken zijn geweest bij twee branden: een strobalenbrand en, twee weken later, een palletbrand. Het bestuur van de veiligheidsregio spreekt van ernstig plichtsverzuim en zegt het ontslag aan, wat Keilen aanvecht. Zijn argument: de strafrechter heeft hem al vrijgesproken van medeplichtigheid. Onschuldig dus – hoe kan het bestuur hem dan betichten van plichtsverzuim? Nou, die heeft ondanks de vrijspraak van de strafrechter de overtuiging dat Keilen iets met de branden te maken heeft gehad. Het bestuur van de veiligheidsregio baseert dat op een verklaring van Keilens collega.

Die zei dat hij samen met een andere collega deze brand heeft gesticht en dat Keilen hen, wetende wat zij gingen doen, met de auto heeft gebracht en gehaald. Keilen is dus medeplichtig. De strafrechter noemt deze verklaring gedetailleerd, maar het verhaal wordt niet ondersteund door ander bewijsmateriaal. Het is dus onvoldoende voor een bewezenverklaring: unus testis nullus testis. Ofwel: één getuige is geen getuige. Wat de palletbrand betreft, stelt de strafrechter dat de verklaring van de collega weinig concreet is en bovendien ‘van horen zeggen’.

Dat is ook al geen sterk bewijs, zodat Keilen ook daarvan wordt vrijgesproken. Maar in het bestuursrecht gelden minder strenge bewijsregels dan in het strafrecht. Het bestuur acht de verklaringen van Keilens collega over de betrokkenheid van Keilen bij de twee branden wel degelijk geloofwaardig. Keilen draait de zaak om: niet hij moet de verdenking wegnemen, het bestuur moet aantonen dat hij de brand wel zou hebben gesticht.

Na de strafrechter kijkt de bestuursrechter van de rechtbank Limburg (Maastricht) naar deze kwestie. Die stelt vast dat een vrijwilliger bij de brandweer valt onder het rechtspositiereglement CAR/UWO. Dat houdt onder andere in dat ook een vrijwilliger die zich schuldig maakt aan plichtsverzuim, disciplinair kan worden gestraft, zoals met ongevraagd ontslag.

Van belang hierbij is vaste rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Publieke organen en autoriteiten mogen niet, na een strafrechtelijke vrijspraak, in een latere bestuursrechtelijke procedure alsnog twijfels uiten over de onschuld van een betrokkene. Maar verklaringen die ten grondslag liggen aan een vrijspraak mogen wel anders worden ingekleurd. Zo gelooft het bestuur de verklaring van Keilens collega wel degelijk. Keilen heeft weliswaar een alternatief scenario geschetst en uiteengezet waarom de verklaring van de collega niet betrouwbaar is, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd.

Keilen verwijst ook naar een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep: er moet voorzichtig worden omgegaan met verklaringen van collega’s en er is in beginsel nader onderzoek nodig om die verklaringen te verifiëren. Desondanks, aldus de bestuursrechter in zijn uitspraak van 2 april 2020, kan plichtsverzuim worden gebaseerd op een verklaring van een collega, zeker nu deze gedetailleerd is, en zelfs nu de collega heeft aangegeven dat hij Keilen heeft ‘overgehaald’ mee te werken aan de strobrand. Voor een brandweerman die liever stookte dan bluste, is ontslag een terechte sanctie.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:RBLIM:2020:2570

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.