of 59345 LinkedIn

Ook tijdens vakantie lopen termijnen door

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Een Gooise ambtenaar verzette zich tegen zijn herplaatsing. Toen het college daarover een besluit nam, ging hij net op vakantie. Om meerdere reden kon hij niet op tijd in beroep gaan tegen het besluit. Was zijn termijnoverschrijding verschoonbaar?

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Als de gemeenten Naarden, Muiden en Bussum op 1 januari 2016 worden samengevoegd tot Gooise Meren, krijgt Jacques Voormaat* een andere functie toegewezen. Maar hij maakt bezwaar tegen de herplaatsing. Door intern gedoe kachelt de bezwaarprocedure langzaam voort.

Op 9 augustus 2016 stuurt het college per aangetekende post het besluit op Voormaats bezwaarschrift: dat is niet ontvankelijk. Maar omdat Voormaat diezelfde dag op vakantie gaat, mist hij die brief. Als hij op 24 augustus terugkeert, vindt hij thuis een afhaalbericht. Drie dagen later gaat hij naar de postafhaallocatie, waar de brief niet meer is – een dag eerder is deze geretourneerd. Een collega wil de brief wel per mail toesturen, wat pas op 26 september gebeurt. Twee weken later stelt Voormaat tegen het besluit beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.

Te laat, oordeelt de rechtbank, waardoor het beroep niet ontvankelijk is. Dat Voormaat pas eind september wist waarover de brief van het college ging doet daar niet aan af: op 9 augustus is het besluit bekendgemaakt en de hernieuwde toezending op 26 september 2016 (het mailtje) geldt niet als de bekendmaking.

Dan zoekt Voormaat het hogerop, bij de Centrale Raad van Beroep. Die stelt in zijn uitspraak van 27 juni 2019 dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken bedraagt. Die termijn begint op de dag waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, dus 9 augustus.

Dat het college dit besluit slechts eenmaal per (aangetekende) post heeft verzonden, vindt Voormaat niet juist. Het is immers, zo stelt hij, ‘een feit van algemene bekendheid dat PostNL niet meer als een betrouwbare postbezorger’ kan worden aangemerkt. Dat argument veegt de Raad van tafel. Nergens is voorgeschreven dat een besluit meer dan één keer moet worden bekendgemaakt en ook niet dat een brief gepaard moet gaan met een mail over dat besluit. Kortom: het besluit is correct bekendgemaakt. Voormaat had tot en met 20 september 2016 in beroep kunnen gaan, en niet later.

Maar hij was toch op vakantie? Het college had om die reden het besluit niet op zijn eerste vakantiedag mogen versturen, vindt Voormaat. Nee hoor, zegt de Raad: ook al weet een bestuursorgaan dat iemand langdurig afwezig is, dan levert dat geen rechtsplicht op om niet over te gaan tot bekendmaking van een besluit aan die persoon. Dat is vaste rechtspraak, net als: degene die voor langere tijd afwezig is dient zelf maatregelen te nemen voor een adequate behandeling van de post. Dit geldt zeker als die persoon tijdens zijn afwezigheid rekening moet houden met de komst van een belangrijke brief. Worden die maatregelen niet genomen dan komen de eventuele gevolgen daarvan voor risico van die persoon.

Maar het college had Voormaat op z’n minst moeten inlichten toen de brief retour kwam van de postafhaallocatie – want zo kon hij nooit weten dat het afhaalbericht betrekking had op het collegebesluit. Het maakt weinig indruk op de raadsheren: Voormaat had zelf moeten onderzoeken waarover het afhaalbericht ging. Opgeteld: de Raad ziet geen redenen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Daarmee staat het besluit over Voormaats herplaatsing vast.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2019:2214

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.