of 59345 LinkedIn

32.675 vragen aan de VNG

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in 2011 het minder vragen gekregen dan in de jaren ervoor. Toch waren het er nog ruim 32.000.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft vorig jaar het minste aantal vragen in tien jaar binnengekregen. Toch waren het er nog altijd tienduizenen. Gemeenten stellen op jaarbasis gemiddeld 38.609 vragen aan de VNG, maar in 2011 waren dat er dat er ‘slechts’ 32.675. 

Geen verklaring
Hanneke Dam, hoofd van het informatiecentrum waar alle vragen voor de vereniging binnenkomen, heeft nog geen verklaring voor het lage aantal vragen. In 2010 kreeg de VNG 41.491 nog vragen binnen. In dat jaar werden gemeenteraadsverkiezingen gehouden; in gemeentelijke verkiezingsjaren worden doorgaans meer vragen aan de VNG gesteld, bijvoorbeeld over stembusprocedures. Maar daarmee is volgens Dam het grote verschil tussen de twee afgelopen jaren niet in zijn geheel verklaard. 

Arbeidsvoorwaarden
Veruit de meeste vragen aan de VNG worden traditiegetrouw gesteld door ambtenaren (zo’n 85 procent), gevolgd door raadsleden– en griffiers. Grote gemeenten stellen over het algemeen meer vragen dan kleine. Dam: ‘Grote gemeenten zeiden altijd: “Wij hebben de VNG niet nodig en redden onszelf wel.” Maar jaar in, jaar uit blijkt dat grote gemeenten de meeste vragen stellen. Dat is ook wel logisch, want daar werken natuurlijk meer ambtenaren.’ In 2011 werd de top-drie van meeste vragenstellers gevormd door Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De drie onderwerpen waar vorig jaar de meeste vragen over werden gesteld zijn arbeidsvoorwaarden, politieke ambtsdragers en vakantie en verlof.

Gevolgen
Kort nadat een ingrijpende nieuwe wet van kracht is geworden ziet het informatiecentrum een toename van het aantal vragen. Of tijdens grote politieke ontwikkelingen, zoals recentelijk de onderhandelingen over het Lenteakkoord. Dan willen gemeenten van de VNG weten wat de gevolgen voor hen zijn. Van gemeenten die betrokken zijn bij herindelingen komen doorgaans ook veel vragen. 

70 procent e-mail
Het informatiecentrum is ontstaan uit onvrede over de slechte telefonische bereikbaarheid van de VNG. In 2002 werd onder leiding van Dam het informatiecentrum opgezet. In een paar jaar tijd steeg de tijdige beantwoording van vragen (binnen vijf werkdagen) van 70 naar 97 procent, een percentage waar de VNG nog altijd op zit. In tien jaar tijd is er veel veranderd in de informatievoorziening van de VNG. Werd in 2002 nog 9 procent van de vragen per e-mail gesteld, nu is dat 70 procent. Het aantal telefonische vragen daalt al jaren gestaag, terwijl het aantal e-mails nog altijd groeit. In de eerste jaren na de start van het informatiecentrum kreeg de VNG nog weleens een handgeschreven brief toegestuurd, tegenwoordig is dat een hoge uitzondering. Ook de fax is vrijwel uit het informatieverkeer verdwenen.

Website
De aard van de vragen is volgens Dam in de loop der jaren ook veranderd. Tot ongeveer vijf jaar geleden kreeg het informatiecentrum veel verzoeken om onderzoeksrapporten en handreikingen op te sturen. In 2008 is alle documentatie gedigitaliseerd en kunnen gemeenteambtenaren zelf op de VNG-website zoeken naar standpunten van de vereniging of andere relevante informatie.

Lees de VNG-special van Binnenlands Bestuur hier. 

Samenvatting:

 

Brian van der Bol

 

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft vorig jaar het minste aantal vragen in tien jaar binnengekregen. Gemeenten stellen op jaarbasis gemiddeld 38.609 vragen aan de VNG, maar in 2011 waren dat er dat er ‘slechts’ 32.675.

Hanneke Dam, hoofd van het informatiecentrum waar alle vragen voor de vereniging binnenkomen, heeft nog geen verklaring voor het lage aantal vragen. In 2010 kreeg de VNG 41.491 nog vragen binnen. In dat jaar werden gemeenteraadsverkiezingen gehouden; in gemeentelijke verkiezingsjaren worden doorgaans meer vragen aan de VNG gesteld, bijvoorbeeld over stembusprocedures. Maar daarmee is volgens Dam het grote verschil tussen de twee afgelopen jaren niet in zijn geheel verklaard.

Veruit de meeste vragen aan de VNG worden traditiegetrouw gesteld door ambtenaren (zo’n 85 procent), gevolgd door raadsleden– en griffiers. Grote gemeenten stellen over het algemeen meer vragen dan kleine. Dam: ‘Grote gemeenten zeiden altijd: “Wij hebben de VNG niet nodig en redden onszelf wel.” Maar jaar in, jaar uit blijkt dat grote gemeenten de meeste vragen stellen. Dat is ook wel logisch, want daar werken natuurlijk meer ambtenaren.’ In 2011 werd de top-drie van meeste vragenstellers gevormd door Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. De drie onderwerpen waar vorig jaar de meeste vragen over werden gesteld zijn arbeidsvoorwaarden, politieke ambtsdragers en vakantie en verlof.

Kort nadat een ingrijpende nieuwe wet van kracht is geworden ziet het informatiecentrum een toename van het aantal vragen. Of tijdens grote politieke ontwikkelingen, zoals recentelijk de onderhandelingen over het Lenteakkoord. Dan willen gemeenten van de VNG weten wat de gevolgen voor hen zijn. Van gemeenten die betrokken zijn bij herindelingen komen doorgaans ook veel vragen.

Het informatiecentrum is ontstaan uit onvrede over de slechte telefonische bereikbaarheid van de VNG. In 2002 werd onder leiding van Dam het informatiecentrum opgezet. In een paar jaar tijd steeg de tijdige beantwoording van vragen (binnen vijf werkdagen) van 70 naar 97 procent, een percentage waar de VNG nog altijd op zit. In tien jaar tijd is er veel veranderd in de informatievoorziening van de VNG. Werd in 2002 nog 9 procent van de vragen per e-mail gesteld, nu is dat 70 procent. Het aantal telefonische vragen daalt al jaren gestaag, terwijl het aantal e-mails nog altijd groeit. In de eerste jaren na de start van het informatiecentrum kreeg de VNG nog weleens een handgeschreven brief toegestuurd, tegenwoordig is dat een hoge uitzondering. Ook de fax is vrijwel uit het informatieverkeer verdwenen.

De aard van de vragen is volgens Dam in de loop der jaren ook veranderd. Tot ongeveer vijf jaar geleden kreeg het informatiecentrum veel verzoeken om onderzoeksrapporten en handreikingen op te sturen. In 2008 is alle documentatie gedigitaliseerd en kunnen gemeenteambtenaren zelf op de VNG-website zoeken naar standpunten van de vereniging of andere relevante informatie.

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

GERELATEERDE ARTIKELEN

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Hanke Kukler-Koelemay (Coördinator Klantcontactcentrum) op
Hoewel vele vraagstellers tevreden/ positief zijn, lukt het ons helaas niet altijd om onze leden tevreden te stellen.
Wij hebben daartoe een klachtprocedure. Wij zijn namelijk altijd geinteresseerd in het verbeteren van onze dienstverlening.

U kunt uw klacht mailen naar informatiecentrum@vng.nl en dan zal de coordinator KCC contact met u opnemen.
Door Jan op
Geen wonder dat het aantal vragen afneemt: je krijgt tegenwoordig van de VNG toch vaak maar een nietszeggend of zelfs foutief antwoord. Vaak komt dat weer doordat, dankzij het informatiecentrum (een aantal mensen zonder feitelijke kennis), de vraag verminkt doorkomt bij de VNG-deskundige. Dan kun je als gemeenteambtenaar beter op Google op zoek gaan naar een antwoord . En vlak de kennis onder je collega's ook niet uit (van de eigen gemeente of van buurgemeenten).