of 59345 LinkedIn

Lokale denkers verenigd

De VNG heeft een ‘strategische en interactieve denktank voor het lokaal bestuur’ opgericht om bestuurders meer met elkaar en met de VNG in contact te brengen.

Een rapporteur van de lokale ontwikkeling. Dat moet de nieuwe, onafhankelijke denktank van de VNG worden. ‘We willen de kloof dichten tussen bestuurspraktijk en wetenschap.’

‘We leven in een tijd van een megatransitie: we gaan van een verticale naar een horizontale wereld’, zegt burgemeester Rob van Gijzel van Eindhoven. ‘Bij het incident in Haren zag je hoe die twee werelden op elkaar botsten. De verticaal georganiseerde overheid had nauwelijks een antwoord op de horizontaal opererende relschoppers. Het moet allemaal anders, maar hoe? Dat is het grote vraagstuk van de komende jaren.’

Van Gijzel is betrokken bij de ‘strategische en interactieve denktank voor het lokaal bestuur’ die de VNG heeft opgericht om bestuurders meer met elkaar en met de VNG in contact te brengen. De denktank is een idee van VNG-directieraadslid Kees Jan de Vet. ‘De VNG reageerde vooral op voorstellen vanuit Den Haag’, zegt hij. ‘Wij willen zelf met standpunten komen en niet alleen de rijksoverheid volgen. Er gebeurt veel in de gemeenten dat de Haagse beleidsnota’s niet haalt. Dat moet veranderen, zeker nu gemeenten er steeds meer belangrijke taken bij krijgen.’

Universiteiten en organisaties als Atlas voor Gemeenten en het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen hebben volgens De Vet allemaal een belangrijke rol, maar vertolken niet per se het standpunt van de gemeenten. De VNG moet zelf met doordachte beschouwingen van maatschappelijke trends komen, vindt het directieraadslid. Afhankelijk van het onderwerp wordt een universiteit of (kennis)instituut aangezocht om het onderzoek van de denktank te ondersteunen. ‘We willen de kloof dichten tussen de bestuurspraktijk en de wetenschap.’

De denktank moet de belangrijke ontwikkelingen en bewegingen op lokaal niveau in kaart brengen. Signalen en ervaringen uit de gemeenten spelen daarbij een belangrijke rol. ‘De denktank wordt rapporteur van de lokale ontwikkeling’, zegt De Vet. De denktank moet in ieder geval een jaarbericht produceren en in de toekomst mogelijk extra (meerjarig) onderzoek doen. Het directieraadslid denkt aan grote thema’s als economie en bevolkingskrimp, ‘die om meer dan een oppervlakkige analyse vragen’. Maar de denktank begint volgens hem bescheiden, ook qua budget. ‘We zijn geen Sociaal en Cultureel Planbureau of Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.’

Onafhankelijk
Het bestuur van de VNG benoemt voor een periode van vier jaar een curatorium van de denktank, bestaande uit zes tot acht personen. Dat zal de komende jaren worden geleid door de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen. Onbekend is nog wie de andere leden zullen zijn. De opvattingen van het curatorium worden voorgelegd aan het bestuur van de VNG, dat het programma vaststelt. Volgens De Vet is de denktank desondanks geheel onafhankelijk van het VNG-bestuur.

Het directieraadslid beschouwt het curatorium als de ‘aanjager van het denken’, een jaarlijks van samenstelling wisselende commissie is verantwoordelijk voor het onderzoek. Dit jaar maken daar onder anderen de Utrechtse gemeentesecretaris Maarten Schurink en de voormalig Rotterdamse wethouder Marco Pastors deel van uit. Rob van Gijzel leidt de acht personen tellende onderzoekscommissie.

Het onderwerp van het eerste jaarbericht is ‘maatschappelijke initiatieven’. Het onderzoek wordt samen uitgevoerd met de Universiteit van Tilburg. Hoogleraar maatschappelijk bestuurskunde Gabriël van den Brink leidt de onderzoeksgroep. Op de algemene najaarsledenvergadering van de VNG in november moet het eerste jaarbericht worden gepresenteerd.

Van Gijzel is enthousiast over de denktank. ‘We hebben van de VNG een vrije rol gekregen om te onderzoeken welke plaats de overheid in deze snel veranderende wereld moet innemen.’ Volgens de Eindhovense burgemeester heeft de overheid op veel grote maatschappelijke vraagstukken nog geen antwoord. Van Gijzel noemt als voorbeeld de groeiende groep zelfstandigen zonder personeel (zzp). ‘Je ziet dat steeds meer zzp’ers collectief zaken als verzekeringen en pensioenen regelen. Daar hebben ze de overheid dus niet voor nodig.’ De commissievoorzitter vindt het logisch dat gemeenten zelf de toekomstige rol van de overheid onderzoeken. ‘De landelijke overheid is van het schriftelijk niveau, wij zijn van het doen.’

De overheid zal steeds meer een zakelijke of maatschappelijke partner worden dan een voogd die vertelt hoe het moet, voorspelt Van Gijzel. In Eindhoven stapt de gemeente nu al geregeld uit de rol van overheid, zegt de burgemeester. ‘In samenwerkingsverbanden met het bedrijfsleven en bewoners worden we een maatschappelijke actor. Pas in een later stadium pakken we onze rol van overheid weer op. Je zult als gemeente maatschappelijk zeer actief moeten zijn, de tijd dat je als college alleen maar verantwoording hoefde af te leggen aan de gemeenteraad is echt voorbij.’

Nieuwe werkelijkheid
Dat merkt ook commissielid Jacqueline Verbeek-Nijhof, VVD-wethouder in Zeist. ‘Er ontstaat een nieuwe werkelijkheid voor de overheid, we moeten leren los­laten. Door de bezuinigingen worden we daar nu toe gedwongen, maar ook als het straks economisch beter gaat moeten we vertrouwen blijven houden in burgers. De overheid is er voor de samenleving, niet andersom.’ Dat betekent ook dat de ‘verticale besluitvorming’ vanuit de departementen en de Tweede Kamer losgelaten moet worden, vindt de Almeerse wethouder Ineke Smidt (PvdA). ‘Er moet ruimte zijn om die initiatieven te ontplooien. De Kamer en de ambtenaren moeten dus niet alles willen dichtregelen.’

Een ander commissielid, Nico Versteeg (gemeentesecretaris in Lelystad), stuitte bij een eerste inventarisatie al op een ‘overvloed’ aan maatschappelijke initiatieven verspreid over het land. ‘Mensen organiseren al enorm veel zelf. Soms gaat het zelfs beter zonder ons dan met ons. Dat zijn interessante analyses om voor te leggen aan de wetenschap.’

De denktank staat los van de vaste beleids- en subcommissies van de VNG en de adviescommissies die het VNG-bestuur de afgelopen jaren heeft ingesteld. Een voorbeeld daarvan is een commissie onder leiding van voormalig VROM-minister Sybilla Dekker, die eind april een onderzoek presenteerde over de relatie tussen gemeenten en woningcorporaties. Dekker cum suis pleiten onder andere voor minder vrijblijvende afspraken tussen gemeenten en corporaties.

Het is niet de bedoeling dat de denktank de zoveelste overlegclub wordt, zeggen de verschillende commissieleden. Versteeg: ‘Je kunt best je vraagtekens plaatsen bij deze denktank, al geldt dat voor wel meer overlegorganen. Het wordt zoeken naar wat onze meerwaarde is, maar we maken niet onze agenda vrij om ergens vrijblijvend in een praatclubje te zitten. We gaan niet voor het zoveelste rapport. Dit is een experiment om denkkracht vanuit de gemeenten zelf te ontwikkelen. Je moet durven experimenteren en in de spiegel te kijken. Dat doen we als gemeenten te weinig, terwijl we op heel veel belangrijke vragen nog geen antwoord hebben.’

Versteeg vindt het terecht dat de VNG zich met eigen onderbouwde standpunten nadrukkelijker wil manifesteren in ‘Den Haag’. ‘Het rijk hevelt veel taken over naar de gemeenten, dat is niet mis. Zie alleen al de Jeugdzorg, die de laatste tijd zoveel in het nieuws is. Als gemeenten er zulke grote en belangrijke taken bij krijgen dan moet je als belangenvereniging je stem ook meer laten horen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.