of 59329 LinkedIn

Ontslagcommissie ‘een hoop gedoe’

Als het aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vakbonden ligt, wordt na 1 januari 2020 een landelijke ‘ontslagcommissie’ ingesteld. Die moet ‘maatwerk’ gaan leveren bij ontslagzaken. Het bedrijfsleven kent zo’n commissie al, maar de nadelen ervan lijken groter dan de voordelen.

Als het aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de vakbonden ligt, wordt na 1 januari 2020 een landelijke ‘ontslagcommissie’ ingesteld. Die moet ‘maatwerk’ gaan leveren bij ontslagzaken. Het bedrijfsleven kent zo’n commissie al, maar de nadelen ervan lijken groter dan de voordelen.

Nadelen groter dan de voordelen

Na inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) gelden voor ambtenaren de ontslagregels uit het Burgerlijk Wetboek. Bij een reorganisatieontslag – dat gaat dan ‘ontslag om bedrijfseconomische reden’ heten – gelden er aanvullende regels in de Ontslagregeling. Nu nog verleent het UWV de werkgever toestemming een arbeidsovereenkomst op te zeggen, als dat in overeenstemming is met de Ontslagregeling. Dat verandert na 1 januari 2020.

Het Burgerlijk Wetboek geeft cao-partijen de mogelijkheid om een ontslagcommissie in te stellen, die dan de plaats inneemt van het UWV. Zo’n ontslagcommissie kan het voorgedragen ontslag dan toetsen aan regels die (beperkt) afwijken van de Ontslagregeling van het UWV. De ontslagcommissie die de VNG en de bonden willen instellen, is tijdelijk: deze zal in de eerste vier jaar na 1 januari 2020 reorganisatieontslagen bij gemeenten toetsen. ‘Een ontslagcommissie biedt een mogelijkheid voor maatwerk, die het UWV niet biedt’, aldus de VNG en de bonden. Daarom is deze opgenomen in de concept-Cao-Gemeenten.

De VNG en de bonden willen met de tijdelijke ontslagcommissie verder onduidelijkheden wegnemen die ontstaan voor medewerkers die vóór 1 januari 2020 boventallig worden, daarna het van-werk-naar-werktraject doorlopen, en dan na 1 januari 2020 in aanmerking komen voor ontslag. De boventalligheid vóór 1 januari 2020 ontstaat volgens de regels van een sociaal plan, maar het ontslag na die datum wordt getoetst aan de Ontslagregeling. De tijdelijke ontslagcommissie toetst na 1 januari 2020 het ontslag van medewerkers aan de sociaal plannen op basis waarvan zij vóór 1 januari 2020 boventallig werden.

Proefdraaien
Een andere reden die wordt aangehaald om de ontslagcommissie in te stellen is: proefdraaien. Als gemeenten in de toekomst willen blijven werken met een ontslagcommissie, dan moet dat in een cao zijn geregeld. Het tijdelijke van de commissie wordt dan omgezet in een permanente status. Bovendien kunnen gemeenten naast de landelijke voorziening ook zelf kiezen voor een eigen ontslagcommissie.

Op papier biedt zo’n commissie veel voordelen maar Ilse Berends, verbonden aan het Utrechtse advocatenkantoor Van Benthem & Keulen, vindt het helemaal geen goed idee. Zij deed onderzoek naar de toegevoegde waarde van cao-ontslagcommissies, en schreef daarover een boek dat op 1 februari is verschenen.

‘Met een cao-ontslagcommissie moest een laagdrempelige voorziening voor bedrijfseconomisch ontslag worden gecreëerd. In die commissie zouden personen zitten die meer kennis hebben van de sector, de bedrijven en de werknemers, dan het UWV. Hierdoor zouden deze mensen beter kunnen oordelen over de noodzaak van een bedrijfseconomisch ontslag’, zegt Berends. ‘Inderdaad, er zou zo maatwerk kunnen worden geleverd door cao-partijen.’

Maar het bedrijfsleven staat helemaal niet te springen om een cao-ontslagcommissie in te stellen. Op dit moment is er in slechts acht cao’s een cao-ontslagcommissie ingesteld. Volgens Berends omdat het in- en samenstellen ervan ‘een hoop gedoe’ met zich meebrengt en veel tijd kost. ‘Het is ook een grote last voor cao-partijen, zoals onderhandelen over de instelling van de commissie en over afwijkende selectiecriteria. Er moet een reglement worden opgesteld en er moeten mensen worden gevonden die erin plaatsnemen.’

De overweging van de wetgever, dat cao-partijen onderhandelingsvrijheid hebben en de mogelijkheid moeten krijgen om zelf nadere afspraken te maken, lijkt volgens Berends in de praktijk dan ook averechts te werken. ‘Juist het feit dat cao-partijen zelf moeten onderhandelen over het instellen van de commissie en over nadere regels met betrekking tot bijvoorbeeld de procedure, blijkt een vrij grote drempel voor de cao-partijen.’

Bovendien blijkt zo’n commissie erg duur, zo constateerde Berends. ‘De kosten daarvan moeten door de werkgever worden gedragen, terwijl een procedure bij het UWV gratis is. De winst die het instellen van een cao-ontslagcommissie met zich mee kan brengen, blijkt lang niet altijd op te wegen tegen de kosten die de cao-ontslagcommissie met zich mee brengt.’

Zelfs bedrijven die op dit moment een cao-ontslagcommissie kennen, maken daar zeer weinig gebruik van. ‘Ligt er een goed sociaal plan, dan gaan werknemers in negen van de tien gevallen akkoord met het sluiten van een vaststellingsovereenkomst. Op grond van mijn onderzoek concludeer ik dat een cao-ontslagcommissie weinig toegevoegde waarde heeft. Het kost cao-partijen veel tijd en geld om een commissie in te stellen waar vervolgens bijna nooit gebruik van wordt gemaakt.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.