of 59250 LinkedIn

Pool vol met dijkwerkers

Flexwerk  De moderne ambtenaar wil graag meer mobiliteit in zijn of haar werk. Dat mag zowel in of buiten de eigen organisatie zijn. Een serie over de opmars van flexplekken, flexpools en flexwerken.

Flexwerk 
De moderne ambtenaar wil graag meer mobiliteit in zijn of haar werk. Dat mag zowel in of buiten de eigen organisatie zijn. Een serie over de opmars van flexplekken, flexpools en flexwerken.

Tijdelijk aan de slag buiten de eigen organisatie

De komende jaren moet 1.100 kilometer dijk worden versterkt en daarvoor is 7 miljard euro beschikbaar. De enorme opgave wordt onderverdeeld in veel projecten, waarvoor nog weer veel meer mensen nodig zijn. Bij een speciale pool kunnen medewerkers van Rijkswaterstaat en waterschappen zich aanmelden voor opdrachten buiten de eigen organisatie. In het ‘Hoogwaterbeschermingsprogramma’ (HWBP) slaan de 21 waterschappen en Rijkswaterstaat (RWS) de handen ineen. ‘Waterveiligheid is zo belangrijk dat je het samen moet doen. Daar is iedereen in de sector van doordrongen’, zegt Erik Kraaij. Hij is in dienst van de Unie van Waterschappen, maar is sinds ruim 4,5 jaar toch vooral plaatsvervangend programmadirecteur van het HWBP.

Om vraag en aanbod van beschikbare mensen en kennis bij de 22 afzonderlijke organisaties op elkaar af te stemmen en bij elkaar te brengen, is het platform ‘De Dijkwerkers’ opgericht. Bij de ‘Dijkwerkers Pool’ kunnen medewerkers van Rijkswaterstaat en waterschappen zich aanmelden voor opdrachten buiten de eigen organisatie. Tegelijkertijd kunnen die partijen vragen naar mensen met bepaalde expertise. Het gaat doorgaans om opdrachten voor een paar dagen per week en dat een half tot twee jaar lang. In sommige gevallen gaan mensen ook fulltime elders aan de slag. Medewerkers blijven in dienst van hun eigen organisatie en de ‘inhurende partij’ neemt deels het salaris over.

De afgelopen kleine drie jaar hebben zo’n zestig medewerkers een opdracht buiten de eigen organisatie gedaan. Niels Roode [zie kader op pagina 40], projectmanager bij RWS, is een van hen. Hij werkt nu ruim een jaar drie dagen per week voor Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard. ‘Bij Rijkswaterstaat was ik bezig met het opstellen van kaders en procedures. Ik wilde weleens zien hoe het er in de praktijk aan toegaat. Ik kon kiezen om bij een project van Rijkswaterstaat in de uitvoering te gaan werken, of bij een waterschap. Ik heb voor het laatste gekozen en heb daardoor meer waardering gekregen voor de praktijk.’ Dat in iets minder dan drie jaar zestig mensen een opdracht buiten hun eigen organisatie hebben gedaan, vindt Roode erg mager. ‘De ambities en opgave in onze sector zijn groot, laten we deze mooie dijkwerkerspool méér gaan inzetten.’

Jonge mensen
Jaarlijks tonen ongeveer zeventig mensen interesse in een klus buiten de eigen organisatie en zijn er ongeveer vijftig opdrachten beschikbaar, vooral voor project-, contract-, omgevings- en technische managers. In ‘slechts’ een kwart van de gevallen komt het tot een match. ‘Partijen zoeken altijd dé ideale kandidaat en die is er simpelweg niet altijd’, zegt programmadirecteur Kraaij. ‘Vooral in de technische en financiële hoek is er in onze sector niet genoeg kennis beschikbaar, terwijl het opstellen van goede contracten enorm belangrijk is.’ En zo nu en dan spelen er praktische problemen: bijvoorbeeld als alleen iemand uit Groningen over de juiste kennis beschikt voor een project in Zeeland.

Vanwege het tekort aan matches komen de waterschappen en Rijkswaterstaat soms uit bij externe krachten. Die zijn niet alleen duurder, maar Kraaij vindt ook dat de overheid zelf meer mensen met financiële en technische kennis in huis moet hebben. De waterbouwsector heeft de komende jaren zo’n 350 fte aan medewerkers per jaar extra nodig om uitstroom en groei op te vangen. De dijkwerkerspool moet voor potentiële werknemers een extra argument zijn om in de waterbouwsector aan de slag te gaan, zegt de programmadirecteur.

‘Jonge en ambitieuze mensen kiezen niet zozeer voor een werkgever, maar voor een plek waar ze nieuwe kennis kunnen opdoen en zich kunnen ontwikkelen. Met ons uitwisselingsprogramma bieden we die mogelijkheid.’ De waterschappen, zo erkent Kraaij, kampen nog altijd met een imagoprobleem: onbekend maakt onbemind. Dat uit zich niet alleen in lage opkomstpercentages bij verkiezingen, merkt de programmadirecteur. ‘Als wij op hbo’s en universiteiten komen, hebben we wel wat uit te leggen over wat we precies doen. En er is natuurlijk veel concurrentie van grote adviesbureaus en andere bedrijven. Het is voor ons moeilijk om talentvolle mensen aan te trekken, maar als ze eenmaal binnen zijn, blijven ze ook langer. Kennelijk zijn waterschappen wel degelijk interessante werkgevers.’ De gemiddelde medewerker van de waterschappen is ruim 48 jaar oud en in 2016 was 59 procent van de werknemers 10 jaar of langer in dienst.

Carrousel
Na bijna drie jaar ‘Dijkwerkers Pool’ is het tijd een tussenbalans op te maken, zegt de programmadirecteur. Kraaij is zeker niet ontevreden, maar het percentage van 25 procent matches moet volgens hem wel omhoog. Dat wil hij voor elkaar krijgen door meer medewerkers intern op te leiden en nieuwe mensen aan te trekken. Ook het aantal beschikbare opdrachten zal omhoog moeten. Op het moment dat dit artikel werd geschreven, stond er slechts één opdracht (communicatieadviseur in Delft) op de website. Het aanbod varieert, zegt de programmadirecteur. ‘Soms staan er wel vijf of zes vacatures online. Maar het klopt natuurlijk dat hoe meer opdrachten er zijn, hoe groter de kans is op een match.’

Als iemand ergens anders een klus gaat doen, ontstaat een gat in de eigen organisatie. Aan het programmabureau van het HWBP wordt altijd gevraagd of zij een vervanger hebben. ‘Daar gaat het meestal mis, omdat die mensen er niet zijn’, zegt Kraaij. ‘Toch laten de meeste waterschappen en Rijkswaterstaat hun medewerkers wel gaan, omdat ze er echt van overtuigd zijn dat de strijd tegen wateroverlast een gezamenlijke is. Bovendien willen ze hun mensen de kans bieden zich te ontwikkelen. Wij moeten er voor gaan zorgen dat er goede vervangers klaarstaan, zodat de dijkwerkerspool echt een carrousel wordt.’


Leon Nieuwland (41), projectmanager bij hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden: ‘Verrijkend voor jezelf om eens ergens anders te kijken’
Leon Nieuwland moet niet te lang op één plek werken, hij wil altijd ‘in beweging’ zijn. Tot afgelopen februari was hij programmamanager bij waterschap Hollandse Delta. Toen zijn laatste klus ten einde liep, begon Nieuwland om zich heen te kijken. Hij stond overal voor open: Rijkswaterstaat, het bedrijfsleven en ook een bestaan als zelfstandige leek hem wel wat. Maar toen werd hij via de dijkwerkerspool benaderd voor een vacature bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden voor het project ‘Sterke Lekdijk’.

Tussen Schoonhoven in de Krimpenerwaard en Amerongen moet 53 kilometer dijk versterkt worden. Geschatte kosten: 400 miljoen euro. ‘Als de Lekdijk doorbreekt, staan Amsterdam en Utrecht onder water. Dit is een belangrijk en interessant project, waar ik graag aan mee wil werken’, zegt Nieuwland. Omdat De Stichtse Rijnlanden juist op zoek was naar iemand met zijn capaciteiten, was de zaak snel beklonken en maakte hij de overstap naar dat waterschap. Nieuwland: ‘Ik ben een voorbeeld van de kennis die behouden blijft voor de waterbouwsector. De dijkwerkerspool heeft daar als makelaar een belangrijke rol in gespeeld.’

De mobiliteit in de sector is ‘laag’, zegt de projectmanager. ‘Terwijl het heel verrijkend voor jezelf is om eens ergens anders te kijken. Ik zie de dijkwerkerspool als een community met vraag en aanbod van kennis. Nu worden er vanuit de pool zelfs mensen actief benaderd om ergens anders projecten te doen.’ Nieuwland is momenteel erg tevreden over zijn huidige functie bij De Stichtse Rijnlanden, maar hij weet nu al dat hij over enkele jaren een volgende stap wil maken. ‘Ik heb zeker nog de ambitie om eens bij de landelijke overheid te werken.’

Het valt de projectmanager op dat de afgelopen jaren veel medewerkers juist de omgekeerde overstap maken: van Rijkswaterstaat naar de waterschappen. ‘Er is de komende jaren bij de waterschappen enorm veel werk te doen in het kader van het Hoogwatebeschermingsprogramma. Veel mensen willen ook eens meemaken hoe een dijkversterking er in de praktijk bij de waterschappen aan toegaat. Voor Rijkswaterstaters zijn zij kennelijk een aantrekkelijke werkgever geworden.’


Niels Roode (41), projectmanager bij Rijkswaterstaat en hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard: ‘De afstand tussen theorie en praktijk is soms nog groot’
De afstand tussen de theorie van het beoordelen en ontwerpen van dijken en de toepassing ervan in de praktijk, is nu soms nog groot. Dat heeft projectmanager Niels Roode – veertien jaar in dienst bij Rijkswaterstaat (RWS) – het afgelopen jaar aan den lijve ondervonden. Roode werkt drie dagen per week voor Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard en één dag bij zijn eigenlijke werkgever, RWS.

Hij onderzoekt wat er bij lopende dijkversterkingsprojecten beter kan. Zijn bevindingen vat hij in handreikingen, die ervoor moeten zorgen dat bij nieuwe projecten minder fouten worden gemaakt – en dus kosten bespaard. Roode: ‘Dit project kost twee miljoen euro, dat moet zich wel terugverdienen natuurlijk.’ Bij het Zuid-Hollandse waterschap merkt hij hoe er in de dagelijkse praktijk met de ‘toets- en ontwerpregels’ van het rijk wordt omgegaan. Roode: ‘Als adviseur waterkeringen geloofde ik dat scherpere rekenmodellen en heldere kaders leiden tot betere uitvoering van projecten. Maar in de praktijk doen zich vrijwel altijd situaties voor die we vanuit de theorie nooit hadden kunnen bedenken.’ Dat inzicht noemt de projectmanager ‘enorm verrijkend’ en had hij absoluut niet willen missen. Daarom zou Roode zeker ook collega’s van RWS aanmoedigen om aan de slag te gaan bij een concreet project. De dijkwerkerspool biedt daar de uitgelezen mogelijkheid toe, zegt de projectmanager.

‘De terugkeergarantie naar je eigenlijke werkgever maakt het makkelijker om eens zo’n stap te zetten.’ Over ongeveer een jaar hoopt Roode zijn klus bij het waterschap te hebben geklaard, al wordt er door RWS gepolst of hij niet eerder terug kan komen. ‘Mijn afdelingshoofd worstelt ermee dat ik slechts een dag per week bij Rijkswaterstaat ben. Hij wil me graag steunen in mijn ontwikkeling, maar hij hoort ook regelmatig van collega’s: “We zien Niels nooit meer.” Gelukkig ziet hij ook in dat hij over een jaar een verrijkte medewerker terugkrijgt. Ik heb mede daarom ook echt veel zin om mijn klus voor het waterschap af te maken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.