of 59162 LinkedIn

De vloek van het waterschapswerk

Doe je het goed, dan hoor je niks. Laat je een steekje vallen, dan staat zomaar je bestaansrecht ter discussie. De vloek van het waterschapswerk noem ik het: belangrijk werk dat door zoveel Nederlanders als vanzelfsprekend wordt ervaren. Toch (of misschien juist daarom) ervaar ik een gevoel van trots als er op een verjaardagsfeestje wordt gevraagd naar mijn werk.
1 reactie

Doe je het goed, dan hoor je niks. Laat je een steekje vallen, dan staat zomaar je bestaansrecht ter discussie. De vloek van het waterschapswerk noem ik het: belangrijk werk dat door zoveel Nederlanders als vanzelfsprekend wordt ervaren. Toch (of misschien juist daarom) ervaar ik een gevoel van trots als er op een verjaardagsfeestje wordt gevraagd naar mijn werk.

Deze column verscheen eerder in het jaarboek JONG & ambtenaar 2018 - Alles over werken bij de overheid. Lees hier het jaarboek.


Ik vertel er maar wat graag over. Daarentegen begin ik uit mijzelf nooit een gesprek met ‘Hé weet je, ik werk bij een waterschap!’ Wat dat betreft voel ik me – met enkel twee jaar werkervaring – al een echte waterschapper: ik ben onwijs trots op mijn werk, maar wil bescheiden blijven omdat droge voeten vanzelfsprekend moeten zijn voor iedereen. Je doet immers ‘gewoon’ wat je moet doen. En ook al doet het
onderwerp dijkdoorbraak het goed in bijvoorbeeld een tv-serie of documentaire, aantonen wat er mis kan gaan als jij je werk niet doet, is al snel bangmakerij… (vooral tijdens waterschapsverkiezingen).


Wat is dan het verschil tussen het waterschapswerk en bijvoorbeeld dat van de brandweer of politie? Waarom is hun bestaansrecht nooit onderwerp van discussie? Simpel: reactief werk is meetbaar (een gebluste brand of een opgepakte crimineel), van preventief werk weet je nooit helemaal zeker of het iets heeft voorkomen. En laat Hollands watermanagement nou net zo in elkaar steken: hoofdzakelijk preventief. Dat maakt het waterschapswerk ontastbaar, dat maakt droge voeten vanzelfsprekend, en dat maakt onbekend en daarmee (helaas) onbemind. Dan komt soms die vraag over het bestaansrecht weer naar boven, worden waterschappers huiverig voor hun baan en wordt er nóg harder gewerkt om een watersnoodramp te voorkomen (preventie x1.000 dus). Een cirkelredenatie die voor mij de vloek van
het waterschapswerk omschrijft.


Stiekem vind ik dit alles wel wat hebben. Het lijkt waterschappers scherp te houden en het creëert een sterk gevoel van verbondenheid onderling. Het maakt dat ik mij als jonkie wil onderdompelen in dit enorme kennisbassin en erin wil leren zwemmen (ook tegen de stroom in). Het zorgt ervoor dat het oude, grijze imago van de waterschappen mij niet afschrikt maar juist intrigeert.


Ik voel me als waterschapper soms zo iemand met CREW achterop zijn rug. Volledig gehuld in zwarte kleding en met een communicatiezender in mijn oor, regel ik samen met mijn collega’s dat de voorstelling elke dag weer kan aanvangen. Als waterschapper werk ik achter de schermen. Met het Nederlandse landschap als toneel werk ik continu aan de planken waarop het allemaal gebeurt. Onzichtbaar doch onmisbaar. Laat mij dus maar rondlopen met WATERSCHAP op mijn rug, dan voelt die vloek voor
mij als een zegen.

 

Floor van der Heijden

Leeftijd: 27 jaar
Functie: Beleidsadviseur gebiedsontwikkeling
Bij: Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Opleiding: Planologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Norman Waalre op
Overstromingspreventie is cruciaal, en wordt vaak onderschat. Maar het zou veel goedkoper en efficiënter zijn, om die taken onder te brengen bij het provinciaal bestuur. Geef burgers en beleidsmakers veel uitgebreider en deskundiger voorlichting, over hoe ze zich kunnen voorbereiden op een grote overstroming. Werk daarbij samen met Defensie en civiele hulpdiensten. Informatie daarover is te vinden op de websites van FEMA, American Red Cross, CDC (Centers for Disease Control and Prevention), enz.