of 59345 LinkedIn

‘Bedreigingen beïnvloeden besluitvorming niet’

Bedreigingen aan het adres van wethouders hebben geen invloed op de bestuurlijke besluitvorming. Er zijn voldoende checks and balances in de gemeentelijke organisatie.Wel hebben bedreigingen ingrijpende gevolgen in de privésfeer en op het denken en handelen van de bestuurders. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Diana Marijnissen aan de Open Universiteit.

Bedreigingen aan het adres van wethouders hebben ingrijpende gevolgen in de privésfeer en op het denken en handelen van de bestuurders, maar invloed op de bestuurlijke besluitvorming heeft het niet. Er zijn voldoende checks and balances in de gemeentelijke organisatie. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Diana Marijnissen aan de Open Universiteit.

Als docent aan de Academie voor Veiligheid en Bestuur van Avans Hogeschool en onderzoeker bij hun Expertisecentrum Veiligheid promoveert u aanstaande vrijdag op uw proefschrift ‘Bedreigde wethouders. Een onderzoek naar de aard en invloed van bedreigingen tegen lokale politici’. Waarom besloot u hierop te promoveren?
‘Als communicatieadviseur bij verschillende gemeenten constateerde ik een cultuurverandering van de wethouder die aan de toog sprak met omwonenden over het omleggen van een weg of een nieuwe verkeerstunnel naar interactie met burgers op een inspraakavond, waarbij je eerst met de politie om tafel moest en locatie en vluchtroutes ging bekijken. De onbevangenheid verdween. Toen ik als docent resultaten hoorde van de monitor Agressie en Geweld 2018 van het ministerie van BZK schrok ik: 40 procent van de wethouders is ooit bedreigd. Vanuit mijn interessegebied gedragsbeïnvloeding ben ik in gesprek gegaan met bestuurders in mijn netwerk en begon ik met mijn promotieonderzoek.’

Uiteindelijk sprak u 35 wethouders die zich ooit bedreigd hebben gevoeld. Hoe selecteerde u hen?
‘Ik zocht een aantal casussen in de media en via de Wethoudersvereniging vroeg ik wethouders die zich bedreigd hebben gevoeld om mee te doen. De respondenten zijn een dwarsdoorsnede van de wethouders in Nederland. Een vrij homogene groep mensen van zichzelf, maar niet geconcentreerd in een bepaalde regio. Herhaald slachtofferschap blijkt vaak voor te komen: ik telde 64 incidenten, waarbij zij zich bedreigd voelden. Het gaat dan niet om boze tweets en de bedreigingen zijn ook niet per se strafbaar, maar ze zijn wel ingrijpend en verontrustend.’

Waar moet ik dan aan denken?
‘De bedreigingen zijn heel divers. Doodsbedreigingen op de deurmat, een bijl in de voordeur, maar ook fysiek geweld tegen een kind: bij de keel grijpen, van hun fiets rijden. Omstanders moeten de bedreiger soms van het kind halen. Een andere keer gaat de deurbel en staan daar twee mensen die de wethouder een mes op de keel zetten, waardoor deze buiten bewustzijn raakt. Ik was erg onder de indruk van wat mij werd verteld.’

Wat is de meest voorkomende aard van de bedreigingen?
‘Het zijn bijna allemaal eenlingen met een persoonlijk doel. Het gaat om een vergunning, de aanleg van een verkeersdrempel voorkomen, hele praktische dingen. Er was een bedreiger die toestemming wilde voor een buurthuis voor commerciële doeleinden, terwijl de gemeente dit had afgewezen. Het is heel opvallend dat het vooral om concrete zaken gaat, in 85 procent van de gevallen. Verder zijn er ook enkele meer maatschappelijke thema’s, zoals de bouw van een moskee.’

Hoe gaan de bedreigde wethouder hiermee om?
‘Ik onderzocht wat hun houding is en bekeek een aantal praktijkgevallen: hoe gaan ze er echt mee om? Daaruit komen drie houdingen naar voren. De eerste houding is strijdlust en daadkracht. De wethouder zoekt een rationele oplossing voor de situatie. De emotie is gericht op bedreiging zelf. Hoe kan dat nou? Ik was toch zorgvuldig? De tweede houding is kwetsbaarheid en bedachtzaamheid. De emoties zijn meer gericht op de gevolgen van de bedreiging. De wethouder gaat op zoek naar sociale steun, een klankbord. De derde houding is nuchterheid en aanvaarding: vroeg of laat lost de situatie zich wel op.’

Anonieme bedreigingen in de privéomgeving die lang duren zijn het meest bedreigend. Wat voor invloed heeft dat op de wethouders?
‘Het heeft invloed op hun handelen als wethouder, ze worden voorzichtiger en vragen bijvoorbeeld een externe deskundige om naar het proces te kijken. Ik zag ook meer standvastigheid: dit plan moet er komen. Ze missen signalen uit de omgeving. Dat vertroebelt hun oordeel wel en heeft invloed op het handelen.’

Welke invloed hebben de bedreigingen op hun privéomgeving?
‘Het zijn bijna allemaal bedreigingen in de privéomgeving van de wethouder: een wethouder kreeg tijdens de nachtmis een bloempot naar zijn hoofd. Een ander kreeg drie keer een baksteen door het raam. Je gaat dan het huis opnieuw inrichten, zoals de babykamer verplaatsen naar de achterkant van het huis. De partners doen geen boodschappen meer in de plaatselijke supermarkt, nemen een andere naam, zijn angstig of voelen zich niet veilig in hun eigen huis.’

Welke invloed hebben bedreigingen op hun publieke functioneren?
‘Wethouders bewegen zich minder vrij, nemen soms een andere route naar het werk en voelen zich minder vrij om op bepaalde plekken te komen. In aanloop naar de gemeenteraadverkiezingen deed een wethouder/lijsttrekker een stadswandeling. Ze werd toen al bedreigd en haar man vond dat hij haar daarom iedere keer moest vergezellen. Slapeloosheid komt voor, iemand was 10 kilo afgevallen. Wethouders maken zich ook zorgen over de gevolgen voor hun reputatie. Berichtgeving brengt de naam van de wethouder steeds in relatie met de bedreiging, al of niet terecht. Mensen maken zich dan zorgen. Smaad en laster zijn ook bedreigend. Wethouders moeten dat voortdurend ontkrachten. Vertrouwen is een groot goed voor een wethouder. Als je wordt geassocieerd met zaken die dat kunnen schaden, is dat wel zorgwekkend.’

Het wordt niet bepaald aantrekkelijker om wethouder te worden.
‘Ze maken zich inderdaad ook zorgen over de reputatie van de beroepsgroep, Het is al moeilijk genoeg om goede mensen te krijgen en dan zijn die bedreigingen niet goed voor het imago. Bij sollicitaties na het wethouderschap komt die bedreiging toch weer aan de orde.’

Heeft u ook wethouders gesproken die zijn gestopt wegens bedreigingen?
‘Ja, vaak maken ze zich geen zorgen om hun eigen veiligheid, maar wel om hun gezin. Soms voelen ze zich daar schuldig over. Soms zegt een partner: ik ben er klaar mee. Ik denk dat drie mensen zeiden: dit wordt mij te gek, ik stop. Sommigen nemen eerder afscheid, al of niet gedwongen, en dan kan bedreiging een rol spelen. Dat is dus ongeveer 10 procent. Het is een grote stap voor een wethouder, want vaak zijn ze gepassioneerd met hun werk bezig.’

In 85 procent van de gevallen gaat het om eenlingen, maar hoe zit het dan met ondermijning? Zijn er geen bedreigingen vanuit de hoek van de (georganiseerde) misdaad?
‘Dat is een ander terrein. Ik weet natuurlijk niet wat ze niet verteld hebben, maar ik heb ook weinig gehoord over georganiseerde criminaliteit. Wel hadden sommige wethouders het over mogelijke daders die georganiseerd optreden, maar dat is maar een klein deel. De boze burger lijkt inderdaad een grotere bedreiging dan de gemiddelde crimineel.’

En dan de hamvraag: welke invloed hebben de bedreigingen op de besluitvorming?
In praktijk zie je dat er geen invloed is op de besluitvorming. Ik heb daarvoor een beperkt aantal casussen uitgewerkt, dus het valt niet te generaliseren, maar ik heb ze wel uitvoerig bestudeerd. Er is sprake van invloed op het proces van besluitvorming, zoals voorzichtiger in het optreden of juist meer vastberaden zijn, zijn er in de gemeentelijke organisatie voldoende checks and balances om beïnvloeding op besluitvorming te voorkomen. Bedreiging loont niet. Dat is geruststellend. Aan de andere kant verandert de relatie tussen de burger en de gemeente wel. Wat dat betekent voor de toekomst is de vraag.’

Tot slot, is er wat aan te doen?
‘Van public governance wordt het systeem misschien kwetsbaarder en heb je minder checks and balances, maar mensen zijn wel meer bij de voorkant van de besluitvorming betrokken, dus dat zou elkaar ook kunnen opheffen. Verder kan vroegsignalering helpen. Een ambtenaar uitschelden of een emotionele tweet sturen naar een wethouder kan al een signaal zijn dat er iets speelt. Als je niet weet dat een collega-wethouder wordt bedreigd, ben je als wethouder kwetsbaar. Als je het wel weet, kun je tegen een twijfelende collega-wethouder zeggen: wat is er aan de hand? Emotie is in het algemeen geen goede raadgever, dus je zou emotiereguleringstrainingen kunnen opnemen in het trainingspakket van een wethouder. Verder is het lastig voor een wethouder te bepalen bij wie hij zich moet melden: de burgemeester? Gemeentesecretaris? Ik pleit voor meer standaardisatie. De partner is ook belangrijk voor hoe een wethouder omgaat met bedreigingen. Die zou je moeten betrekken bij de inwerkperiode.’

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door John Bijl (Directeur Periklesinstituut) op
Ik snap dat gebrek aan invloed op de besluitvorming.

Al is het maar dat wethouders geen besluiten nemen over beleid, de gemeenteraad doet dat.

De meeste dreigementen worden overigens geuit door mensen die *meteen* iets willen veranderen, maar democratische besluiten duren lang, en er zijn – zoals de onderzoeker ook constateert – veel mensen bij gemoed.

Overigens ken ik wél voorbeelden waar er meer een compromis is gezocht of de besluitvorming langer duurde met dreigementen als oorzaak.
Door de waarheid (nvt) op
waarneer komt er eens onderzoek naar dreigbriefen van directeuren van beschut werk?gemeente weigerde te helpen ook de burgemeester weet hier van maar laat sociaal plein dit opknappen [verschillende gemeente,s weten hier van ook de minister van svw waarom word slachtoffer door iedereen gestuurd naar de nationale ombudsman.kunnen zij deze directeuren niet ontslaan of is dit te moeilijk ?ik dacht dat dreigen niet mocht ?of word er onderscheid gemaakt?het schriftelijk bedreigen door directeuren moet verboden worden .