of 62812 LinkedIn

Geen baan ondanks terugkeergarantie

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Een ambtenaar van de gemeente Vlaardingen krijgt verlof om elders een politieke functie te vervullen. Hij heeft een terugkeergarantie. In hoeverre is de gemeente verplicht om hem daadwerkelijk weer in dienst te nemen?

'In de clinch' is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Als ambtenaar Koen Vaatman*, gemeente Vlaardingen, in een andere gemeente een politieke functie krijgt, verleent het college hem – zo heet dat – tijdelijk ontheffing van de waarneming van zijn ambt. Dat gaat in op 1 juni 2010. Mocht Vaatman daar niet worden herbenoemd, dan geldt een terugkeergarantie. Het college zal dan voor hem ‘een passende dan wel geschikte functie’ zoeken. De herbenoeming komt er, het college verlengt het verlof twee keer, steeds met twee jaar. In elke van deze collegebesluiten staat dat Vaatman vanaf 1 januari 2018 een terugkeergarantie heeft.

Met Vaatman wordt afgesproken dat vanaf medio 2017 met de zoektocht naar die functie wordt begonnen. Voor dat re-integratietraject wordt een extern bureau ingeschakeld en dat moet voor 1 juli 2018 – dat hanteert het college als einddatum – die baan zien te vinden. Lukt dat niet, zo wordt afgesproken, dan zal Vaatman eervol worden ontslagen. En dat gebeurt ook, nu het niet lukt om hem te herplaatsen.

De formele grondslag van het ontslag is dat de gemeente gedurende een geruime periode op een zorgvuldige wijze heeft gezocht naar een passende functie voor Vaatman, maar dat niet mogelijk is gebleken hem in actieve dienst te herstellen.

Vaatman laat het daar niet bij zitten. Er gold toch een garantie? De rechtbank Rotterdam oordeelt dat, hoewel het college in drie besluiten had aangegeven voor hem een passende baan te zoeken als zijn politieke carrière is beëindigd, Vaatman daaruit niet kon afleiden dat er sprake was van een absoluut recht op terugkeer naar een ambtelijke functie. Op het college rustte slechts een inspanningsverplichting om hem te herplaatsen. En zich ingespannen heeft het college ook, vindt de rechtbank, en wel gedurende een redelijke termijn – immers, reeds vier maanden voordat Vaatman naar het gemeentehuis zou terugkeren is al gestart met het herplaatsingstraject.

Vaatman is het niet eens met het vonnis en stapt naar de Centrale Raad van Beroep. Ook deze vindt dat het college voldoende heeft gedaan om hem te herplaatsen. In het traject is zowel binnen als buiten de gemeente gezocht naar een betrekking en er is een flink aantal vacatures onder de aandacht van Vaatman gebracht. Al begin november 2017 is een eerste vacature aangeboden en vanaf december 2017 is dat vaker gebeurd.

Anders dan Vaatman betoogt, is in de verlengingsbesluiten over zijn verlof geen harde afspraak tot plaatsing in een functie bij de gemeente te ontwaren. De terugkeer is afhankelijk van het vinden van een passende functie, wat inhoudt dat geen sprake is van een onvoorwaardelijke terugkeergarantie. Vaatman brengt daar tegenin dat hij tenminste in aanmerking diende te komen voor een tijdelijke functie, die destijds werd vervuld door een externe kracht.

Ook dat argument haalt het niet. Het college heeft immers een grote mate van vrijheid bij het bepalen van de inrichting van de gemeentelijke organisatie, waaronder het werken met een zogeheten flexibele schil. Er was ook geen verplichting om speciaal voor Vaatman een functie te creëren, indien geen beschikbare, passende functie wordt gevonden.

Kortom, zegt de Raad in zijn uitspraak van 5 november 2020, het college heeft in redelijkheid het standpunt ingenomen dat Vaatman niet in actieve dienst kon worden hersteld.

* De naam is gefingeerd. ECLI:NL:CRVB:2020:2732

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.