of 59318 LinkedIn

‘De VNG, daar heb je wat aan’

Natuurlijk is er altijd gezeur over geld en beleidsruimte. Maar doorgaans is de VNG de ideale onderhandelingspartner, stellen ambtenaren en bewindspersonen. De buitenwacht over de vermeende kracht van de koepelorganisatie.

Willem Vermeend zat vaak met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) om de tafel. 6 jaar lang beheerde hij als staatssecretaris van Financiën het gemeentefonds. ‘Het waren altijd uitstekende bijeenkomsten’, herinnert hij zich. Vanuit zijn rol was het onderhandelingsspel zo moeilijk niet. Hij stelde de financiële kaders, de VNG mocht ideeën aandragen om die met beleid in te vullen.

 

‘De VNG is een deskundig apparaat, met veel ideeën. Daar moet je als bewindspersoon gebruik van maken’, zegt Vermeend, ‘Soms zeiden VNG-onderhandelaars tegen me: “Willem, zoals jij het wilt gaat het niet werken.” Dan vroeg ik: “Hoe dan wel?” Niet zelden hadden ze dan al een compleet uitgewerkt alternatief in de tas zitten. Als ik dat vervolgens las, was ik niet zelden blij verrast: goh, dat is beter dan ik zelf had bedacht.’

 

En dus deed Vermeend er zijn voordeel mee: de VNG kreeg inhoudelijk haar zin, hij financieel. ‘Dat meedenken van de VNG, dat stelde ik altijd zeer op prijs. Als bewindspersoon heb je echt wat aan zo’n club.’

 

Roedel

 

Onderhandelaars van het rijk zien in de VNG de constructieve en coöperatieve akela van de gemeenten. Dat ze soms ook dwarsligt, komt doordat ze een nogal verdeelde en omvangrijke roedel bijeen moet zien te houden. Dan biedt een gemeenschappelijke tegenstander uitkomst.

 

Vermeend: ‘De VNG klaagt altijd over “wel de taken niet het geld”. Dat gebeurt ook nu weer. Ik snap dat wel. Ze laat zo zien dat ze staat voor haar leden en dat ze probeert het maximale uit onderhandelingen te halen.’

 

Ook Paul van Kalmthout, tegenwoordig directeur/secretaris van de provincie Gelderland, begrijpt dat de VNG tijdens onderhandelingen niet altijd ‘full hearted’ ja kan zeggen tegen afspraken met het rijk, zelfs als ze het wel full hearted met de uitkomsten eens is. ‘Wij hadden daar altijd begrip voor’, zegt Van Kalmthout, die meedraaide in de top van de ministeries van Sociale en Binnenlandse Zaken.

 

‘Voor ons was het belangrijkste dat de VNG een voorstel niet zou blokkeren. Dan konden we immers doorgaan op de ingeslagen weg. Dat er daarna gesteggel kwam over geld, dat wist iedereen aan de onderhandelingstafel. Het hoort nu eenmaal bij het spel. Ik zou het gekker vinden als de VNG het niet zo zou spelen.’

 

Van Kalmthout maakte meer dan 10 jaar geleden samen met Vermeend prestatieafspraken met gemeenten over de reïntegratie van bijstandsgerechtigden. Daarna was hij onder meer verantwoordelijk voor de invoering van de Wet werk en bijstand en voor de bestuursakkoorden die het rijk sloot met de VNG en het Interprovinciaal Overleg. ‘De VNG heeft te maken met verschillende sentimenten in het land’, zegt hij. ‘Desondanks loopt ze voor de troepen uit. Dat vind ik een vorm van leiderschap.’

 

Manoeuvreren

 

De strategieën aan de onderhandelingstafel zijn tamelijk overzichtelijk. Aan de ene kant zit de VNG, die bijna per definitie meer taken wil voor gemeenten. Iedereen aan tafel weet dat de VNG-achterban daar minder eenduidig over denkt: grote gemeenten willen wel, kleine gemeenten lang niet altijd. En dus moeten VNG-onderhandelaars diplomatiek manoeuvreren.

 

Aan de andere kant van de tafel zit ‘het rijk’. Ook daar zijn grosso modo twee kampen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken fungeert veelal als doorgeefluik van de decentralisatiewensen van de VNG en verdedigt die richting vakdepartementen. Het ministerie van Financiën is niet tegen beleidsdecentralisatie, als die tenminste betekent dat de financiële verantwoordelijkheid wordt mee gedecentraliseerd en er een korting op de rijksbegroting kan worden ingeboekt.

 

Eric Biesmeijer stond aan de wieg van de programmabegroting en de wet Fido (die regels stelt voor de manier waarop decentrale overheden mogen beleggen). Eerder bedacht hij samen met de VNG de ‘samen op, samen trap af’ systematiek, omdat vrijwel niemand nog begreep hoe het gemeentefonds was gekoppeld aan de rijksbegroting. ‘Het was een gezamenlijke exercitie met een gezamenlijk belang’, zegt Biesmeijer, inmiddels met pensioen. ‘Dat gold ook voor de wet Fido, waarin de VNG misschien nog wel roomser was dan ikzelf.’

 

De gezamenlijkheid had alles te maken met draagvlak, zegt Biesmeijer. ‘BZK had er heel veel belang bij dat beleid werd gedragen door gemeenteambtenaren.’ Volgens Biesmeijer was het zelden een probleem om de verschillen tussen VNG en zijn departement te overbruggen. ‘Het polderen tussen VNG en BZK zit diep. Soms banjerde er wel eens een inspecteur Rijksfinanciën door dat proces heen, die zich opeens heel hard opstelde tegenover de VNG. Maar vaak werd zo’n inspecteur dan door de bewindspersoon op Financiën teruggefloten. Tot schik van ons en van de betrokken VNG’ers.’

 

Harmonieus

 

Terwijl Binnenlandse Zaken en de VNG harmonieus polderen naar nieuwe afspraken en Financiën de portemonnee bewaakt, ontstaat er juist meer spanning aan de onderhandelingstafel wanneer een vakdepartement de tegenspeler is. ‘Vakdepartementen vinden vaak dat ze alles in de gaten moeten houden, terwijl de VNG juist gemeenten de ruimte wil geven om het eigen probleemoplossend vermogen aan te spreken,’ zegt Van Kalmthout.

 

De verschillen tussen Binnenlandse Zaken en VNG enerzijds en vakdepartementen anderzijds, lijken volgens hem op de verschillen tussen de VNG en haar leden. ‘Waar VNG en BZK het algemeen en het democratische belang stellen boven het sectorbelang, hebben vakdepartementen en portefeuillehouders in gemeenten de neiging om het omgekeerde te doen.’

 

Heeft de VNG ook zwakke kanten? Daarop wil niemand geciteerd worden. Van Kalmthout noemt dat de vereniging ‘wel eens te ver voor de troepen uitloopt’, zoals bleek uit het voorstel om het aantal gemeenten terug te brengen tot dertig à veertig. ‘Maar ja, dat is nu eenmaal het risico als je je nek uitsteekt. Dan gaat het soms mis.’

 

Anoniem wil een ambtenaar wel kwijt dat hij zich afvraagt of de VNG haar eigen achterban goed kent. ‘De lobby richting rijk is krachtig, maar soms betwijfel ik of het verenigingssecretariaat wel weet wat er speelt in de alledaagse praktijk van gemeenten’, zegt deze ambtenaar. ‘Ik snap wel dat de departementen graag willen geloven dat ze via de VNG daadwerkelijk met “de gemeenten” om de tafel zitten. Maar ik zie dat de VNG de neiging heeft een gekleurd beeld te schetsen van de gemeentelijke werkelijkheid, om de eigen agenda kracht bij te zetten.’

 

Vermeend deelt die mening niet. ‘Ik sprak altijd met de VNG, maar ook met wethouders van grotere gemeenten. Mij viel juist op dat hun verhalen verdacht veel op elkaar leken. Ze hadden de gesprekken gewoon goed met elkaar afgestemd. Gemeenten begrijpen heel goed dat je nooit met een verdeeld huis aan de onderhandelingstafel moet verschijnen.

 

'Veel ruimte voor eigen beleid'

 

Welke strategie kan de VNG het beste volgen in onderhandelingen met het kabinet Rutte? Volgens Willem Vermeend doet de VNG er het beste aan om de banden met het ministerie van Financiën aan te halen. ‘Het enige wat nu telt, is dat bezuinigingen gehaald worden. Afdingen heeft geen enkele zin, want elke concessie aan de financiële taakstelling betekent het einde van dit kabinet. Dat gaat dus niet gebeuren.

 

'Ondertussen is er nog wel volop beleidsruimte. Mijn advies aan de VNG is om beleidsvoorstellen eerst even te laten doorrekenen door Financiën. Dan weet je of ze kans maken. Als je van Financiën het stempel “financieel deugdelijk” hebt, dan kan het vrij snel gaan in de ministerraad.’ En welke strategie kan de andere kant van de onderhandelingstafel het beste volgen? Vermeend: ‘Geef gemeenten heel veel ruimte om eigen beleid te maken, in ruil voor de financiële taakstelling. Meer beleidsruimte is immers een vurige wens van de VNG.’

Verstuur dit artikel naar Google+