of 60831 LinkedIn

'Schei uit met doordrammen van bovenaf'

De manier hoe overheden integriteit nu meten heeft niets met integriteit te maken. Beheersing is het toverwoord, maar volgens filosoof en trainer/adviseur Rob van Es komt ‘integriteit’ niet echt aan de orde in al die codes en regels. ‘Die zijn rationeel gemaakt en topdown ingevoerd.’ In zijn boek ‘Emotionele integriteit’ stelt hij dat integriteit te maken heeft met identiteit, morele overtuiging, geloofwaardigheid en vertrouwen.

De manier hoe overheden integriteit nu meten heeft niets met integriteit te maken. Beheersing is het toverwoord, maar volgens filosoof en trainer/adviseur Rob van Es komt ‘integriteit’ niet werkelijk aan de orde in al die codes en regels. ‘Die zijn rationeel gemaakt en topdown ingevoerd.’ In zijn boek ‘Emotionele integriteit’ stelt hij dat integriteit te maken heeft met identiteit, morele overtuiging, geloofwaardigheid en vertrouwen.

In hoeverre betrekt uw werkveld het openbaar bestuur?
‘De afgelopen dertig jaar ben ik als adviseur en trainer vaak bij gemeenten en ministeries geweest of bij organisaties die te maken hebben met de (semi)overheid. Daar krijg ik vaak integriteitsregelingen onder ogen.. Ambtenaren merken dat ze moeten voldoen aan een lijstje regels. Dat begon ooit met de uitspraak van Ien Dales. Intussen zijn er ambtenaren aangesteld die afdelingen controleren op integriteit. Ik heb gekeken naar hun vragen en hoe ze die afvinken. Dat heeft niets met integriteit te maken en ook niet met wat Ien Dales bedoelde. Integriteit is iets anders dan wat men ervan maakt. Ambtenaren, bedrijfskundigen, politici willen de zaak beheersen, ‘in control zijn’. De regels zijn rationeel gemaakt en worden topdown ingevoerd, terwijl het te maken heeft met de persoon en de interactie met de context. Om te bepalen of iemand integer is moet je zo iemand kennen. Dan kun je zeggen over iemand: voor hem durf ik mijn hand in het vuur te steken. Je meet nu alleen bovenstroominformatie. De onderstroom en wat men ervaart om ergens te werken en of ze dat metertje extra willen lopen, haal je zo niet boven tafel.’

Hoe kwam u tot het schrijven van dit boek?
‘Ik had al twee boeken geschreven: Veranderdiagnose. De onderstroom van organiseren (2008) en Professionele ethiek. Morele besluitvorming in organisaties en professies (2011). Het eerste stelt dat cultuurverandering in organisaties pas kan slagen als je de onderstroom meeneemt. En het tweede stelt dat gedegen morele besluiten vragen om systematisering in de bovenstroom. Hoe verhouden die boeken zich tot elkaar? Dit derde boek is een zoektocht naar de onderstroom van professionele ethiek.’

Wat is de definitie van emotionele integriteit?
‘Eenheid aanbrengen in jouw morele emoties op verschillende niveaus. Soms trek je jezelf meer een maatschappelijke kwestie aan, dan weer iets binnen jouw organisatie of juist iets professioneels of persoonlijks. Dat wordt een mix van emoties en hoe breng je daar eenheid in? Daar is een keuze voor nodig en de keuze die je maakt wil je uiteindelijk kunnen verantwoorden voor jezelf en voor je naasten. Zo bereik je emotionele integriteit.’

Wat is het verschil met rationele integriteit?
‘Tijdens een training met controllers kijken we naar de code. De praktijk is anders, zeggen de deelnemers. ‘Dit is niet te realiseren’. Je mag bijvoorbeeld geen smeergeld betalen om handel te drijven in het buitenland, maar in de Indonesische cultuur is dat heel normaal. De praktijk is complexer dan de regel van bovenaf. Je moet je eigen keuzes durven maken en die verantwoorden. En dan ontstaan er spanningen. Je kunt tegen je gevoel ingaan als de regels zwaar wegen, maar soms gaat een van de regels opzij, opdat je daardoor goede dingen op de langere termijn kunt bereiken.’

Is er nu te weinig aandacht voor die emotionele kant?
‘Je moet beide zaken op elkaar betrekken. Niet volstaan met controleurs langs sturen, maar praten en luisteren: waarom lopen ze in de praktijk aan tegen die toch 'redelijke regels'? Haal die informatie op en kijk per context, afdeling of regio wat het beste is om te doen om verder te komen. Meer differentiatie, minder eenheidsworst.’

Hoe werkt dat dan?
‘Als je als ambtenaar niet weet hoe je de regels moet toepassen, ontwikkel je scepsis of zelfs sarcasme. Probeer dus niet teveel te beheersen, luister beter. Stuur mensen langs die dat gesprek kunnen voeren. Je krijgt dan veel voorbeelden en verhalen. Maak geen uitgebreide code, maar een kader met grote lijnen: om welke waarden gaat het echt? Houdt op permanente basis evaluaties. Deel de uitkomsten, zoek constanten en bouw je eigen praktijkinzichten op.’

Hoe wezenlijk is emotionele integriteit voor openbaar bestuurders en ambtenaren?
‘Ook hier moet je de regels toepassen. Bureaucratie is ingewikkeld, maar moet er wel zijn: vertragen en nagaan en wegen is belangrijk voor de democratische rechtvaardigheid. Maar de vrijheid voor ambtenaren om uitzonderingen te maken op slechte uitwerkende regels wordt steeds kleiner door de vele voorschriften. Geef een ambtenaar de ruimte en het mandaat om te handelen en evalueer jaarlijks: wat zijn de lastige zaken, , wat kunnen we beter doen?’

U heeft emotionele integriteit niet in het veld onderzocht, maar aan de hand van films. Waarom?
‘Ik heb wel eens meegelopen met iemand die in een zwaar parket zat, maar grootscheeps kun je zoiets niet aanpakken, want gevoelige zaken bespreken met een pottenkijker, dat willen niet veel mensen. Hoog gewaardeerde films over professionals* raken iets essentieels, wij herkennen ons daarin.  Ik heb een inventarisatie gemaakt van morele emoties via 30 films. Ik kwam tot 52 sub-emoties die ik heb teruggebracht tot 20 hoofdemoties.’

20 trefwoorden waarmee u morele emoties van professionals kunt duiden en emotionele integriteit inzichtelijk kunt maken. Wat zijn de belangrijkste of meest voorkomende?
’Het zijn tien positieve en tien negatieve emoties. Doel is om te leren praten naar morele emoties. Niet iedereen is zo getraind in het denken, voelen en praten in morele emoties.’

Het gaat vaak om trots, schuld, schaamte, spijt, bij bestuurders of ambtenaren misschien over de uitwerking van beleid? Zijn er nog meer belangrijke emoties?
‘Moed en zelfvertrouwen, durven ingaan tegen niet-functionerend beleid. Aan de andere kant heb je lafheid: dat kost me mijn carrière! Een belangrijke morele emotie is liefde. Dat gaat om sympathie en zorg. Voor de ene collega heb je die meer dan voor de andere. Woede is ook een belangrijke morele emotie: minachting, territoriumdrift, afgunst, jaloezie. Daar kun je oefeningen mee doen: wat speelt er en hoe beschrijf je dat in morele termen?’

Hoe moeten bestuurders en ambtenaren hier dan vervolgens mee omgaan?
‘Dat hangt af van hun emotionele intelligentie. Sommigen hebben daarin een woordenschat ontwikkeld. Anderen hebben er grote moeite mee. Ongeveer 15 procent is niet getraind in het nadenken over morele emoties en die ervaren het als bedreigend. Het handigste is om iemand van buiten erbij te halen met ervaring met het onderwerp. In een werkbespreking over de onderstroom van de samenwerking kunnen woorden naar boven komen die gevoelig zijn. In een werkbespreking merk je dat de ene leidinggevende dat wel kan en een ander niet.’

Is emotionele integriteit niet per definitie persoonlijk? Hoe kun je dat dan als team vastpakken?
‘Zodra je een morele actor bent, komen ook die morele waarden naar voren. Wie ben jij? Maar ook: wat is de organisatie? Je bent lid van een team en van een organisatie. Dat maakt het ingewikkeld voor de professionele ethiek. Je hebt met veel velden te maken. Daar moet je ook met elkaar over praten.’

Dat kan elkaar ook bijten, lijkt me. Persoonlijk ga je er anders mee om dan (de meerderheid van) het team.
‘Als het te gek wordt, dan moet je het niet doen. En dat is soms moeilijk. ‘Daar gaat mijn machtspositie!’ Als je toch kiest voor blijven, dan kan het gaan ‘schuren en zuren’. Of je voelt dat je een prijs hebt betaald en wilt daar wel iets voor terug. Er ontstaat een onprettige toestand. In de politiek komt dit vaker voor, terwijl een ambtenaar niet per se een politieke dier is. Dat is ook een professie met specialisaties en verwachtingen. Collega’s hebben verwachtingen van je. Als wethouder in een college kun je in de problemen komen als je tegen je zin ergens mee moet instemmen. Dat raakt je ook emotioneel en haalt de lol uit je werk. Die arbeidsvreugde raak je kwijt als je je emotionele integriteit kwijtraakt.’

Wat is uw eindconclusie?
‘Misschien moet de overheid eens evalueren wat ze de laatste jaren heeft gedaan op integriteit en waar ze teveel is doorgeschoten. Schei uit met doordrammen van bovenaf. Risicomanagement voert nu de boventoon, rationele integriteit, maar je laat veel liggen: het moet gaan over de levensvreugde en de verantwoordelijkheid van individuele medewerkers. Besteed daar aandacht aan. We zijn nu naar de verkeerde kant doorgeschoten en dat kunnen we maar beter bijstellen.’

De boekpresentatie van ‘Emotionele integriteit’ (Boom Uitgevers Amsterdam) is op vrijdag 7 augustus.

*Filmtips voor ambtenaren en bestuurders
Executive Suite (1954)
12 Angry Men (1957)
Contact (1997)
Doubt (2008)
Still Life (2013)

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Keijzer op
Citaat:
‘Moed en zelfvertrouwen, durven ingaan tegen niet-functionerend beleid. Aan de andere kant heb je lafheid: dat kost me mijn carrière!. Woede is ook een belangrijke morele emotie: minachting, territoriumdrift, afgunst, jaloezie. Einde citaat.

Het eerste 2 zinnen houden te vaak nu in, dat een collega die zijn nek uitsteekt, niet gesteund wordt door collega's en leidinggevende(n).
Dit lijkt mij de allergrootste hobbel m.b.t. een gezond werkklimaat binnen bedrijven. Zoals de leiding is, straalt dat af op de organisatiecultuur en dus op kwaliteit collegialiteit en kwaliteit/effectiviteit van het werk zelf en wat doelgroep daarvan ervaart. Wat je wil hebben is ingebakken verantwoordelijkheid in een gezond werkklimaat en dat dit collectief zo ervaren wordt.

Idealiter dit op elk terrein overal.

Citaat: In zijn boek ‘Emotionele integriteit’ stelt hij dat integriteit te maken heeft met identiteit, morele overtuiging, geloofwaardigheid en vertrouwen. Einde citaat.

Indien de leiding dit heeft straalt dat af op de rest, of eigenlijk heeft de rest dat min of meer al, omdat hierop automatisch geselecteerd wordt bij sollicitaties. Variant in positieve zin dan op: een dief herkent een dief. Of: zoals de waard is, vertrouwt hij diens gasten.

Het klopt als een bus en is min of meer een open deur, dat je van bovenaf niets kunt doordrammen in moreel opzicht, wat er in de bovenlaag/lagen zelf ontbreekt! Integendeel, dat dit zelfs naar de werkvloer toe een negatieve uitwerking heeft sluipenderwijs. De goede mensen zoeken hun heil elders, als die kans zich voor doet en treedt in negatieve zin op bij sollicitaties: soort zoekt soort.