of 61043 LinkedIn

‘Klokkenluiden is geen bewuste keuze’

Werknemers worden vaak onbewust klokkenluider. Ze zien of detecteren iets wat vreemd of niet goed is in de organisatie en worden tijdens het proces van hun melding een klokkenluider. Vooral overheden blijken bang voor reputatieschade en gaan het gevecht aan met de melder.

Werknemers worden vaak onbewust klokkenluider. Ze zien of detecteren iets wat vreemd of niet goed is in de organisatie en worden tijdens het proces van hun melding een klokkenluider. Vooral overheden blijken bang voor reputatieschade en gaan het gevecht aan met de melder.

Dat blijkt uit onderzoek van Rob van Eijbergen, hoogleraar integriteit van organisaties en Vinitha Siebers, onderzoeker aan het Zijlstra Center for public control, governance & leadership van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij bevelen organisaties aan een goede interne meldprocedure in te richten.

Waarom een belevingsonderzoek vanuit het perspectief van de klokkenluider?
Van Eijbergen: ‘We hebben de organisatie van de klokkenluiders niet om wederhoor gevraagd. We kijken vanuit zijn of haar perspectief. Ik vond het zorgvuldig om dat erbij te zeggen. De reden hiervoor is dat klokkenluiders vaak zwaar getraumatiseerd zijn en een vaststellingsovereenkomst getekend hebben met hun werkgever, waarin staat dat ze niet over de melding naar buiten mogen treden. Als ze dit wel doen, zouden zij in overtreding zijn.’

Wat hebben jullie precies onderzocht?
‘Het is een verkennend onderzoek. Ik heb veel met klokkenluiders en met integriteitsonderzoeken te maken gehad en wilde wel eens weten hoe het in Nederland voor hen is geregeld. In 2016 heeft SP-Kamerlid Ronald van Raak het initiatiefwetsvoorstel Huis voor Klokkenluiders door beide Kamers geloodst, maar er blijkt veel niet goed te gaan in de praktijk. Het is niet gemakkelijk klokkenluiders te spreken te krijgen. Onze vraagstelling was: wat overkomt hen nou in de praktijk en wat helpt om hun positie te verbeteren? In het onderzoeksverslag staan ook diepte-interviews met klokkenluiders.’

Klokkenluiden is vaak geen bewuste keuze, schrijven jullie. Hoezo niet? Je denkt daar toch over na?
‘Je ziet een misstand. Je neemt contact op met jouw leidinggevende en ontdekt vervolgens dat er niks gebeurt. Voor je het weet zit je in een escalatieladder. Ineens ben je klokkenluider. Dat was het geval in het merendeel van de gevallen. Opvallend vonden we dat dit juist bij de overheid zo slecht gaat. Zij zijn bang voor reputatieschade. Het bedrijfsleven koopt dat doorgaans af.’

Klokkenluiders kiezen meldkanalen die zij als juist zien, maar gaandeweg komen er steeds meer betrokkenen bij, is een andere conclusie. Hoe erg is dat dan?
‘De zaak raakt steeds meer uit hun handen, maar ook vanuit de betrokkenen wordt het steeds meer een gevecht van de organisatie tegen het individu. Als een melding van een misstand al in het begin goed wordt opgepakt, dan is het probleem vaak gemakkelijk op te lossen. Doorschieten naar een klokkenluider zou niet nodig moeten zijn.’

Klokkenluiden heeft veel psychologische impact. Wat voor nieuws heeft u hieromtrent ontdekt?
‘Wat we heel schokkend vinden, is dat vrijwel alle klokkenluiders die we hebben gesproken lijden aan een vorm van posttraumatische stress. Gevolg daarvan is dat ze met alles en iedereen vechten, met hun hulpverlener, hun advocaat. Dat leidt tot rechtszaken en veel rechters duiden dan verkeerd: die klokkenluider is gewoon lastpak, het zijn ruziemakers, er is iets mis met ze. Maar oorzaak en gevolg worden hier omgedraaid. Nee, dat wordt in die rechtszaken dan niet juist geduid door een psycholoog.’

Zowel het serieus nemen van de melding als een correcte afhandeling ervan door de organisatie hebben invloed op het proces van klokkenluiden, schrijven jullie. Veel organisaties reageren zeer defensief op meldingen en gaan de strijd aan met de melders in plaats van de misstand op te lossen. Waarom speelt de reactie van de organisatie zo’n belangrijke rol?
‘Die reactie is belangrijk voor die psychologische impact. Dat kan zijn, omdat een melding niet goed is afgehandeld, maar er is ook spitting-gedrag: collega’s vinden het lastig, ze zijn het met je eens, maar vanwege hun eigen positie keren zij zich van je af. Zo vindt uitsluiting vindt plaats. En zeker als dan ook de vertrouwenspersoon niet onpartijdig blijkt te zijn. Bij een melding zou de regeling eigenlijk zo moeten zijn dat de melder wordt beschermd. Niet zelden is de vertrouwenspersoon ook adviseur van het management. Nee, die titel mag je dan eigenlijk niet dragen. Het is vaak geen kwade opzet, maar wel onbekendheid met de functie. Er gebeuren al dingen op dat gebied en het staat niet in onze aanbevelingen, maar ik zou zeker adviseren om die functie te professionaliseren. Als een organisatie er oog voor heeft, dan is het goed geregeld. Op het moment dat iemand klokkenluider wordt, dan gaat het mis. Het is heel uitzonderlijk dat iemand wordt gerehabiliteerd. Als het gebeurt, dan is dat na jarenlange strijd. Als het eenmaal zo ver is dat iemand moet klokkenluiden, dan is het al te laat.’

Meestal reageren organisaties dus defensief. Vooral overheidsorganisaties hebben angst voor reputatieschade en gaan het gevecht aan met de melder. Waar komt die angst toch vandaan?
‘Reputatieschade heeft daar inderdaad veel meer impact. Als iemand een technisch mankement bij een brug meldt en stelt dat dit meteen opgelost moet worden, moet een leidinggevende toegeven dat het lang niet goed is geregeld. De overheid is daar gevoelig voor, want de media en het publiek kijken mee.’

Wat zijn jullie belangrijkste aanbevelingen?

‘Bekijk de meldingsprocedure goed op organisatieniveau. Werkt het in de praktijk? Bied daarnaast goede ondersteuning aan klokkenluiders: naast juridische hulp ook psychosociale hulp, zeker bij langdurige zaken. De rechterlijke macht zou het gedrag van klokkenluider beter moeten duiden en bij het Huis voor Klokkenluiders is ook ruimte voor verbetering.’

Waarom is dit onderzoek van belang voor het Huis voor Klokkenluiders? Een van de aanbevelingen volgt uit een advies van Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen: de scheiding van onderzoek en advies, met name als het gaat om psychologische hulp.
‘Ja, ze hebben er zelf ook al op gewezen in hun toekomstvisie, maar het is nu nog niet verbeterd. Het is beter om psychosociale hulp buiten het Huis te organiseren om verwarring te voorkomen. Het is daarnaast belangrijk goed te kijken naar de onderzoeksafdeling: herijk het onderzoeksprotocol om de kwaliteit van de onderzoeken te vergroten. Het gaat dan om competenties en vaardigheden van de onderzoekers. En stel een onafhankelijke klachtenprocedure in. Laat aantal mensen meekijken naar die klachten. Het gaat om beschadigde mensen. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan.’

En wat zou u overheden adviseren?
‘Een aanbeveling aan beleidsmakers is: zorg dat het beter geregeld is. Voer periodiek onafhankelijke evaluaties uit naar het Huis voor Klokkenluiders. De Tweede Kamer zou daar eens goed naar moeten kijken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Tanja op
Dezelfde mechanismen treden vaak in werking als een burger een misstand meldt... Ook dan gaat de overheid nogal eens liever het gevecht aan met de melder.
Door Southern Comfort op
Niet alleen kijken, dat doen velen al meer dan genoeg. Inclusief de wegkijkers.