of 59130 LinkedIn

Deur open voor meer eigen cao’s

Met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wrna) mogen gemeenten een eigen cao afsluiten voor hun ambtenarenkorps. Vooralsnog laten ze dat over aan koepelorganisatie VNG. Of dat zo blijft? ‘Het kan zijn dat grotere gemeenten op den duur helemaal hun eigen koers gaan varen met eigen cao’s.’

Met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wrna) mogen gemeenten een eigen cao afsluiten voor hun ambtenarenkorps. Vooralsnog laten ze dat over aan koepelorganisatie VNG. Of dat zo blijft? ‘Het kan zijn dat grotere gemeenten op den duur helemaal hun eigen koers gaan varen met eigen cao’s.’

Wnra brengt vooral meer flexibiliteit

‘Eigenlijk verandert er niet zoveel.’ Die zin komt vaak terug in gesprekken met experts en betrokkenen over de gevolgen van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) op de arbeidsvoorwaarden van ambtenaren per 1 januari 2020. Materiële arbeidsvoorwaarden, zoals salaris, einde jaarsuitkering en vakantie-uren, veranderen niet door de wet. Straks is er een tweezijdig arbeidscontract dat de werknemer dient te ondertekenen in plaats van een eenzijdig aanstellingsbesluit.

Wel kunnen collectieve onderhandelingen op een andere manier verlopen, vertelt de Leidse hoogleraar arbeidsverhoudingen Barend Barentsen. ‘De VNG kan dat bijvoorbeeld doen met andere onderhandelaars. Er is meer ruimte: je kunt meer per gemeente differentiëren of met andere overlegpartners een cao in elkaar knutselen, omdat straks niet meer wettelijk vastligt met wie je gaat onderhandelen.’ Het is volgens hem maar de vraag of gemeenten daar gebruik van zullen maken. ‘Er zit al differentiatie bij de G4. De deur voor iets meer differentiatie gaat straks open. Maar wie wil er door die deur heen? Niet veranderen scheelt een hoop kosten en gedoe. Wel biedt de wet mogelijkheden voor bijvoorbeeld een aparte cao voor de Waddeneilanden of voor bepaalde gemeenteambtenaren, zoals de brandweer.’

Maar voorlopig laten gemeenten de VNG het werk doen. Afgelopen december kreeg de vereniging het mandaat van haar leden om ook na 1 januari 2020 een cao vast te stellen namens alle gemeenten. Daarbij geldt het principe dat de cao zoveel mogelijk ruimte biedt aan gemeenten om lokaal invulling te geven aan arbeidsvoorwaarden en hrm. Om een cao voor alle gemeenten te sluiten moest de VNG wel eerst een werkgeversorganisatie worden en daarvoor was een statutenwijziging nodig.

Die is op dezelfde ledenvergadering doorgevoerd. Daarmee geldt de cao gemeenten straks voor alle gemeenten die VNG-lid zijn. Als een gemeente de cao niet wil toepassen, is opzegging van het VNG-lidmaatschap de enige optie, maar zelfs dan is binding via een algemeen verbindend verklaring niet uitgesloten.

Onderlinge concurrentie
Met de vaststelling wordt collectiviteit behouden, is er geen onderlinge concurrentie en uitwisseling van personeel gemakkelijker. Daarbij wordt door het gezamenlijk voeren van de onderhandelingen via de VNG het werkgeverschap van gemeenten versterkt, schrijft de vereniging. Volgens Sietske Pijpstra, secretaris van het College voor Arbeidszaken (CvA) van de VNG, gaat de huidige cao beleidsneutraal over. Het is wenselijk dat de nieuwe cao er op 1 januari 2019 ligt, zodat gemeenten minimaal een jaar hebben om de invoering voor te bereiden. ‘Daarnaast hebben vakbonden al aangekondigd dat ze nog andere afspraken willen maken over bijvoorbeeld de geschillenregeling. Verder kent het Burgerlijk Wetboek een transitievergoeding, terwijl onze huidige rechtspositieregeling ook een nawettelijke en bovenwettelijke uitkering kent. Daar moeten we ook over spreken.’

Sowieso is de overgang naar het burgerlijk wetboek een complexe operatie. Een operatie à la de Omgevingswet die juist en juridisch goed moet worden gedaan. ‘P&O’ers moeten worden opgeleid, honderden wetten moeten veranderen, we hebben voorlichtingsbijeenkomsten gehouden, draaiboeken opgesteld. We bieden ook een collectieve opleiding en modelarbeidsovereenkomsten aan.’ Verder moet over de inrichting van het overlegmodel nog overeenstemming worden bereikt met de bonden. ‘Hoe maak je afspraken? In de markt kan een bedrijf een cao sluiten met één bond. We moeten kijken hoe we daarmee omgaan.’

Er zijn ook gemeenten die naast centrale afspraken lokale regelingen kennen. ‘Die moeten ook herschreven worden. Dat is een grote juridische exercitie’, aldus Pijpstra. Met het BW van toepassing kunnen ambtenaren gemakkelijker overstappen naar een andere gemeente. ‘Ik weet niet of de gemeenten gaan concurreren met het bedrijfsleven. Mensen blijven graag bij een overheid werken en hebben een andere motivatie dan mensen in het bedrijfsleven, blijkt uit onderzoek’, aldus Pijpstra.

‘Het was lastig om over te stappen naar het bedrijfsleven, maar straks is de rechtspositie minder een obstakel.’ De motivatie voor de VNG om voor de Wrna te zijn was: meer mobiliteit tussen bedrijfsleven en overheid. Meer concurrentie tussen gemeenten, omdat de nieuwe wet de optie aan gemeenten geeft zelf een cao met de bonden af te sluiten, zal er door het mandaat dat de VNG heeft gekregen niet komen.

Slag om ambtenaar
Hoogleraar Barentsen verwacht geen run op een eigen arbeidsvoorwaardenpakket. Wel ziet hij steeds meer differentiatie bij onderwijs en gemeenten. ‘Maar niet meteen een versnelling.’ Een slag om de ambtenaar verwacht hij alleen op bepaalde specialistische functies. Maar die ruimte is er nu ook al, aldus Barentsen. ‘Gemeenten kunnen aanvullende afspraken maken, iemand op een seniorfunctie zetten of in schaal 11 of 12. Formeel zijn er dezelfde regels, maar je kunt ze met een roze bril lezen.’ Ook in doorgroei en scholingsfaciliteiten kunnen gemeenten blijven concurreren. ‘Je kunt het maximale bieden of “zuunig” zijn. Een grote gemeente is dan misschien aantrekkelijker, maar in een kleinere gemeente krijg je waarschijnlijk een groter takenpakket.’

Hij wijst op de mogelijkheid om als grote gemeente een eigen koers te varen. ‘Die cao’s hebben een servicefunctie. Onder de 300 medewerkers ben je klein en geef je die zorgen uit handen, want er is een keurig pakket. Maar er zijn al aparte regelingen voor de G4. Het kan dat zij op den duur helemaal hun eigen koers gaan varen met vier cao’s en andere iets minder grote gemeenten ook een eigen cao gaan maken met een eigen arbeidsvoorwaardenpakket. Die bieden bijvoorbeeld 5 procent meer om een aantrekkelijkere werkgever te zijn. Die deur is verder open komen te staan.’ Op korte termijn verwacht Barentsen echter geen grote veranderingen, ‘na al die administratieve rompslomp’.

‘Met de herindelingen zijn gemeenten meer in staat om zaken op eigen houtje te regelen, maar ik ga zeker niet het failliet van de VNGcao voorspellen. Ook de marktsector besteedt het sluiten van cao’s vaak uit, zoals in de metaal. Gemeenten doen dat bijvoorbeeld met een vrije dag op de lokale feestdag.’

Die lokale regelingen worden nu vastgelegd in georganiseerd overleg. Volgens Bert de Haas van FNV Overheid lijkt er een verschil van opvatting te bestaan tussen de VNG en de vakbond over de voortzetting daarvan na de invoering van de Wnra. Pijpstra bevestigt dat de Wnra ertoe leidt dat de wettelijke basis voor lokaal georganiseerd overleg met de vakbonden verdwijnt. ‘In de genormaliseerde arbeidsverhoudingen ligt het ook voor de hand dat de OR de gesprekspartner is van de gemeentelijk werkgever.’

Maar dat vindt FNV Overheid nergens op slaan. ‘Het is niet strijdig met het burgerlijk wetboek en noodzakelijk om lokale arbeidsvoorwaarden te kunnen afspreken. En gemeenten hebben zelf ook behoefte aan lokaal beleid. Een cao bespreek je met een vakbond en niet met de OR. Die zijn daar niet voor toegerust. Het blijft wat ons betreft wenselijk om dat met vakorganisaties te overleggen.’

Hoger inschalen
De VNG moet een landelijke cao afsluiten, maar er is ruimte voor lokale afspraken. Gemeenten willen lokaal zaken afspreken, maar vanuit de behoefte van de vakbond hoeft dat niet op alle punten. ‘Je kunt alle arbeidsvoorwaarden landelijk vaststellen. Dan zijn geen lokale afspraken meer nodig’, vindt De Haas. ‘De woon-werkregeling en de functiewaardering kun je landelijk afspreken, vind ik.’ Juist daarop kunnen gemeenten onderling nu concurreren, bevestigt hij.

‘Je kunt 100 procent vergoeden of tot 30 kilometer rond de gemeente. Gemeente A schaalt een beleidsambtenaar in op schaal 8, gemeente B in schaal 10. Grotere gemeenten schalen hoger in dan de omliggende gemeenten. De omliggende gemeente zegt dan: ja, maar bij ons heb je een hele goede woon-werkvergoeding. Daar wordt echt wel op geconcurreerd.’

Het lokale beloningsbeleid (zoals gratificaties) en onderdelen van de verlofregeling kun je volgens De Haas wel lokaal besluiten. ‘Het is onvermijdelijk dat er een vorm van lokaal overleg blijft. In welke vorm is een ander verhaal, maar het blijft een overleg.’


Amsterdam vindt vrijheid van nieuwe wet ‘een zegen’
Een aantal gemeenten mag afwijken van de cao gemeenten, zoals Amsterdam, maar volgens gemeentesecretaris Arjan van Gils gaat het om mineure dingen. ‘Het zijn kleine pakketten, zoals vrije dagen op Goede Vrijdag en op 1 mei. Verder ziet de ziektekostenvergoeding er iets anders uit en geven we iets minder autovergoeding en iets meer fietsvergoeding. Het is misschien 1 á 1,5 procent van de totale cao.’ Na invoering van de Wnra zal dat niet wijzigen. ‘Er verandert niets aan de verhoudingen. Ik verwacht dan ook geen grote veranderoperatie.’ Van Gils noemt de nieuwe wet ‘een zegen’. ‘We kunnen gemakkelijker traineepools vormen en samenwerken met omgevingsdiensten en de veiligheidsregio. We proberen de bestaande afwijkingen nog meer af te bouwen.’

Amsterdam heeft volgens Van Gils niet de behoefte zich te onderscheiden. ‘Als sprake is van specifieke omstandigheden of werk, kunnen we het daarover hebben, maar dan met de OR. Ik sluit dat niet uit. Speciale ambtenaren of bepaalde detacheringsconstructies kunnen dan in een apart artikel.’ Een trend die Van Gils wel zorgen baart zijn de woonkosten in Amsterdam. Die zijn zo hoog dat het moeilijk is politieagenten, verpleegkundigen, leraren of ambulancemedewerkers aan te trekken. ‘Is het fair dat zo te houden? Enigszins compenseren zou moeten kunnen, maar dat staat los van de ambtenarenstatus. Je kunt dat soort zaken ook oplossen in andere overlegvormen of met de regionale politiek.’ De Wnra zal wennen zijn voor personeelsfunctionarissen, denkt Van Gils. ‘Maar het wordt minder juridisch, ik kan ontslag op staande voet geven en er is meer flexibiliteit.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.