of 65101 LinkedIn

‘On-demand-samenleving’ brengt wethouder in problemen

Het is jammer dat het woensdag op de Wethoudersconferentie gepresenteerde NSOB-onderzoek het persoonlijk maken van het wethouderschap heeft geframed als iets negatiefs, vindt Marcelle Hendrickx, voorzitter van de Wethoudersvereniging en wethouder in Tilburg. ‘Die kwetsbaarheid is ook de kracht van de wethouder.’

Het is jammer dat het woensdag op de Wethoudersconferentie gepresenteerde NSOB-onderzoek het persoonlijk maken van het wethouderschap heeft geframed als iets negatiefs, vindt Marcelle Hendrickx, voorzitter van de Wethoudersvereniging en wethouder in Tilburg. ‘Die kwetsbaarheid is ook de kracht van de wethouder.’

Gezag wordt over de hele linie steeds minder vanzelfsprekend, stelde u in reactie op de uitkomsten van het NSOB-onderzoek ‘Aftreden of optreden?’ in opdracht van uw vereniging. Hoe komt dat volgens u?
‘Het gezag van ambtsdragers, het uniform, de ambtenaar wordt steeds vaker ter discussie gesteld. Kijk naar hoe er met ambulancebroeders en agenten wordt omgegaan, maar ook met ministers en wethouders. Naast het NSOB-onderzoek hebben we op het Wethouderscongres een tweede onderzoek gepresenteerd naar ontwikkelingen in de omgeving van de wethouder: maatschappelijke, bestuurlijk-organisatorische en financiële ontwikkelingen en die in het ambt zelf. Die bepalen tezamen het afbreukrisico van het politieke ambt. De NSOB keek naar de redenen voor aftreden en optreden en concludeerde dat de nadruk te veel op de persoon van de wethouder ligt. In ons eigen onderzoek zien we verruwing van omgangsvormen, individualisering, mensen willen hulp van een dienstbare overheid, maar accepteren geen ‘nee’ meer als antwoord. Die context roept bestuurders ertoe op om de kloof tussen politiek en samenleving te verkleinen.’

Is dit alleen maar een negatieve ontwikkeling?
‘Je kunt er op twee manieren naar kijken. Het is deels ook positief, want inwoners worden mondiger, komen voor zichzelf op, ze willen meedoen in wat de overheid voor hen besloot. Dat is ook hoe we onze kinderen opvoeden en iets wat wethouders niet vervelend vinden. Alleen er zit een andere kant aan, want de balans is een beetje zoek. Dat komt door de coronacrisis, maar je ziet de verruwing ook op straat. En het debat met de gemeenteraad is juist meer verruwd, terwijl de samenwerking met de ambtelijke organisatie en partners in de regio juist beter gaat. Hoe moeten we daarmee omgaan, zodat het aanzien van het ambt overeind blijft en nieuwe aanwas daar wil instappen? We moeten de positiviteit benutten. In Nederland zetten 1400 wethouders zich in voor hun gemeente. Soms krijgen ze te maken met tegenwind, maar toch gaan de ze volgende dag weer met dezelfde energie verder. Dat mooie van het ambt blijft vaak onderbelicht. Onbekend maakt onbemind.’

Het is dan nodig om de symboliek, het gezag herstellen dat in het ambt zit. Hoe doe je dat?
‘Veel mensen hebben geen beeld van wat ik doe, ook journalisten niet. We hadden een initiatief dat journalisten een dagje met ons meeliepen. We moeten ook in de media laten zien wie die werkers zijn. Niet de mensen op het pluche die zich verrijken en machtsmisbruik plegen, maar mensen die in democratie geloven, een deel van hun tijd daaraan geven en hun baan ervoor opzeggen. Dat kun je zo naar buiten brengen. Daarnaast moeten we het vraagstuk explicieter bespreken: wat is het ons waard om dit stelsel te behouden en te zorgen dat we debat wat we voeren ook binnen de grenzen van het betamelijke blijft, uit respect en geloofwaardigheid. Je moet wel alles kunnen blijven zeggen, op het scherpst van de snede. Er zijn verschillende positiebepalingen mogelijk. Veel mensen zeggen dat zij niet mee mogen doen, maar dit stelsel maakt dat juist wel mogelijk. Heb het erover.’

Uit het NSOB-onderzoek blijkt dat als wethouders minder inzetten op persoonlijk succes zij de nadruk op hun fouten kunnen verminderen en kunnen bijdragen aan een meer ontspannen verhouding tussen raad en college. Hoe reageert u op die conclusie? Zijn wethouders teveel gefocust op persoonlijk succes en daardoor ook kwetsbaarder om daarop afgerekend te worden door de raad?
‘Uit het NSOB-onderzoek bleek dat je juist door het persoonlijk maken van het wethouderschap, eerder kwetsbaar wordt en ook eerder daarop wordt afgerekend. Dat snap ik, maar tegelijk is het ook de kracht van die wethouder: laten zien dat je een persoon bent, kwetsbaar durven zijn, soms ook niet aan pluche geplakt zitten, laten zien dat ze ergens voor staan of dat ze het soms ook niet weten. Het is jammer dat het in dat onderzoek geframed als iets negatiefs. Tijdens de tafeldiscussie op het digitale congres vertaalde Martin Schulz dit als dat je als wethouder meer persoonlijk de misstap naar je toetrekt of afstand neemt van de fouten van je voorganger. Als mijn opvolger blijkt dat ik een fout hebt gemaakt en hij zegt “Hendrickx was het”, dan maak je het persoonlijk. Hij gaf het voorbeeld van de Duitse bondskanselier Willy Brandt die stond voor het ambt toen hij zijn knieval deed in Warschau voor het monument voor de opstand in het getto. Die deemoedigheid van Brandt, dat historisch besef, dat vraagt iets van de ontvanger. Hij weet wat de overheid de mensheid heeft aangedaan en als ontvanger moet je dan ook het ambt zien en het niet te persoonlijk maken. De samenleving moet zien dat het ambt overdrachtelijk is. We zijn één overheid in de tijd in het Huis van Thorbecke. De samenleving maakt het ook persoonlijk, zie je met die poster met Bruls of agenten die met naam en toenaam worden genoemd.’

De kloof tussen politiek en samenleving herstel je niet door je symbolischer op te stellen, maar door je menselijker op te stellen, zei u. Is dat zo? Moeten bestuurders niet gewoon goed luisteren en dan vanuit hun gezag een besluit nemen? Dwingt dat niet juist respect af in plaats van dat je ‘tussen de mensen’ staat?
‘De wethouder moet niet de sigaarroker in hetzelfde pak zijn, zoals in de jaren vijftig. Dat past niet. Dat maakt het ambt ook interessant. Wethouders hebben een natuurlijke autoriteit, zij moeten dat uitstralen, zonder veel moeite, in een omgeving die dat apprecieert. Het gaat ook om persoonlijke authenticiteit, de juiste toets vinden en stijl hebben. Dat zijn hele goede wethouders. De persoon en de wethouder kunnen heel goed samenvallen. Maar je bent niet dezelfde voor de inwoner, je staat op een andere positie. Er spelen andere belangen, die je moet wegen en moet benoemen om dan het publieke belang te dienen. De manier waarop je dat doet maakt zoveel goed. Procedurele rechtvaardigheid heet dat ook wel. Als mensen zich gehoord voelen, voelen ze zich ook onderdeel van het besluit. Dat is verwachtingenmanagement. De tijdgeest werkt wel tegen ons. De on-demand-samenleving brengt ons hier en daar in problemen. Er zijn voordelen, want je kunt allebei een baan hebben en kinderen en inkopen doen, maar er zitten ook nadelen aan. Die moeten we bestrijden en daar moeten we open en eerlijk over zijn. Sommige wethouders zijn wat meer op het gezag, andere zijn wat amicaler in de omgang. Mensen mogen kritisch op hen zijn, maar dienen het ambt wel met respect te behandelen. Het gaat om grenzen trekken.’

Gaan mensen ook niet teveel van je verwachten als je ‘tussen’ ze staat of ze goed kent? Ben je dan niet te ontvankelijk voor bepaalde wensen? En worden mensen dan niet boos als je die wensen niet inwilligt?
‘Het vraagt ook iets van de professionaliteit van wethouders. Daarom zetten we als vereniging in op trainingen en intervisie en op kennis op dossiers. Er is de laatste jaren zoveel overgedragen door de rijksoverheid aan het lokaal bestuur, terwijl dit veel impact heeft op mensen. Dat komt nu allemaal op het bordje van de wethouder. De onderzoeken zijn voer voor gesprek in de komende tijd. We zijn nu bezig om dit soort vragen te onderzoeken om het ambt toekomstgericht te houden. We willen het ook vormgeven met de wethouders zelf. Welk openbaar bestuur wil je in deze tijd zijn? We gaan ons daar actiever in mengen, meer onderzoeken, verder de diepte in. Eén persoon moet het uiteindelijk flikken. Het is een bijzonder ambt. De antwoorden op de vragen in de onderzoeken geven we door in masterclasses en in belangenbehartiging richting het rijk, zoals het afschaffen van de deeltijdfactor en het vrijgeven van het maximaal aantal wethouders. Dat komt rechtstreeks uit de bestuurspraktijk en kan het lokaal openbaar bestuur helpen. Dat zijn de riemen waar wij mee roeien om het ambt te verbeteren.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners

Whitepapers