of 59345 LinkedIn

Ongeval met fiets was eigen schuld

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Een ambtenaar van de Belastingdienst komt met haar fiets op de parkeerplaats van haar kantoor flink ten val. Daar waren werkzaamheden bezig, maar die waren volgens haar niet goed zichtbaar. Heeft de werkgever zijn zorgplicht geschonden?

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Een ongelukkige samenloop van omstandigheden of heeft er iemand liggen slapen? In de ochtendschemering, rond 7.00 uur, fietst Esmee Koorhuis* op een dag in maart 2014 de parkeerplaats bij haar kantoor van de Belastingdienst op, waar de stalling is. Daar komt ze lelijk ten val. Ze loopt letsel op aan haar gezicht, gebit, handen en polsen. Ze moet medisch worden behandeld, waarvoor ze kosten maakt, net als voor de reparatie van haar fiets.

Koorhuis meent dat haar werkgever, de staatssecretaris van Financiën, dat maar moet betalen. Die wijst echter iedere aansprakelijkheid van de hand. Ook de rechtbank Limburg, waar de zaak belandt, kent geen schadevergoeding toe. Daarna is de Centrale Raad van Beroep aan zet.

Uitgangspunt is dat de staatssecretaris, net als elk ander bestuursorgaan, een zorgplicht heeft tegenover de ambtenaar. Dat houdt in dat het bestuursorgaan de werkzaamheden van de ambtenaar zo moet inrichten als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de ambtenaar in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Gebeurt dat toch, dan heeft deze recht op vergoeding daarvan.

Van schadevergoeding is geen sprake als het bestuursorgaan aantoont dat het zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar. Verder stelt de Raad dat niet elk denkbaar risico op voorhand hoeft te worden uitgebannen. Het gaat om veiligheidsmaatregelen die redelijkerwijs van het bestuursorgaan kunnen worden verlangd. Puur het feit dat een ongeval plaatsvindt, betekent nog niet dat het bestuursorgaan zijn zorgplicht heeft geschonden.

In hoeverre zijn deze theoretische overwegingen van toepassing op het fietsongeval van Koorhuis? Over twee zaken zijn beide partijen het eens: het ongeluk vond plaats in de uitoefening van de werkzaamheden. En er was geen sprake van opzet of bewuste roekeloosheid van Koorhuis.

Die vindt dat de staatssecretaris had moeten waarschuwen dat er op de parkeerplaats werkzaamheden werden verricht, die de situatie onoverzichtelijk en gevaarlijk maakten. Er was wel een rood-wit afzetlint gespannen maar dat was door de slechte verlichting, een muur en de begroeiing langs de kant van de weg slecht te zien. Een goed zichtbaar waarschuwingsbord was onderdeel van de zorgplicht van de staatssecretaris.

De Raad vindt dat niet. Koorhuis had, als ze voldoende aan de rechterkant weg had gefietst, komende vanuit de richting van de slagboom, het afzetlint tijdig moeten kunnen opmerken en zo op de afsluiting van de weg moeten kunnen reageren. Bovendien verlichtte een lantaarnpaal een deel van de weg en het lint. De Raad baseert zich op foto’s van de situatie ter plaatse, situatieschetsen waarop de positie van het lint, de rijroute van Koorhuis en de plaats van het ongeval zijn aangegeven, en verklaringen van Koorhuis over haar rijroute, haar positie op de weg en over haar snelheid – ze fietste al langzamer omdat er zand op de weg lag door eerdere werkzaamheden.

Kortom, zegt de Raad in zijn uitspraak van 18 oktober: de staatssecretaris had niet hoeven waarschuwen voor het afzetlint en heeft zijn zorgplicht niet geschonden. Hij is niet aansprakelijk voor Koorhuis’ schade. Het was een gevalletje van niet goed opgelet, en dus van eigen schuld.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2018:3292

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.