of 59162 LinkedIn

Krapte maakt ‘vast’ niet populairder

Gemeenten zijn in toenemende mate op zoek naar nieuwe medewerkers. Ondanks de dreigende krapte op de arbeidsmarkt, gaat de voorkeur uit naar flexkrachten. Te beginnen met contracten voor een jaar. 

Gemeenten zijn in toenemende mate op zoek naar nieuwe medewerkers. Ondanks de dreigende krapte op de arbeidsmarkt, gaat de voorkeur uit naar flexkrachten. Te beginnen met contracten voor een jaar. 

Gemeenten zetten vooral in op flex

Hoofdeconoom en woordvoerder bij het Centraal Bureau voor de Statistiek, Peter Hein van Mulligen, signaleerde bij de presentatie van de nieuwste werkgelegenheidscijfers vorige maand een trend: sommige werkgevers gaan weer meer over op het aannemen van vaste medewerkers. De reden? Door de hard groeiende economie dreigt er een tekort aan personeel te ontstaan. Sterker nog, in sommige sectoren is daar al sprake van. Om niet zonder te komen zitten, worden flexcontracten omgezet in een vast dienstverband en worden bij de werving meer vaste banen aangeboden.

Zo sloten VDL Nedcar en de vakbond FNV in mei dit jaar een principeafspraak om in totaal 1400 uitzendkrachten een vast arbeidscontract aan te bieden bij het Eindhovense bedrijf. Daarmee stelde VDL zich zeker van een uitbreiding van de productietijd. Die is nodig vanwege de grotere vraag naar auto’s en het complexere werk. Vakbonden en de ondernemingsraad klaagden eerder dit jaar over de hoog opgelopen werkdruk. Vorige week maakte VDL Nedcar bekend voor eind 2018 nog eens 600 uitzendkrachten een vast dienstverband aan te bieden. Waar het bedrijf tot voor kort veel meer uitzendkrachten dan vaste krachten aan het werk had (70:30 procent), slaat die balans straks licht door naar de ander kant.

De vraag is of bij overheden dezelfde beweging zichtbaar is, of op zijn minst een begin ervan. Bert de Haas van FNV Overheid hoeft niet lang na te denken over een antwoord. ‘Nee. Dat herken ik in het geheel niet’, zegt hij. ‘Nee’, zegt ook directeur Renny Hooi van Het Publieke Domein resoluut. ‘Bij de overheid en met name bij gemeenten zien we juist steeds meer een inzet op flexkrachten. Te beginnen met contracten van een jaar, met de mogelijkheid dat met nog een jaar te verlengen.’

Payrollers
De observaties van De Haas en Hooi sporen aardig met twee relatief recente onderzoeken over de gemeentelijke arbeidsmarkt. Zo bracht onderzoek van FNV Overheid van begin dit jaar aan het licht dat flexwerk in het gemeentehuis de afgelopen jaren juist fors is toegenomen. En dat ondanks diverse pogingen om het terug te dringen, zoals afspraken in de vigerende cao. Van de respondenten gaf ruim de helft aan dat de mate waarin flexwerk wordt ingezet de afgelopen jaren is gestegen.

Ander onderzoek van het A+O fonds Gemeenten laat dezelfde trend zien: dat het aandeel flex in het totaal van alle werknemers langzaam maar zeker toeneemt. In 2014 besteedden gemeenten gemiddeld 13 procent van de totale personeelskosten aan de inhuur van derden. In 2015 liep dat op tot 15 procent van de totale loonsom en in 2016 tot 16 procent. ‘Waarbij dan vooral het absurd hoge aantal mensen dat op payroll-basis rondloopt opvalt’, vult De Haas aan. Blijkens het FNV-onderzoek is dat na het detacherings- en uitzendcontract met 16 procent het meest voorkomende contracttype. De Personeelsmonitor 2016 van het A+O fonds Gemeenten schat het met 10 procent wat lager in.

Na-ijleffect
De trend is dus, anders dan in sommige branches in het bedrijfsleven, bij de overheid nog niet aan het keren. ‘De gedachtelijn dat de economische groei ook bij de overheid zijn effect niet mist en leidt tot meer vaste contracten is op zich een logische. Maar ik herken ‘m niet. Dat komt’, zegt De Haas, ‘omdat dat automatisme er niet is. Laat ik het zo stellen: de overheid heeft zijn eigen dynamiek. Waar het bedrijfsleven kansen ziet om bij economische groei en een stijgende consumptie meer winst te halen en dus op een gegeven moment het risico aangaat meer vast personeel aan te nemen, werkt dat bij de overheid niet zo.

Daar is het veel meer afhankelijk van welke partijen er in de regering zitten.’ De lobby voor een verhoging van het lerarensalaris illustreert dat volgens hem op een prachtige manier. Nee, de groeiende economie zal de door vakbonden gewenste trendbreuk niet forceren. ‘Hooguit marginaal. En dan ook pas over een paar jaar, want bij de overheid is er altijd sprake van een na-ijleffect: gaat het in de economie slecht, dan merkt het bedrijfsleven dat acuut. Voordat die klap bij de gemeenten aankomt, zijn we meestal één of twee jaar verder’, legt hij uit. En omgekeerd geldt dat ook als het economisch beter gaat. Extra belastinginkomsten als gevolg van een economische groei komen pas een jaar later bij het rijk binnen. En pas als het rijk meer gaat uitgeven, zien gemeenten dat terug in een hoger accres, zeg maar een groei van het gemeentefonds.’

Als voorlopig voornaamste effect van de krapte op de gemeentelijke arbeidsmarkt voorziet hij een salarisstijging of betere arbeidsvoorwaarden voor de flexmedewerker. Die kan immers hogere eisen stellen. Nee, de trendbreuk zal volgens De Haas op een andere manier tot stand moeten komen, namelijk via de cao voor gemeenteambtenaren. Dat is een jaarlijks terugkerend gevecht tussen bonden en werkgevers.

In de nieuwste gemeente- cao – die nu bij de leden en de gemeenten ter goedkeuring voorligt – zijn tot grote opluchting van de vakbondsonderhandelaars afspraken gemaakt over een beperking van het flexwerken. Hoe? Door in te zetten op gelijke arbeidsvoorwaarden voor payrollers. ‘Die worden hetzelfde als van het vast personeel. Per saldo wordt een payroller daardoor duurder dan de vaste medewerker, want bovenop die vergoeding moeten gemeenten ook nog een fee aan de payroll-bedrijf betalen. Daardoor wordt het aantrekkelijker om ze in dienst te nemen’, zegt hij. Of die maatregel een drukkend effect zal hebben, wordt pas op zijn vroegst eind volgend jaar zichtbaar.

Vacaturestop
De motieven van gemeenten om flexkrachten in te zetten zijn volgens een eerder onderzoek van Regioplan in opdracht van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden divers: de tijdelijke behoefte aan extra menskracht, de behoefte aan specifieke expertise, de behoefte mee te kunnen bewegen met veranderingen, een vacaturestop en het verkleinen van het risico op ww-verplichtingen. Een rangorde in het belang van die redenen was volgens de onderzoekers niet aan te brengen.

Het zo min mogelijk lopen van risico’s is wat De Haas aan de onderhandelingstafel het vaakst als argument van de werkgevers hoort. In zijn ogen roepen ze de risico’s juist over zich af door in steeds hogere mate op flexkrachten te bouwen. ‘De continuïteit van het werk komt erdoor in gevaar’, waarschuwt hij. ‘Uit ons onderzoek blijkt dat er afdelingen zijn waar meer dan de helft van de werkenden op basis van inhuur werkt. Wat je krijgt, is een gebrek aan kennis en ervaring.’ Uit het FNV-onderzoek bleek bijvoorbeeld dat ruim vier op de tien werkers structureel werk doen.

Kwaliteitsverlies
En dat langzaam verdwijnen van kennis en ervaring is niet het enige gevaar. Minstens zo zorgelijk is volgens hem wat de massale inzet van flex betekent voor de vaste medewerkers. ‘Ze worden er moedeloos van telkens nieuwe mensen te moeten inwerken en bijpraten. Dat leidt per saldo tot verhoging van de werkdruk en uiteindelijk ook kwaliteitsverlies’, aldus de vakbondsman. In de nieuwe gemeente-cao is afgesproken dat er een nader onderzoek komt naar de effecten van de inzet van flexkrachten voor de vaste medewerkers. Onder andere zal dan worden gekeken naar de gevolgen voor de werklast.


Meerderheid verwacht toename flex
Bij de gemeentelijke werkgevers zijn er wisselende gedachten over de toekomst van flexibel werken. Uit het onderzoek van Regioplan blijkt dat de grootste groep denkt dat flexibilisering als algemene trend zal toenemen. Als hoofdreden wordt het krimpen van de vaste formatie gezien, waarbij alleen de kerntaken bij het gemeentelijk personeel blijven en de rest vanuit een regierol uitgezet wordt. Zo’n 30 procent denkt juist dat de mate van inhuur zal dalen wanneer veranderingen binnen de organisatie normaliseren.

De meerderheid van de flexmedewerkers denkt ook dat er een toename zal zijn van flexibele arbeid bij gemeenten, met als belangrijkste reden dat gemeenten naar verwachting meer met een flexibele schil willen gaan werken om geen risico’s te lopen. Maar een klein deel van de flexkrachten denkt dat er een afname van flexibele inhuur zal zijn.


Wisselende collega’s
Iets meer dan een kwart van de medewerkers met een vaste aanstelling heeft in het FNV-onderzoek aangegeven dat de inzet van flexwerk(ers) gevolgen heeft voor zijn of haar eigen werk. Driekwart van hen geeft aan dat deze gevolgen negatief zijn. De meest genoemde negatieve gevolgen zijn: telkens wisselende collega’s die moeten worden ingewerkt en begeleid en de achteruitgang van de kwaliteit van het werk.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.