of 59345 LinkedIn

Kabinetschef cruciaal bij integriteitszaken

‘De burgemeester is niet verantwoordelijk voor de bestuurlijke integriteit maar voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit.’ Het is een van de opmerkelijke zinnen uit (groeps)interviews die oud-Tweede Kamerlid en oud-waarnemend burgemeester Dick de Cloe in opdracht van het ministerie van BZK hield met 18 burgemeesters en andere betrokkenen bij integriteitskwesties in gemeenten.

‘De burgemeester is niet verantwoordelijk voor de bestuurlijke integriteit, maar voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit.’ Het is een van de opmerkelijke zinnen uit (groeps)interviews die oud-Tweede Kamerlid en oud-waarnemend burgemeester Dick de Cloe in opdracht van het ministerie van BZK hield met 18 burgemeesters en andere betrokkenen bij integriteitskwesties in gemeenten.

Risicovrij besturen 'onmogelijk'
‘Bij het lokaal bestuur is risicovrij besturen en specifiek het voorkomen van integriteitskwesties een onmogelijkheid, beperken ervan vanzelfsprekend vanuit een democratisch rechtvaardigheidstreven’, is het motto van het empirisch bestuurlijk onderzoek dat De Cloe met adviesbureau BMC uitvoerde naast het onderzoek integriteitsprocedures wethouders. De Cloe sprak dit jaar 18 betrokken over de zorgplicht van de burgemeester ten aanzien van integriteit en in het bijzonder ten aanzien van de wethouder. In de gesprekken keerden de onderwerpen regelgeving, de positie van de burgemeester en gemeenteraad en de rol en positie van derden steeds terug.

Geen extra bevoegdheden
Onder meer bleek dat op het punt van het bevorderen van bestuurlijke integriteit geen extra wettelijke bevoegdheden moeten worden toegevoegd aan het takenpakket van de burgemeester. Zijn ‘gezag’ wordt van groter belang geacht. In combinatie met een goede samenwerking met de gemeenteraad vormt dat de basis voor een goed integriteitsbeleid. Extra wettelijke bevoegdheden hebben ook nadelen en kunnen leiden tot een onwerkbare situatie tussen de burgemeester en de gemeenteraad.

Risicoanalyse integriteit
Een mogelijke extra wettelijke regeling is een onderzoek ‘risicoanalyse integriteit’ voorafgaand aan de benoeming van een wethouder. Dit onderzoek kan als wettelijke verplichting worden toegevoegd aan het huidige artikel 16 van de Gemeentewet, zodat in het reglement van orde de verplichting tot een risicoanalyse integriteit voor een te benoemen wethouder is vastgelegd. Een andere manier om dat onderzoek te regelen is door het toe te voegen aan de wettelijke vereisten voor het wethouderschap in artikel 36a, lid 1 Gemeentewet.

Verplicht keurmerk
Meestal worden integriteitsonderzoeken voorafgaand aan de benoeming van een wethouder niet door een burgemeester, maar door een onafhankelijke partij uitgevoerd. De burgemeester zou dit proces al ruim voor de gemeenteraadsverkiezingen moeten vastleggen met alle betrokkenen. De keuze voor de ‘onafhankelijke’ partij vraagt de nodige aandacht, want de onafhankelijkheid van onderzoeksbureaus wordt vaak kritisch bekeken. In februari 2019 publiceerde minister Kajsa Ollongren de ‘Handleiding basisscan integriteit voor kandidaat bestuurders’. Daarmee koos zij voor een (minimum)standaard of kwaliteitskader. Uit gesprekken met De Cloe bleek dat betrokkenen een verplichte kwaliteitsstandaard voor onderzoeksbureaus wenselijk achten. De handleiding zou dan als ‘keurmerk’ van BZK kunnen fungeren voor dergelijke bureaus, instanties of commissies.

Worsteling
Veel burgemeesters worstelen met het spanningsveld tussen artikel 170 en artikel 180 Gemeentewet. Enerzijds bevorderen ze de bestuurlijke integriteit (artikel 170), anderzijds leggen zij verantwoording af aan de gemeenteraad over het gevoerde beleid en het geven van inlichtingen aan de raad (artikel 180). ‘Voor je het weet is artikel 180 een beletsel voor een goede uitoefening van artikel 170 omdat je overal verantwoording over moet afleggen’, aldus een van de geïnterviewden.

Herken de onderstroom
In moeilijk bestuurbare gemeenten is het belangrijk de onderstroom in de gemeente en gemeenteraad goed te onder- en herkennen. ‘Ons kent ons’ en ‘zo hebben we het altijd al gedaan’ zijn vaak argumenten om bestaande vormen van cliëntelisme te laten bestaan en daardoor te schuren langs aspecten van integriteitsschendingen, schrijft De Cloe. ‘Dat kan de ambtelijke organisatie raken als de politieke cultuur niet voluit de normen en waarden die bij een integriteitsbeleid horen, voorop plaatst.’ Een toets op de herkomst van financiën van lokale partijen werd wenselijk genoemd, zeker in het licht van een te voeren integriteitsbeleid. Verder merkt een geinterviewde op ook de locoburgemeester bij integriteitsvraagstukken te betrekken, ‘zodat de verantwoordelijkheid voor integriteit niet afhankelijk is van de aanwezigheid van de burgemeester’.

Vliegend inzetbaar ondersteuningsteam
Ter ondersteuning van de burgemeester bij het doorbreken van een foute bestuurscultuur werd de suggestie gedaan een ‘vliegend inzetbaar team van medewerkers’ per provincie te vormen. Die kan dan ondersteuning geven bij gemeenten met aanhoudende bestuurlijke problemen. ‘Een soortgelijk advies is eerder aan de CvdK van Noord-Brabant gegeven naar aanleiding van bestuurlijke problemen bij de gemeente Zundert (2004). Aan dat advies is toen geen uitvoering gegeven.’ De burgemeester zou ook zelf een permanente adviesgroep kunnen in- en samenstellen met expertise van buiten ter advisering bij (ambtelijke) integriteitskwesties. De omvorming van de commissie van de geloofsbrieven tot een (permanente) integriteitscommissie wordt als een goede en werkbare gedachte gezien. In de gemeente Brunssum beslist de commissie integriteit of er een extern bureau wordt ingeschakeld voor een nader onderzoek. De burgemeester begeleidt het proces.

Positie kabinetschef 'cruciaal'
Burgemeesters blijken zich in de periode van herbenoeming kwetsbaar te voelen in de omgang met de gemeenteraad en de raadsleden. ‘Wellicht geven zij daardoor minder aandacht aan integriteitszaken.’ Verder hebben burgemeesters bij integriteitskwesties een voorkeur voor contact met de CvdK boven de minister. De CvdK staat dichterbij en is meer vertrouwd. De positie van een kabinetschef kan hierbij opmerkelijk en cruciaal zijn. ‘Een burgemeester neemt vaak makkelijker contact op met de kabinetschef dan met een CvdK. De kabinetschef speelt ook een adviserende rol bij de herbenoeming van burgemeesters en kan zo een spilfunctie vervullen.’ De benoeming van een regeringscommissaris moet vooral een dreiginstrument zijn, aldus de betrokkenen. ‘Dit bevordert het zelfreinigend vermogen van de lokale democratie.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door C 'n' B 'n' C op
Als al in de praktijk er een volstrekt klassenonderscheid (functie en schaal) bestaat m.b.t. het handhaven bij ambtsmisdrijven die o.a. door kabinetschef en burgemeester volledig worden genegeerd waarbij de melder wel de klappen mag opvangen, heb je uiteraard niets aan zo'n functie. De zwakste schakel van behoorlijk bestuur zit met name in de top waar geen checks, balances en compliance plaatsvindt..
Door Betje op
Dit krijg je als je de integriteitsindustrie en een oud-bestuurder dit soort interviews laat houden en onderzoek laat doen. Wat voor onderzoeksopdracht was er? Welk protocol is er aangehouden. Waren de betrokkenen wel deskundig op het gebied van (bestuurlijke) integriteit en recht? Kortom: vragen, vragen, vragen!
Door Aagje op
Dus De Cloe heeft samen met een commerciële partij "kwalitatief onderzoek" gedaan door 18 "betrokkenen" te interviewen?

Waar kunnen wij dat onderzoek inzien? De link in deze tekst leidt - via een ander artikel - naar het onderzoek van de Radboud Universiteit. Ik ben wel benieuwd naar de onderzoeksopzet van dat kwalitatieve onderzoek. Zelf vraag ik ook wel eens aan 18 "betrokkenen" (nog wel meer ook) wat zij vinden van een bestuurlijke kwestie, maar om dat nou meteen maar kwalitatief onderzoek te noemen ....

En dan die kabinetschef, wat is dat nou weer voor functionaris? Ik ben er nooit een tegengekomen bij de gemeenten die ik ken. Een ambtenaar bij de provincie misschien? En waarom zou een burgemeester dan eerder met zo iemand willen praten?

Vaag stukje, dit
Door Gerrit (beleidsadviseur) op
De expliciet wettelijke taak van de burgemeester de bestuurlijke integriteit van de gemeente te bevorderen is in per 1 februari 2016 in art. 170 van de Gemeentewet opgenomen. Interessant is nog eens de achtergronden daarvoor te lezen in de Memorie van Toelichting (Kamerstuk 33691, nr. 3, hoofdstuk 4) waar ook de rol van de CdK t.a.v. de gemeente wordt toegelicht en de gevoeligheid van de nieuwe wettelijke taak voor de burgemeester. De RvS zegt er in zijn advies niets over. In de Memorie van Antwoord (Kamerstuk 33691, C, hoofdstuk 4) op vragen uit de Eerste Kamer wordt ook ingegaan op publicaties va C.J. Versteden en D.J. Elzinga n.a.v. de voorstellen t.a.v. de wijziging van artikel 170. In de Nadere MvA, 33691, nr. E) wordt nog expliciet gereageerd op Bestuurlijke integriteit en bestuurlijke crises.
Er zijn raakvlakken met de bevindingen van De Cloe.
Met andere woorden, voldoende stof naast de vijf al geagendeerde stukken voor het Algemeen Overleg van de Vaste Commissie voor Binnenlandse Zaken op 28 november over Integriteit openbaar bestuur.
Door Observant (adviseur) op
@andere observant: in de tekst die gisteren is gepubliceerd, werd hij nog als oud-senator aangeduid. Kennelijk is dit inmddels aangepast. In tegenstelling tot andere online-media zoals NRC-Handelsblad maakt Binnenlands Bestuur geen melding van wijzigingen in een artikel.
Door andere observant (adviseur) op
Opmerkelijk dat Observant leest dat De Cloe senator zou zijn geweest. Het artikel rept alleen over een lidmaatschap van de Tweede Kamer.
Door Observant (adviseur) op
Jammer dat niet wordt uitgelegd waarom de schrijver de zin ‘De burgemeester is niet verantwoordelijk voor de bestuurlijke integriteit maar voor het bevorderen van de bestuurlijke integriteit’ zo opmerkelijk vindt.
Dit is gewoon zoals het in de Gemeentewet staat: "De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente". Het zou ook te makkelijk zijn als de burgemeester verantwoordelijkheid draagt voor het handelen van bestuurders.

Overigens is de heer De Cloe nooit senator geweest.