of 58952 LinkedIn

Hoe lang blijven we sleutelen?

Historische lessen voor de jeugdzorg


Wat kan de jeugdzorg leren van het verleden? De roep om meer samenhang, lokale inbedding van de hulp en regionale samenwerking klonk 45 jaar geleden al. In de loop der decennia ging stelsel na stelsel op de schop, maar bleef dezelfde roep bestaan. Tijd om te gaan werken vanuit de inhoud in plaats van uit structuren en wetgeving, vindt het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).


‘Het gewone leef- en opvoedmilieu is de plek om bedreigde jeugd betere kansen te geven én om te voorkomen dat het gebruik van specifieke voorzieningen als jeugdhulpverlening en speciaal onderwijs nodig is.’ Was getekend Hedy d’Ancona, minister van VWS in 1991. Of: ‘Hulp aan jeugdigen zal zo veel mogelijk in of dichtbij de eigen leefomgeving gegeven moeten worden’, aldus een interdepartementale werkgroep in 1974. Twee voorbeelden van opvattingen uit een ver verleden, die weinig aan kracht ingeboet te lijken hebben. Hoe komt het dat wat toen al over de jeugdzorg werd geroepen, nog steeds actueel is?

 

Terugkerende thema’s

Tom van Yperen, expert kwaliteit jeugdstelsel bij het NJi: ‘In de jeugdzorg zien we steeds vier wensen terugkeren: beter luisteren naar cliënten, preventief jeugdbeleid versterken en ondersteunen op lokaal niveau, meer samenhang creëren tussen jeugdhulpverlening, jeugd GGZ en jeugdbescherming op regionaal niveau en die hulp inbedden in de leefwereld van gezinnen, en tot slot de samenwerking met het onderwijs verbeteren.’ Hoe komt het dat die wensen steeds zo actueel blijven? Directievoorzitter van het NJi Ans van de Maat: ‘Al decennialang richten wij in Nederland onze pijlen op stelselhervorming van de jeugdzorg. Nieuwe wet- en regelgeving, transitie van landelijke naar regionale of lokale overheden en vice versa, we hebben het allemaal meegemaakt. We blijven maar sleutelen aan de systemen, maar nog steeds zijn er dezelfde uitdagingen als 45 jaar geleden. Een conclusie die je dan kunt trekken, is dat we het over een andere boeg moeten gooien.’

 

Jezelf overbodig maken

Wat die andere boeg dan is? ‘Vanuit de inhoud inzetten op een sterke pedagogische basis, een goede preventie en eerste lijn plus een jeugdzorg met duurzame resultaten’, aldus Van Yperen. Geen gemakkelijke opgave, erkent hij onmiddellijk. ‘In de loop der decennia hebben we een stelsel voor preventie en jeugdzorg opgetuigd, maar dat zijn systeemmaatregelen. Het gaat erom jeugdigen zo gezond, veilig en kansrijk mogelijk op te laten groeien en jeugdzorg zo min mogelijk nodig te maken. Met name voor de jeugdzorg is dit een ambitie die indruist tegen de wens om er voor alle jeugdigen te zijn. Immers, als je het goed doet en samen met andere maatschappelijke partners een sterke basis en een succesvolle preventieve jeugdzorg van de grond weet te krijgen, maak je jezelf voor een deel overbodig. Daarom kan dit niet anders tot stand komen dan door een zo gewoon mogelijk opgroeien en opvoeden van jeugdigen rigoureus voorop te stellen.’

 

Leerproces doorzetten

Ans van de Maat vult aan: ‘De transformatie van de jeugdzorg is een enorme opgave, die je niet zomaar op een namiddag realiseert. Daar is wel acht tot tien jaar voor nodig. We zijn nu vijf jaar op weg sinds de invoering van de Jeugdwet. We zijn nog druk lerend, maar weten inmiddels ook veel. Laten we nu niet teruggrijpen op het ons bekende mechanisme om aan het systeem te gaan morrelen. Het is zaak, nu er inmiddels meer middelen en mogelijkheden voor regionale samenwerking zijn toegekend, ervoor te zorgen dat het leerproces versterkt wordt doorgezet.’

 

Plan opstellen

Als het aan het NJi ligt, maken maatschappelijk partners samen een regionaal plan waarin ze formuleren wat er nodig is om de pedagogische basis, de preventie en de jeugdzorg in de eigen omgeving te versterken. Van Yperen: ‘Daarin zouden de tien belangrijkste maatschappelijke vraagstukken centraal kunnen staan die de partners gezamenlijk aanpakken. Zaken zoals schooluitval, huiselijk geweld, de epidemie van angst en depressie, gedragsproblemen.’

 

Nieuw perspectief

Voor jeugdinstellingen betekent dit vaak dat ze over hun eigen schaduw moeten heen stappen en wellicht naar een nieuw toekomstperspectief moeten zoeken, stelt Van Yperen. ‘Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te kijken wat er gedaan moet worden en hoe de organisaties zich daar op moeten doorontwikkelen.’ Een haalbare kaart? Van de Maat denkt van wel. ‘Zaak is nu stevig vast te houden aan de ingezette koers. Ik verwacht dat als de sector de tijd is gegund, de maatschappelijk partners steeds meer vanuit de inhoud samen kunnen optrekken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Groeiend jeugdzorggebruik en historie jeugdbeleid

 

Het NJi bracht eind november het essay ‘Het groeiend jeugdzorggebruik. Duiding en aanpak’ uit. Daarin beschrijft het NJi de oorzaken voor de groei van het jeugdzorggebruik en wat er nodig is voor een beter functionerend jeugdstelsel.

 

Tegelijk publiceerde het NJi een historisch overzicht– met te downloaden originele documenten – dat een beeld geeft van circa 50 jaar jeugdbeleid tot aan de Jeugdwet.

 

www.nji.nl/nl/Kennis/Publicaties

www.nji.nl/nl/Wet-en-regelgeving/De-geschiedenis-van-het-jeugdstelsel.

 

 

Afbeelding

 

Afbeelding

Ans van de Maat

Afbeelding

Tom van Yperen