of 59274 LinkedIn

Ambtenaren in de uitleen

In je ambtelijke carrière is de weg omhoog geblokkeerd door collega’s die zich niet verroeren. Wat dan? Rotterdam leent een aantal van deze high potentials uit aan Deloitte.

‘Ik zat niet op de schopstoel. Sterker nog, ik heb behoorlijk moeten lobbyen om in dit traject te komen.’ Ras-Rotterdammer Richard Vielvoye maakte tot een halfjaar geleden overuren om binnen de gemeente Rotterdam het Ontwikkelingsbedrijf, Gemeentewerken en de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting samen te voegen. 


‘Een groot en complex proces, waaraan ik met veel plezier werkte en waarvan ik heel veel leerde. Maar de volgende deur, naar bijvoorbeeld een directeursfunctie, zat op slot. Ondertussen was ik me wel gaan afvragen waarin ik me verder wil ontwikkelen. Toen ik hoorde van de mogelijkheid om bij Deloitte aan de slag te gaan, heb ik me direct gemeld bij het concernmobiliteitscentrum van de gemeente. Ik zag het als een ideale mogelijkheid om te onderzoeken wat ik nog meer kan en waar ik enthousiast van word.’

Vielvoye is sinds vorig jaar zomer gedetacheerd bij Deloitte Consulting. Zes van zijn collega’s zijn hem inmiddels gevolgd. Het zijn stuk voor stuk hoogvliegers. Generieke organisatietijgers, maar ook vakspecialisten op terreinen als werk en inkomen, jeugdzorg en vergunningverlening.

Ze staan op de payroll van de gemeente Rotterdam, maar hebben een Deloitteassessment ondergaan, rijden nu in een Deloitte-leaseauto, werken op een Deloitte- laptop en bellen met een Deloittemobieltje. Ze moeten Deloitte-omzettargets halen en worden naar Deloitte-maatstaven beoordeeld.

Normale medewerkers

‘Wij zien ze als normale medewerkers, die net als iedereen kwaliteit moeten leveren en omzetdoelstellingen moeten halen’, zegt Mario van Vliet, lid van de Raad van Bestuur en verantwoordelijk voor de Consulting-praktijk van Deloitte. De omzet van de Rotterdammers wordt gedeeld met Rotterdam, ter dekking van de salarislasten.

Het zijn moeilijke tijden voor het gemeentelijk personeelsbeleid. Ambitieuze ambtenaren kunnen zich intern nauwelijks ontwikkelen, maar beschikken over voldoende talent om te vertrekken naar elders. Daarmee helpen ze de gemeente weliswaar om langs natuurlijke weg bezuinigingsdoelstellingen te halen, maar vermoedelijk wil de gemeente nu juist niet van hén af. Dan liever die minder getalenteerde, minder flexibele en minder ambitieuze ambtenaren, waarmee het bepaald niet gemakkelijk is om de noodzakelijke organisatieveranderingen door te voeren. Is het niet riskant om juist de high potentials aan bijvoorbeeld Deloitte te laten ruiken? ‘Juist niet’, zegt Vielvoye. ‘Als ik deze kans niet had gehad, was ik waarschijnlijk ook om me heen gaan kijken en dan was Rotterdam me voorgoed kwijt geweest. Nu is de band met de gemeente nog intact.’

Ook wethouder Jantine Kriens, met onder meer Financiën en Bestuur & Organisatie in haar portefeuille, vindt dat de Deloitte-constructie voordelen biedt. ‘Natuurlijk willen we wel graag dat ze alle zeven terugkomen. Maar de manier om ambitieuze mensen te binden is niet door ze contact met de buitenwereld te onthouden, maar dat juist te stimuleren.’

Kriens moet van haar gemeenteraad 20 procent besparen op de ambtelijke organisatie. ‘Om dat te bereiken, zijn we bezig met een enorme transformatie. Het is duidelijk dat niet iedereen in het nieuwe plaatje past. Die proberen we met behulp van ons concernmobiliteitscentrum zo goed mogelijk naar ander werk te begeleiden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de mensen die bij de gemeentelijke accountantsdienst zaten. Met de opheffing daarvan zijn die boventallig geworden, maar het zijn wel geweldige professionals. Een aantal van hen hebben we naar Ernst & Young kunnen bemiddelen.’

Zuurstof

Er zijn echter ook medewerkers die Kriens hard nodig heeft om vorm te geven aan een kleiner, maar beter ambtelijk apparaat. ‘Die gaan we onder meer detacheringen aanbieden buiten onze eigen organisatie. Dat is voor hen zuurstof, omdat ze een nieuwe wereld betreden en ervaren dat er andere manieren zijn om naar vraagstukken en oplossingen te kijken. En dat is weer zuurstof voor ons.

Wij maken gebruik van de kennis en ervaring die ze elders opdoen om de transitie naar een toekomstbestendige organisatie te maken.’ Zo werkt Rotterdam op dit moment samen met onder meer het Rijk, de politie Rotterdam-Rijnmond en de gemeenten Schiedam, Leiden, Boskoop en Den Haag.

De samenwerking met Deloitte Consulting is van een andere orde, omdat het om langdurige ‘uitleen’ aan een commerciële partij gaat. Vielvoye komt tot ‘een win-win-winsituatie’: voor de gemeente, voor Deloitte en voor hemzelf. Rotterdam stimuleert mobiliteit, zowel intern als naar buiten, maar wil talent aan zich binden. ‘Omdat moving up binnen de gemeente momenteel lastig is, kan de gemeente aan talenten dus maar beter de kans geven om elders te groeien. Mijn  algemeen directeur in Rotterdam zei het wel mooi: “Ik wil je niet kwijt, maar gun je dit traject. Als je maar belooft dat je na twee jaar terugkomt om alle opgedane kennis en ervaring te delen.”’

Voor Deloitte is dit een aantrekkelijke constructie, omdat het veel kennis en praktijkervaring binnenhaalt. En niet te vergeten een uitstekend netwerk binnen de gemeente. ‘Wij doen natuurlijk geen acquisitie in Rotterdam en voeren er ook geen opdrachten uit’, zegt Vielvoye.

‘Maar we kunnen andere Deloitters wel helpen een nog betere propositie te maken, doordat we uit eigen ervaring weten wat er binnen Rotterdam speelt.’ En voor Vielvoye zelf is de winst dat hij zich als professional verder kan ontplooien. ‘Binnen Deloitte kan ik nieuwe, voor mij onbekende energiebronnen aanboren.’ 

Commercieel belang

Hij werkt momenteel in opdracht van de gemeente Den Haag, maar was laatst ook op bezoek in Leiden. ‘Er was daar een probleem en ik heb gezegd dat ze eens met die en die in Rotterdam moesten bellen. Commercieel gezien is dat misschien niet handig, maar ik vind het prachtig om kennis van gemeente naar gemeente te brengen. Dat is gelukt. En Deloitte heeft er nog een opdracht aan overgehouden ook.’

Van Vliet ziet het voordeel. ‘Als ík in Leiden zou opperen om eens in Rotterdam te gaan kijken hoe ze het hebben aangepakt, dan zou men eerder denken dat ik dat alleen maar zei omdat wij daar een commercieel belang bij hadden. Als Richard het zegt, werkt het anders. Hij zorgt ervoor dat klanten op een natuurlijke manier verder worden geholpen.’

Gemeentelijke baas

Vielvoye spreekt regelmatig met zijn voormalige gemeentelijke baas. En onlangs was hij op de koffie bij wethouder Kriens. ‘Ik vertel dan hoe Deloitte werkt en hoe de gemeente daar gebruik van kan maken. Consultants werken in verschillende domeinen en vullen elkaar aan. Neem de jeugdzorg. Deloitte werkt zowel binnen het Rijk, de provincies als de gemeenten en kan dit beleidsterrein dus echt geïntegreerd benaderen. Of neem de WMO. Daar gaat iets gebeuren met vervoer en Deloitte adviseert in andere sectoren al jaren over logistieke processen. Nu ik twee jaar Deloitter ben, is die kennis ook voor mij beschikbaar. Als gemeenteambtenaar zou dat moeilijker zijn.’

Kriens zegt graag gebruik te maken van de ervaringen van Vielvoye en de andere gedetacheerde Rotterdammers. ‘Wat hen bijvoorbeeld opvalt is dat Deloitte, net als andere adviesbureaus, veel gebruik van zelf ontwikkelde instrumenten. Gemeenten doen daar heel weinig aan, terwijl ze die instrumenten wel afnemen van adviesbu- reaus. Dat is vreemd. Eigenlijk zouden we als gezamenlijke overheden veel meer zelf moeten doen aan research & development. Daarom ben ik wel voor de oprichting van een Bestuursacademie nieuwe stijl.’

Onweerstaanbaar

Vielvoye vindt dat hij ook Deloitte wat bij te brengen heeft over gemeenten. ‘Ik denk dat Deloitte zich nog veel meer moet realiseren dat er binnen gemeentelijke organisaties al heel veel kennis aanwezig is. Als je als ambtenaar dag in dag uit met een bepaald onderwerp bezig bent, dan kun je daar als consultant nooit aan tippen. Daar moet je dus gebruik van maken. Meer vragen hoe de klant er zelf over denkt en wat hij in huis heeft. Op die manier ga je veel meer als partner het gesprek aan.’

Of Vielvoye over anderhalf jaar terugkeert aan de Coolsingel weet hij nog niet. ‘Daar hoef ik nu nog niet over na te denken. Als het contract afloopt, ga ik beslist eerst kijken wat mijn mogelijkheden zijn binnen de gemeente. Het is natuurlijk ook mogelijk dat Deloitte mij een onweerstaanbaar aanbod doet. Maar in principe ben ik nu twee jaar aan het buitenspelen en kom ik daarna terug bij de gemeente, met nieuwe kennis en ervaring.’


Marktpartijen snuffelen in Haagse bakken
Meer gemeenten intensiveren contacten met de buitenwereld, om ambtenaren ‘van werk naar werk’ te helpen. Den Haag moet deze collegeperiode meer dan duizend ambtenaren lozen. Het daartoe opgetuigde projectbureau zal vermoedelijk zeshonderd collega’s aan een andere baan moeten helpen, de rest vloeit natuurlijk af.

Volgens een woordvoerder probeert de gemeente matches te zoeken met organisaties die personele behoeften hebben op terreinen waar de gemeente juist moet krimpen. Zo zijn er gesprekken gaande met twee ingenieursbureaus, ondanks dat het ook in de branche slecht gaat.

‘Maar hoewel men het daar moeilijk heeft, zie je dat bijvoorbeeld een vastgoed- en beheerdivisie groeit. Dat is voor ons aantrekkelijk, want daar moeten wij juist krimpen.’ Het projectbureau verkent meer van dergelijke kansen.


Vergrijzingsprobleem is al ‘opgelost’
De uitstroom van de babyboomgeneratie bij de overheid de komende jaren is helemaal geen probleem, stelt de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) in een eind december verschenen arbeidsmarktrapportage. ‘De grote vraag voor de overheidssector zal de komende jaren niet zijn waar mensen vandaan te halen, maar wel waar mensen naartoe te laten afvloeien’, stelt de RWI. Alleen in specifieke technische en ict-functies voorziet de Raad knelpunten.

Met verwijzing naar het rapport De grote uittocht uit 2010 (van overheidswerkgevers en -werknemers en het ministerie van BZK) stelt de RWI dat het vertrek van 70 procent van alle werknemers over een periode van tien jaar helemaal geen probleem is. ‘Het is niet buitengewoon wanneer jaarlijks 7 procent van de werknemers uittreedt of van baan verandert. Dat is zelfs heel weinig, gegeven het feit dat jaarlijks 15 tot 20 procent van de werknemers in Nederland van baan verandert.’

Op dit moment werken er ruim een half miljoen mensen bij Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen, zbo’s en gemeenschappelijke regelingen (inclusief defensie- en politiepersoneel). Het CPB verwacht dat het aantal banen in het openbaar bestuur vanaf 2011 jaarlijks met 1,5 procent daalt. Dat is geen schokkend percentage, de daling in andere sectoren is gemiddeld groter. Maar gerust is de RWI niet. Het CBS heeft inmiddels cijfers over 2011, waaruit blijkt dat de feitelijke daling groter is: 2,2 procent. ‘Aangezien de meeste bezuinigingen nog hun beslag moeten krijgen, kan dit percentage de komende tijd nog oplopen.’

De voorgenomen bezuinigingen van 18 miljard euro zorgen volgens de RWI voor een daling van 4 tot 14 procent. Daar komt nog bij dat de overheid zelf verandert en behoefte krijgt aan nog hoger opgeleid en sociaal vaardiger personeel. Dat kan betekenen dat er nog meer mensen uit moeten, om plaats te maken voor ‘ambtenaren van de toekomst.’

Het aantrekken van goeie ambtenaren kan op deze manier wel een probleem worden, omdat de overheid het niet moet hebben van schoolverlaters, maar van baanwisselaars. ‘Een belangrijke uitdaging voor de overheid als werkgever in de komende jaren is, om de uitwisseling en de uitwisselbaarheid met de marktsector te vergroten. Daarmee kan zowel de beoogde uitstroom als de benodigde instroom worden gefaciliteerd.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.