of 59250 LinkedIn

Feiten verzwijgen bij interne sollicitatie

Een ambtenaar van de gemeente Den Haag solliciteert intern naar een nieuwe functie. Ze laat weten dat ze wegens ziekte beperkter inzetbaar zal zijn dan eerst was bedoeld. Waarom gaat die functie toch aan haar neus voorbij?

Een ambtenaar van de gemeente Den Haag solliciteert intern naar een nieuwe functie. Ze laat weten dat ze wegens ziekte beperkter inzetbaar zal zijn dan eerst was bedoeld. Waarom gaat die functie toch aan haar neus voorbij?

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Het is niet onlogisch dat de Haagse ambtenaar Lucia Verbaak* intern naar een nieuwe functie solliciteert. Haar huidige baan: een aanstelling van één jaar, voor 24 uur per week. Ze ambieert een baan van 36 uur per week.

Een week nadat ze haar sollicitatiebrief heeft verstuurd, meldt ze zich voor enkele dagen ziek, gaat naar de bedrijfsarts en hervat daarna gedeeltelijk haar werkzaamheden. Snel daarna vindt het sollicitatiegesprek plaats. Daar wordt Verbaak gevraagd of er belemmeringen zijn om de functie uit te oefenen, want het is mentaal en fysiek een zware baan. Nee hoor, laat ze weten. Als zij de baan krijgt, adviseert haar huidige leidinggevende Verbaak de urenbeperking zo spoedig mogelijk te melden.

Verbaak mailt haar nieuwe leidinggevende echter dat ze die 36 uur wil werken. Maar twee weken voordat ze echt aan haar nieuwe functie begint, geeft ze door dat het – wegens haar ziekte – voor maar vier uur per dag kan. Ze wordt gevraagd waarom zij die beperkte beschikbaarheid niet eerder heeft gemeld. Haar verklaring is niet al te sterk en snel daarna valt het besluit dat, vanwege het verzwijgen van relevante informatie – waardoor het vertrouwen in een goede samenwerking is geschaad – de plaatsing in de nieuwe functie niet doorgaat. Verbaak heeft tijdens haar sollicitatie geen getrouw beeld geschetst van haar geschiktheid en daarmee heeft zij gehandeld in strijd met de gemeentelijk Sollicitatiecode. Tegelijk wordt besloten dat haar tijdelijke aanstelling (in haar oorspronkelijke functie) niet wordt verlengd.

Tegen beide besluiten verzet Verbaak zich en uiteindelijk oordeelt de Centrale Raad van Beroep hierover op 2 november 2017. Deze wijst ook op de Sollicitatiecode: die schrijft voor dat de sollicitant de informatie verschaft die nodig is om een waar en getrouw beeld te krijgen van de geschiktheid voor de vacante functie. Hoewel bij een sollicitatie geen vragen mogen worden gesteld over de gezondheidstoestand van de sollicitant, betekent dat niet dat de sollicitant onder geen enkele omstandigheid relevante informatie over de gezondheid uit eigen beweging mag achterhouden.

De Raad vindt ook dat het niet tijdig kenbaar maken van de beperkte inzetbaarheid van Verbaak tot een vertrouwensbreuk heeft geleid. Zij had haar nieuwe leidinggevende over haar halve inzetbaarheid moeten informeren op het moment dat dit voor haar duidelijk was, dus direct na het bezoek aan de bedrijfsarts. Toen Verbaak haar nieuwe leidinggevende per e-mail verzocht om 36 uur te gaan werken, had zij hem ook kunnen informeren over haar beperkte inzetbaarheid. Doordat Verbaak daarmee wachtte tot vlak voor de datum waarop zij in de nieuwe functie zou gaan werken, is het vertrouwen in haar geschonden. Dus: terecht geen nieuwe functie.

En het stopzetten van haar tijdelijke – eerste – aanstelling? Het is vaste rechtspraak dat een tijdelijke functie niet hoeft te worden verlengd en deze hoeft ook niet te worden omgezet in een vaste aanstelling. Dat heeft Verbaak zelf in de hand gewerkt, want met het verzwijgen van de beperkte inzetbaarheid en het negeren van het advies van haar leidinggevende heeft zij afbreuk gedaan aan de vertrouwensbasis die voor voortzetting van het dienstverband noodzakelijk is. Lucia Verbaak kan thuis op de bank nadenken over het begrip ‘vertrouwen’.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2017:380
0

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.