of 59345 LinkedIn

Europese pensioenen zijn een ratjetoe

Ons pensioensysteem kent drie pijlers. De eerste pijler verzorgt de overheid (en wordt in hetzelfde jaar betaald door de beroepsbevolking – in Nederland is dat de AOW), de tweede pijler verzorgen de werkgevers (betaald door de werkgever en de werknemers) en de derde pijler bestaat uit persoonlijke pensioenregelingen.

De nood voor pensioenhervormingen is een internationaal probleem, maar vereist nationale oplossingen. Dat zegt Aitor Emaldi, secretaris-generaal van EAPSPI, een Europees kennisplatform voor pensioeninstituten in de publieke sector. De Spanjaard ziet een trend naar individualisering wat betreft risico. 

Ons pensioensysteem kent drie pijlers. De eerste pijler verzorgt de overheid (en wordt in hetzelfde jaar betaald door de beroepsbevolking – in Nederland is dat de AOW), de tweede pijler verzorgen de werkgevers (betaald door de werkgever en de werknemers) en de derde pijler bestaat uit persoonlijke pensioenregelingen.

Keuze investering
Er is volgens Aitor Emaldi in Europa een beweging weg van collectief risico in de tweede pensioenpijler naar individueel risico. ‘Het zal misschien gedeeld blijven, maar steeds vaker wordt een investeringskeuze van individuen verwacht. Het probleem daarbij is dat een individu, om de juiste keuze te maken, moet weten hoe de zaken in elkaar steken. En dat is moeilijk. In een individueel systeem is de kans op het maken van een incorrecte keuze waarschijnlijker. Persoonlijk vind ik dat een probleem: het systeem moet bepalen welke keuzes burgers kunnen maken – tussen pensioenfondsen en verzekeraars – afhankelijk van het nationale pensioenstelsel’, aldus Emaldi. ‘Het is niet aan de individuele burgers om te bepalen wat het beste systeem is. Zij baseren hun beslissingen op individuele behoeften. Het is aan organisaties, politici, vakbonden en andere sociale partners om te bepalen welk systeem geïmplementeerd moet worden. Daarbij moeten ze zich baseren op de behoeften en eisen van de samenleving als geheel. De rol van individuen is om te sparen.’

Dalende opbrengsten
Er moeten volgens hem om verscheidene redenen pensioenhervormingen komen. ‘Het is een internationaal probleem, maar het vereist nationale oplossingen. Onze 24 leden in 15 landen doen dat verschillend. Het is niet mogelijk om het Nederlandse systeem, dat werkt, in een andere samenleving te implementeren, aangezien die andere burgers, eisen en behoeften heeft.’

We leven langer, de rentes zijn laag en de opbrengsten dalen. In een goed jaar zijn de opbrengsten 6 of 7 procent, terwijl dat vroeger in sommige jaren 20 tot 25 procent was. Twintig jaar geleden werkten vier mensen voor één gepensioneerde. Nu daalt dat aantal naar drie en in de toekomst waarschijnlijk naar twee. Emaldi: ‘Het betekent dat je voor jezelf werkt en voor het pensioen van 0,5 mensen. Dat is erg duur. Het gevolg is dat de vervangingsratio’s gaan afnemen. Het is niet onmogelijk om dat tegen te gaan, maar dan is er een productiviteitstoename nodig die niet is voorspeld.’

Terugbrengen schuld
Een ander probleem is de toestand van de arbeidsmarkt. ‘Ik ben 56 jaar oud’, zegt Emaldi, ‘en mijn contributie is vrij stabiel. Maar er is een toename van freelancers en mensen die via platforms werken, en hun bijdrage is minder stabiel.’ Ten slotte zijn er enkele landen met problematische schulden, zoals België, Frankrijk, Italië en Spanje. In het verleden, als de overheid de pensioenen niet kon betalen, kon ze gewoon wat nieuwe schuldpapieren uitgeven. Dat kan nu niet meer. Nu moet de overheid de schuld terugbrengen.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 18 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Hans op
T. Faber: dan zijn we het eens!
Door t. faber op
Uitstekend idee beste Hans. De vos dus op de kippen laten passen. Chapeau!
Door Hans op
Zou het niet prachtig zijn als we uit solidariteit alle pensioenvermogens en -regels voor alle EU-burgers laten gelden? Onder budgettair beheer van het EU-parlement en de EU commissie.
Door Spijker (n.v.t.) op
Vroeger waren de plussen, maar ook de minnen (!!!), via de beleggingen van pensioenfondsen inderdaad veel groter. Door de lage ECB-renten zijn ook de gemiddelde beleggingsopbrengsten (obligaties, aandelen, onroerend goed, private equety) van de pensioenfondsen tot normale proporties teruggebracht. De uitslagen naar boven en naar beneden zijn al een flink aantal jaren minder groot dan vroeger. Het gemiddelde van de meeste fondsen ligt nog steeds op ca. 7% over 20 - 30 jaar. Het ABP heeft inmiddels een vermogen van ca. een half biljoen euro.
Gepensioneerden met een inkomen vanaf ca. E 36.000 betalen mee aan hun eigen staatspensioen (AOW).
De Overheidsschuld van Nederland is met nog geen 47% één van de laagste van de EU.
Kortom er is héél veel meer over pensioenen in de EU te melden.