of 62812 LinkedIn

Topambtenaren wisselen te snel van functie

Hoge rijksambtenaren zitten soms dermate kort op hun post dat de kwaliteit van het werk eronder lijdt. In plaats van de gewenste vijf tot zeven jaar, wisselen ze gemiddeld na amper vier jaar al van functie. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht naar het functioneren van de Algemene Bestuursdienst (ABD), een pool waarin 1.400 topambtenaren zijn ondergebracht.

Hoge rijksambtenaren zitten soms dermate kort op hun post dat de kwaliteit van het werk eronder lijdt. In plaats van de gewenste vijf tot zeven jaar, wisselen ze gemiddeld na amper vier jaar al van functie.

Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Utrecht naar het functioneren van de Algemene Bestuursdienst (ABD), een pool waarin 1.400 topambtenaren zijn ondergebracht. Het onderzoek werd gehouden in opdracht van Binnenlandse Zaken. Het kabinet is het met de conclusies van het rapport Kwaliteit van Mobiliteit eens en gaat paal en perk stellen aan het te snel rouleren.

 

Dwingende richtlijnen

Onderzoeksleider Mirko Noordegraaf, bestuurskundige van de Universiteit Utrecht, stelt op basis van zijn bevindingen dat de ABD nu te veel opereert ‘als uitvoerder van dwingende richtlijnen en procedures voor mobiliteit’. De gemiddelde zittingstijd van een topambtenaar is nu 4,3 jaar – ‘ongeveer net zolang als die van een kabinet’, aldus Noordegraaf. Mobiliteit is in zijn ogen wel belangrijk, maar dan wel met mate. ‘De ABD kan meer gaan staan voor de kwaliteit van ambtelijk management.’

 

Loopbaanmodel

De ABD werd in 1995 werd opgericht met als doel bij te dragen aan een professionele en kwalitatief hoogwaardige top van de rijksdienst, met name door meer mobiliteit en ontkokering. Duidelijk is dat de ambtelijke top sindsdien in beweging is gekomen en er geen sprake meer is van te lang zittende ambtelijke managers. Integendeel, het belang van die mobiliteit wordt volgens de onderzoekers iets te dwingend benadrukt. ‘Het loopbaanmodel leidt tot de gewenste mobiliteit maar wordt te strikt toegepast’, aldus het rapport. De aanbeveling aan het kabinet is om minder strikt vast te houden aan het 3-5-7 loopbaanmodel.

 

Vacatures

Op basis van de aanbevelingen van Noordegraaf en medeonderzoeker neemt het kabinet een aantal maatregelen om het evenwicht tussen mobiliteit en continuïteit te verbeteren. Zo worden ABD’ers die korter dan drie jaar op hun functie zitten in beginsel niet meer actief benaderd voor een vacature. ‘Als zij zelf reageren op een vacature, worden ze niet meegenomen in de verdere procedure, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden’, aldus minister Ollongren van Binnenlandse Zaken.

En op er zal, met name als het werk daarom vraagt, ook meer flexibel worden omgegaan met de functieverblijftijd. ‘Het kan vanuit het belang van de opgave en organisatie nodig zijn dat ABD’ers langer dan zeven jaar in functie blijven’, aldus de minister. ‘Dit is uiteindelijk maatwerk.’

 

Incidenten

Aanleiding voor het onderzoek naar het functioneren van de ABD was de motie Lodders c.s. in de Tweede Kamer, waarin de regering werd verzocht het functioneren van de ambtelijke top te onderzoeken en daarbij specifiek aandacht te besteden aan ‘het voorkomen dat slecht functionerende ambtenaren elders binnen de overheid een plek krijgen’. Een aantal incidenten bij onder meer de Belastingdienst en het ministerie van Justitie waren de directe aanleiding. De Tweede Kamer wilde weten of er sprake is van structurele problemen in de ambtelijke top van het rijk.

 

Informele gesprekken

De onderzoekers brachten wel kwetsbaarheden aan het licht bij de ABD, maar relativeren dat er sprake zou zijn van een gesloten ‘ambtenarencarrousel’, van gegarandeerde doorbenoemingen of het ‘stallen’ van ambtenaren bij onvoldoende functioneren. Wel stellen ze dat er nu te weinig zicht is op het functioneren van ambtelijk management: te veel blijft impliciet, signalen aangaande het functioneren van topambtenaren dringen onvoldoende door. Die kritiek neemt de minister ter harte. Er wordt nu gedacht aan het gebruik maken van informatiebronnen om een beeld te krijgen van de kwaliteit van het ambtelijk management. Specifiek noemt ze daarbij de uitkomsten van medewerkeronderzoeken en informele gesprekken met de medezeggenschap.

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Iedere ambtenaar, ook topambtenaren, behoren zich te schikken naar de politieke lijn. Dat betekent overigens niet dat zij hun 'politieke baas' niet op eventuele politieke gedachtenspinsels mogen wijzen. Een goede onderlinge relatie is vooral gebaseerd op de rol, die ieder behoort te spelen.
Door p op
@Jan

Als topambtenaren te lang zitten hebben ze de neiging te gaan vinden dat de praktijk zich moet voegen naar het staande beleid...
Door JGAM de Bont (vm. Directeur min. I&W) op
Eindelijk breekt na 25 jaar het besef door dat rouleren als doel op zichzelf in veel gevallen de dood in de pot is. Waar inhoudelijke ervaring en kennis vereist is komen via de ABD-carrousel op veel plaatsen materie-onbekende procesmanagers binnen. Mede een belangrijke oorzaak van het ontstaan van veel uitvoeringsellende bij uitvoerende dienstonderdelen. ABD, selecteer dus niet alleen algemene persoonlijkheidskarakteristieken maar ook op inhoudelijke kennis, ervaring, ambitie en affiniteit !
Door henk op
Gewoon vluchtgedrag! Altijd hetzelfde: 1/2 inwerken en reorganisatie beginnen, 1 jaar onrust kweken en het derde jaar weer vertrekken!
Door Jan op
Waar is die afgedwongen mobiliteit eigenlijk goed voor als betrokkene goed functioneert?
Door Rens Smid (Nadenker) op
Is ook onderzocht of een socioloog als hoogste baas van de Belastingdienst wellicht niet opportuun is?