of 59318 LinkedIn

Nieuwe aanpak ondermijning Amsterdam

De gemeenteraad van Amsterdam nam vorige week kennis van het programma ondermijning De Weerbare Stad en stemde in met het initiatiefvoorstel Top 100 ondermijnende criminaliteit van PvdA-fractievoorzitter Sofyan Mbarki. Hij wil ondermijning in de stad op dezelfde manier aanpakken als de Top 600 criminele veelplegers: maatwerk voor individuen en groepen die de grootste risico’s vormen.

Vorige week nam de gemeenteraad van Amsterdam kennis van het programma ondermijning De Weerbare Stad en stemde zij in met het initiatiefvoorstel Top 100 ondermijnende criminaliteit van PvdA-fractievoorzitter Sofyan Mbarki. Hij wil ondermijning in de stad op dezelfde integrale manier aanpakken als de Top 600 criminele veelplegers: maatwerk voor individuen en groepen die de grootste risico’s vormen. 

U wilt een gemeentelijk strategisch beraad ondermijning in Amsterdam, zoals die waarvan Peter Noordanus onafhankelijk voorzitter is. Een programmamanager moet daarvan opdrachtnemer zijn en de gemeentesecretaris ambtelijk opdrachtgever, staat in de bestuurlijke reactie van het college op uw voorstel, want het is een gemeentebrede aanpak. Was dat ook wat u beoogde?
‘Het gaat erom dat één persoon de regie voert en andere partners erbij betrekt. Daarbij zijn ook niet-overheidspartners belangrijk. Knowhow doet er minder toe. Het gaat om de regie. Ik wil mensen aan tafel die ertoe doen en dan is de gemeentesecretaris volgens mij ook de best aangewezen persoon.’

Wie moeten er nog meer in dat beraad zitten?
‘Altijd mensen van Regionale Informatie en Expertise Centrum (RIEC), de Belastingdienst, maar dus ook partijen die niet per se een overheidsfunctie hebben: vertegenwoordigers van banken, bonafide makelaars, verhuurders en wetenschappers. Pieter Tops doet onderzoek op het thema ondermijning. Wetenschappers kunnen duiden, vergezichten schetsen en strategisch meedenken. Daarbij wil ik het onderwerp ook als regio aanvliegen. De Metropoolregio is een begin. In het Noordzeekanaalgebied werken we samen met de politie, maar je kunt ook zuidelijker kijken. Je pakt het aan op fenomenen, zoals vastgoed.’

Het onderdeel Ondermijningstop 100, de titel van uw initiatiefvoorstel, werd door het college ontraden: ‘Prioritering vindt plaats binnen de gekozen sectoren en doelstellingen. Het is daarom belangrijk om bij het bestrijden van ondermijning het getal en een bijbehorende lijst minder centraal te zetten en juist vanuit een gemeentebrede opgave onze stad weerbaar te maken.’ Wat vindt u daarvan?
‘Dat was een misverstand. Eigenlijk bedoelden we hetzelfde. Zij zagen die top 100 als een lijst van bedrijven. Mij gaat het erom dat er een procesregisseur op casus is, zoals bij de Top 600-aanpak, en andere partijen daarbij worden betrokken. Ik het dat de ondermijningstop 100 genoemd. Op een bepaald fenomeen moet er een ambtelijke trekker zijn op een thema, zoals horeca, en dan naast partijen in het veiligheidsdomein ook makelaars, verhuurders en leveranciers uitnodigen. In het programma De Weerbare stad staan al een aantal thema’s. Een Top 100 kan nu eenmaal niet 1-op-1.’

Hoe werkt die meer casusgerichte integrale aanpak?
‘Kijk bijvoorbeeld naar de rol van banken. Zij faciliteren bewust en onbewust witwassen. Als je dat meeneemt, wordt het gemakkelijker. Uit een expertmeeting vorig jaar bleek dat partijen langs elkaar heen werken. Het gaat niet altijd om de strafrechtelijke kant, soms gaat het om sociale structuren en dan moet je ook partijen buiten het veiligheidsdomein erbij betrekken, zoals het zorgdomein, en dan zit je dus op die casuïstiek.’

Een integrale aanpak klinkt mooi, maar vaak komt een effectieve aanpak neer op handhaving en dan blijkt er vaak een capaciteitstekort te zijn. Dat is niet goed voor de geloofwaardigheid. Hoe wilt u dat opvangen?
‘Capaciteit is een probleem, maar het helpt om meer partijen te vragen en er dan wel tijd voor vrij te maken. In the heat of the moment kun je ook kijken naar het proces en hoe je dat organiseert en dan daarop handelen.’

U heeft het ook over sociale, economische en maatschappelijke perspectieven ontwikkelen en over communiceren richting de criminele wereld in de trant van: we houden je in de gaten. Ontbreekt het daar nu aan?
‘Er bestaan sociale ondermijnende effecten. Er zijn sociale structuren in de stad, maar er is ook veel fraude. Kijk naar Airbnb, waarover we hebben afgesproken dat we van 60 naar 30 dagen verhuur per jaar gegaan. We zien nog steeds vakantieverhuurfraude en dat heeft ondermijnende effecten, want er worden woningen onttrokken aan de woningmarkt. Ook andere partijen hebben daarin een verantwoordelijkheid, zoals de vastgoedsector en de horeca. Drugsgelden worden daar witgewassen. We moeten die drempel verhogen en dat vraagt om een brede mentaliteitsverandering. Platformen kunnen ook ondermijnen, niet alleen de markt, ook de stad. Het is gemakkelijk om crimineel geld in een platform terug te laten komen. Dat soort risico’s en gevaren moeten we buiten de deur houden.’

De casuïstiekaanpak is een maatwerkaanpak voor individuen en groepen die de grootste risico’s vormen, ingezet na de moord op juwelier Fred Hund in 2010. Hoe is het de relatief kleine groep die verantwoordelijk was voor duizenden high impact crime (HIC)-delicten vergaan?
‘Niet de hele groep is op het rechte pad, maar er zijn wel successen geboekt. De high impact crimes zijn aangepakt en nu zijn er de hidden impact crimes. We willen de doorgroeiers aanpakken. Criteria zijn dat ze een paar keer moesten zijn gepakt en veroordeeld, nu komt de doorstroming van jongeren die nog niet zijn veroordeeld. Ik heb een motie ingediend die aansluit op wat burgemeester Halsema wil, namelijk een mentaliteitsverandering bij ambtenaren over ondermijnende effecten.'

Waar moet die motie toe leiden?
'Over lokaal drugsgebruik wordt nu gezwegen, maar onze vraag naar drugs zorgt voor de aanwas van kwetsbare jongeren in de drugshandel. Dat heeft maatschappelijke gevolgen. Aan de ene kant klagen mensen over hangjongeren, maar dezelfde mensen vragen hen om drugs. Lokale drugshandel is een opstap naar grotere delicten. Voor het aanpakken van doorgroeiers, moeten we ook iets doen aan lokaal drugsgebruik. Ik wil het niet criminaliseren, maar die vraag naar drugs wel problematiseren. Je moet het er wel over hebben. Trek het van het individuele naar het collectieve. Drugsgebruik lijkt normaal, maar heeft niet alleen leuke kanten, zodra je het hebt over sociaal-maatschappelijke gevolgen. Het is niet normaal. Er worden drugspanden gesloten. Daar moeten we niet onze schouders over ophalen, maar die elementen op tafel leggen. Overigens heeft minister Grapperhaus mij naar aanleiding van mijn motie uitgenodigd om hierover verder praten.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.