of 60775 LinkedIn

‘Naar één decentrale overheids-cao’

In 2010 was CDA-Tweede Kamerlid Eddy van Hijum, nu demissionair gedeputeerde in Overijssel, één van de initiatiefnemers van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaar (Wnra) die op 1 januari 2020 in werking treedt. ‘Ik was verrast dat het zo’n complexe operatie zou worden.’

Eddy van Hijum, nu demissionair gedeputeerde in Overijssel, was als CDA-Tweede Kamerlid in 2010 één van de initiatiefnemers van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaar (Wnra) die op 1 januari 2020 in werking treedt. ‘Ik was verrast dat het zo’n complexe operatie zou worden.’

Initiatiefwet

Het idee ontstond tijdens een pauzemoment van de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de wandelgangen van de Tweede Kamer, zegt Van Hijum negen jaar na dato. Met collega Kamerlid Fatma Koser Kaya (D66) kwam Van Hijum erachter dat het voornemen om de rechtspositie van ambtenaren te normaliseren in beider verkiezingsprogramma stond en dat ondanks de vele moties over het onderwerp nooit die laatste stap werd gezet. Daarom dienden de twee in november 2010 een initiatiefwet in met de verwachting dat het kabinet het initiatief wel zou overnemen. ‘Dat het zo’n complexe operatie zou worden hadden we niet verwacht.’


Belang goed overlegstelsel

Er was nogal wat kritiek op zowel de wet als de cao-afspraken. Een kwart van de gemeenten wees de cao af. Van Hijum wijst erop dat de provincies wel unaniem hebben ingestemd met hun cao, maar wil best ingaan op de bezwaren van gemeenten, zoals over het deels in stand blijven van lokaal overleg met vakbonden op enkele arbeidsvoorwaarden en de werkgeversbijdrage aan de vakbonden. ‘Daar is bij ons ook discussie over geweest. Normalisering houdt in dat je belang hebt bij een goed overlegstelsel. Dit is al staande praktijk en daar committeren we ons aan. Er is discussie geweest over hoogte en doel, maar het belang van een goede overlegsituatie wordt ook gezien en gewaardeerd.’


Tegenmacht vormen
Ambtenaren kunnen ook nog wel degelijk het algemeen belang vertegenwoordigen en een tegenmacht vormen zonder het risico op direct ontslag. Van Hijum vindt dat het ­publieke karakter van de ambtenaar in de afspraken en ook in de wet wordt benadrukt door het handhaven van de ambtenarenstatus en -eed. ‘We stappen van een eenzijdige naar een tweezijdige arbeidsovereenkomst met behoud van het eigen karakter van de overheid. Lang niet alle Europese landen kennen de eenzijdige aanstelling. Het ligt hem vooral in de aard van het werk, het commitment dat je eraan verleent, het blijft een ­bijzondere verantwoordelijkheid.’

Waarborg tegen politieke willekeur

De wet is geen stap achteruit in borging van integriteit of publiek verantwoordelijkheidsbesef. ‘Er zit een waarborg in tegen politieke willekeur en er is een gesloten stelsel van ontslaggronden. Daarbij is de toetsing door UWV of kantonrechter straks vooraf. Nu wordt in de bezwaar- en beroepsprocedure achteraf getoetst of het eenzijdige besluit ­terecht is. Volgens de vakbonden staat de werknemer in het huidige stelsel eigenlijk al op een 1-0 achterstand.’


Loopbaanpaden aanbieden

Als je de discussie aangrijpt om meer mobiliteit te bewerkstelligen, kun je er ook iets uithalen, aldus Van Hijum. Provincies, gemeenten en waterschappen kunnen daarin samenwerken, want hun cao’s lijken op elkaar. ‘We kunnen van de decentrale overheid een interessante werkgever maken door loopbaanpaden aan te bieden. Bij het beeld van de overheid hoort dat je een normaal contract kunt krijgen: erin en eruit. Dat kan met twee stelsels, maar met de genormaliseerde verhoudingen wordt de overheid een aantrekkelijke werkgever, waarbinnen mensen kunnen doorgroeien, ook richting andere overheden of naar de private sector.’


Gezamenlijke cao
Voor de provincies was de discussie rond de Wnra nuttig en verfrissend. ‘We zetten deze stap met ons volle verstand en gaan in goede verhoudingen een gezamenlijke cao voor decentrale overheden verkennen. Gemeenten, waterschappen en provincies hebben meer gezamenlijke uitdagingen dan verschillen. Het kan in het belang van vakbonden en werkgevers zijn dat samen op te pakken. Dat lijkt beter dan verplicht op alle onderwerpen met voorgeselecteerde partijen te overleggen. Nu maak je samen afspraken, wat leidt tot een gedragen cao.’

Lees het volledige interview in Binnenlands Bestuur nr. 8 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door de vries (ambtenaar (gemeente)) op
Wie op de centen zit is de baas. Decentrale overheden zitten niet op de centen: de rijksoverheid zit er op. Provincies en gemeenten zijn voor het over- overgrote deel van hun inkomsten afhankelijk van het rijk. Loonruimte bij decentrale overheden wordt bepaald door rijk. Het rijk vindt vervolgens dat die loonruimte vooral ook voor andere dingen gebruikt moet worden: de accressen van het gemeentefonds en provinciefonds worden doorgaans door alle ministeries minstens vier keer aangewezen als dekking voor de uitvoering van beleidsvoorkeuren van het rijk. Zolang het rijk op de centen zit is het rijk de baas en zijn ambtenaren van decentrale overheden allesbehalve genormaliseerde werknemers omdat hun onderhandelingspartner bij CAO's niet de partij is die aan de touwtjes trekt.