of 59147 LinkedIn

Diefstal van tien euro is reden voor ontslag

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht.

Een cassière van de gemeente Rotterdam liet een tientje in haar zak glijden. Ze slikte medicijnen en was even niet bij zinnen, zei ze. Het ging trouwens om een bedrag van niks. Waarom werd ze toch ontslagen? 

In de clinch is een rubriek waarin jurist/columnist Michel Knapen actuele zaken in het ambtenarenrecht belicht. 

Een gewone werkdag, met een wel heel pijnlijke afloop. Eind november 2015 ontstaat bij de gemeente Rotterdam het vermoeden dat Eefje Kroosdijk* – die aan de kassa van een gemeentelijke winkel zit – een geldbiljet van tien euro, dat zij van een klant ontving voor de verkoop van een product, niet in de kassalade stopte maar in de linkerzak van haar fleecejack. Gedurende het integriteitsonderzoek wordt Kroosdijk geschorst en mag zij de gebouwen en terreinen van de gemeente niet betreden. Al snel concludeert het college dat Kroosdijk zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal of verduistering in dienstbetrekking. Dat is ernstig plichtsverzuim, wat leidt tot onvoorwaardelijk ontslag.

Kroosdijk haalt verhaal bij de rechtbank Rotterdam. Ze stelt dat ze ten tijde van het incident medicijnen slikte die het concentratie- en reactievermogen sterk negatief hebben kunnen beïnvloed. Ook had ze last van astma die tot vermoeidheid kan leiden. Dat verklaart haar onoplettendheid. De rechtbank gelooft het allemaal niet. Kroosdijk gaat in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die 29 maart uitspraak deed. Het is volgens de hoogste ambtenarenrechter vaste rechtspraak dat in het ambtenarentuchtrecht niet de strikte bewijsregels gelden die in het strafrecht van toepassing zijn. Wil een bestuursorgaan een ontslagbesluit nemen, dan moet de overtuiging bestaan dat de ambtenaar de hem verweten gedragingen heeft begaan.

Kroosdijk erkent dat zij het briefje van tien zonder toestemming in haar jaszak heeft gestopt. Zij betwist echter dat ze dit opzettelijk deed, maar daar kan de Raad niets mee. Op de camerabeelden is te zien dat Kroosdijk ‘het biljet eerst neerlegt, dit vervolgens oprolt/opvouwt, zij (opvallend) om zich heen kijkt, dan van de kassa wegloopt in een andere richting dan de klant, zij nog een keer achterom kijkt en het dan in de linkerzak van haar fleecejack steekt’.

Daar valt weinig tegen in te brengen. Het is de ambtenaar zelf die aannemelijk moet maken dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend. Kroosdijk brengt weer het medicijngebruik in stelling. De huisarts spreekt dan wel over ‘mogelijke bijwerkingen’, niet is gebleken dat Kroosdijk daar tijdens de diefstal daadwerkelijk last van had.

Daarnaast heeft de bedrijfsarts gesteld dat de bijwerkingen meestal bij aanvang van het medicijngebruik voorkomen, en daarna niet meer, terwijl Kroosdijk de medicatie al sinds 2014 gebruikt. Er zijn trouwens niet eerder signalen geweest van minder functioneren of vergeetachtigheid door het medicijngebruik. Kroosdijk heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar medicijngebruik van invloed is geweest op het haar verweten gedrag. Kortom: plichtsverzuim.

Maar ja – een tientje, waar praten we over? De Raad wijst erop dat de geringe waarde van het meegenomen goed op zichzelf niet van belang is bij de beoordeling of al dan niet sprake is van plichtsverzuim – ook dát is vaste rechtspraak. Kroosdijk vervulde, als cassière, een vertrouwensfunctie. Omdat ze veelvuldig contante geldbedragen van klanten ontving moest het college erop kunnen vertrouwen dat Kroosdijk van haar zelfstandigheid en vrijheid geen misbruik zou maken. De Raad acht de opgelegde straf evenredig aan de aard en ernst van het plichtsverzuim. Men is gewaarschuwd: een klein diefstalletje kan al leiden tot ontslag.

* De naam is gefingeerd.
ECLI:NL:CRVB:2018:977

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.