of 59794 LinkedIn

Personele bezetting blijft groeien

Het aantal gemeenteambtenaren blijft toenemen. Uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2018 van het A&O fonds Gemeenten blijkt dat de bezetting vorig jaar toenam met 1,8 procent ten opzichte van 2017. Het grootste deel van de gemeenten verwacht ook dit jaar dat de formatie zal toenemen.

Het aantal gemeenteambtenaren blijft toenemen. Uit de Personeelsmonitor Gemeenten 2018 van het A&O fonds Gemeenten blijkt dat de bezetting vorig jaar toenam met 1,8 procent ten opzichte van 2017. Het grootste deel van de gemeenten verwacht ook dit jaar dat de formatie zal toenemen.

Vacatures belemmeren uitvoering taken in fysieke domein

In twee op de drie gemeenten nam de personele bezetting vorig jaar toe. Ook in 2016 en 2017 nam de totale bezetting bij gemeenten toe, al vond die stijging toen vooral bij de vier grote gemeenten plaats. In 2018 steeg de bezetting juist het meest bij gemeenten in de categorie 50.000 tot 100.000 inwoners. Bij gemeenten met minder dan 50.000 inwoners was in 2018 juist sprake van een daling. [zie grafiek op deze pagina]. In totaal werkten er eind vorig jaar 163.645 personen bij gemeenten.

Nieuwe taken en een toename van het budget blijken de belangrijkste redenen voor de stijgende bezetting. Ook de toename van het aantal flexwerkers en garantiebanen wordt door sommige gemeenten genoemd als reden voor groei. Niet bij alle gemeenten was er overigens sprake van een groeiende bezetting: bij één op de vijf gemeenten nam de bezetting juist af. De belangrijkste redenen voor die afname waren het afgestoten van taken/privatiseren, fusies en het generatiepact.

Ruim de helft van de gemeenten verwacht dat de formatie in 2019 verder zal toenemen. Ruim een kwart denkt dat de bezetting gelijk zal blijven en 13 procent van de gemeenten verwacht dat deze afneemt [zie grafiek linksboven p. 20]. Groei wordt met name verwacht in de functiegebieden ruimtelijke ordening/milieu, welzijn/ jeugdzorg en automatisering/ict. Krimp verwachten gemeenten juist bij de afdelingen burger-/publiekszaken.

In tegenstelling tot de trend sinds 2013 is in 2018 het aantal openstaande vacatures aan het einde van het jaar gedaald tot circa 3.900. In 2017 waren dat er 4.200. Het percentage moeilijk vervulbare vacatures is toegenomen van 10,8 procent in 2017 naar 13 procent in 2018. Bouwkunde/civiele techniek, ruimtelijke ordening/milieu en financieel/economisch waren de functiegebieden met het hoogste percentage vacatures dat moeilijk vervulbaar is. Eén op de tien gemeenten ziet dat de moeilijk vervulbare vacatures in het fysieke domein ook de uitvoering van die taken belemmert.

Vasthouden kennis
Opvallend is de in de Personeelsmonitor 2018 gesignaleerde daling van de gemiddelde leeftijd van gemeenteambtenaren. Die daalde naar 48,1 jaar. De gemiddelde leeftijd van gemeentepersoneel was in de jaren ervoor stabiel met 48,3 jaar. Ondanks de opgetreden daling ligt de gemiddelde leeftijd van gemeenteambtenaren wel nog altijd hoger dan het landelijke gemiddelde van de beroepsbevolking (46,3 jaar).

Uit de A&O-cijfers blijkt overigens dat het aandeel medewerkers ouder dan 60 jaar stijgende is: in 2018 was dit aandeel 16,4 procent, ten opzichte van 15,9 procent in 2017, 15,3 procent in 2016 en 14,5 procent in 2015. De gemiddelde lengte van een dienstverband stijgt bij gemeenten dan ook van 11,9 jaar in 2014 naar 12,2 jaar in 2018, terwijl het aantal dienstjaren van de landelijke beroepsbevolking in dezelfde periode licht daalde naar 10,7 jaar.

Tegelijkertijd steeg ook het aandeel medewerkers jonger dan 35 jaar: dit aandeel was in 2018 13,4 procent, vergeleken met 12,4 procent in 2017. De gemeentelijke bezetting daalde vooral in de leeftijden tussen 35 en 55 jaar. ‘Het vasthouden van kennis lijkt daarmee een uitdaging voor gemeenten te worden’, aldus de onderzoekers.

Instroom jongeren
Door het vergrijzende personeelsbestand van gemeenten wordt de instroom van jongeren steeds belangrijker. De onderzoeksresultaten laten heel duidelijk de onevenwichtige leeftijdsopbouw bij gemeenten zien: het aandeel werknemers jonger dan 35 jaar lag in 2018 met 13 procent veel lager dan het gemiddelde van de beroepsbevolking (37 procent). In 2018
bestond 41 procent van de instroom uit jongeren. Dat aandeel is iets lager dan dat van 2017 (toen 43 procent).

Ruim acht op de tien gemeenten geven aan een actief wervings- en selectiebeleid te voeren om de instroom van jongeren te bevorderen. Een jaar eerder was dit nog 76 procent. Vooral stageplekken en traineeprogramma’s blijken door gemeenten te worden ingezet om de instroom van jongeren te bevorderen. Liefst 43 procent van de gemeenten – vooral de grotere – had in 2018 trainees in dienst.

Carrièreperspectief
Maar weinig gemeenten zeggen belemmeringen te ervaren bij het aannemen van jongeren. Een kleine minderheid van 16 procent heeft daar moeite mee. Een jaar eerder was dat nog 28 procent. ‘De scheve personeelsopbouw bij gemeenten lijkt niet aan de interesse van jongeren voor gemeenten als werkgever te liggen’, stellen de onderzoekers. ‘De belangrijkste belemmeringen voor het aannemen van jongeren zijn dat leidinggevenden (grote) waarde hechten aan werkervaring waardoor jongeren minder kans maken. Ook ontbreekt het vaak aan mogelijkheden om jongeren in te werken.’ Als andere belemmeringen noemen gemeenten dat de manier van zoeken door jongeren afwijkt van de manier waarop gemeenten werven en dat de gemeente onvoldoende bekend is als werkgever.

Naast het aantrekken van jongeren is het ook belangrijk om jongeren te behouden als ze eenmaal voor een gemeente werken. Daar valt nog een wereld te winnen. De uitstroom van jongeren neemt ieder jaar licht toe [zie grafiek]. De belangrijkste redenen voor jongeren om de gemeente te verlaten zijn ander werk, onvoldoende carrièreperspectief en doorgroeimogelijkheden. Desondanks voert het gros van de gemeenten (69 procent) geen actief beleid om jongeren te behouden en/of uitstroom van jongeren te voorkomen, zo maakt het onderzoek duidelijk.


Meer externe inhuur
In 2018 besteedden gemeenten een vijfde van de totale loonsom aan externe inhuur. Dat is een stijging van 3 procentpunten ten opzichte van 2017. De uitgaven aan externe inhuur stijgen daarmee al sinds 2014. Toen besteedden gemeenten 13 procent van de totale loonsom aan externe inhuur. Externe inhuur nam in alle gemeentegrootteklassen toe. De grootste stijging was te zien bij kleine gemeenten met minder dan 20.000 inwoners. Daar bedroeg de externe inhuur 19 procent van de loonsom, vergeleken met 15 procent in 2017. Uit de Personeelsmonitor blijkt verder dat er een einde is gekomen aan de jarenlange toename van flexibilisering. In 2018 is het aandeel van flexibel personeel gedaald van 20 naar 18 procent. Dat is in tegenstelling tot de trend in de periode 2015-2017, waarin een stijging te zien was. Het lijkt er volgens de onderzoekers op dat minder gemeenten beleid hebben dat gericht is op een grotere flexibele schil, en juist meer gemeenten die het flexibele deel in ieder geval willen behouden of zelfs willen verkleinen.


Verandering bezetting in 2018

Aantal inwoners

Formatie

0 tot 20.000

-7,4%

20.000 tot 50.000

-2,6%

50.000 tot 100.000

+8,7%

100.000 en meer (excl. G4)

+4,4%

G4

+1,7%

Totaal

+1,8%


Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners

Mystery Burger: de podcast

Even genoeg naar uw scherm gestaard?  Beluister vanaf nu de columns van de Mystery Burger als podcast!