of 59345 LinkedIn

De open zenuw van Zoetermeer

Er komt een nieuw onderzoek naar de bestuurscultuur in de gemeente Zoetermeer. Aanleiding is de crisis rond het bedrijf Sterigenics. ‘We staan in het rood bij onze bevolking’, zegt burgemeester Jan Waaijer.

Het jaar 2010 is in Zoetermeer bijna geheel beheerst door het schandaal met de fabriek die midden in een woonwijk jarenlang een kankerverwekkende stof de lucht in mocht blazen. Vlak voor kerst 2009 werd duidelijk dat er veel op bestuurlijken ambtelijk niveau was misgegaan in de afgelopen ruim 30 jaar. Hoe kon het zover komen? En is het falen van toezicht en handhaving in Zoetermeer een incident of kan zo’n kwestie zich overal voordoen?

 

Bestuurskundig adviseur en oud-burgemeester Bas Eenhoorn, zo is vorige week beslist, gaat dat uitzoeken. Zoetermeer lijkt zo’n gemeente waarin alles gladjes verloopt. De bevolking is er iets jonger dan het gemiddelde in Nederlandse gemeenten. Er lopen riante wegen doorheen die ruim opgezette woonbuurten ontsluiten.

 

Zoetermeer is ook groen. Slechts 45 procent van het oppervlak is bebouwd. Er zijn veel schone bedrijven, vooral in de ICT-sfeer. Het inkomen ligt er iets boven het landelijke gemiddelde. Zoetermeer begon als dorp met 10.000 inwoners en is in 50 jaar uitgegroeid tot een stad met 122.000 inwoners. Binnenkort is het de derde stad van Zuid-Holland.

 

Burgemeester Jan Waaijer (CDA): ‘Het stempel slaapgemeente of satelliet van Den Haag dekt de lading dus niet meer.’ Nog steeds gaan er stromen forensen ‘s ochtends vanuit de voormalige groeikern richting Den Haag, Utrecht en Rotterdam. ‘Net zo goed komen er duizenden mensen hier naartoe om te werken. Zoetermeer telt inmiddels 50.000 arbeidsplaatsen. Zoetermeer is anno 2010 in balans.’

 

Op het gemeentehuis midden in het Stadshart, is de zaak-Sterigenics na een jaar nog een open zenuw. ‘We staan nog steeds in het rood bij de bevolking’, zegt Waaijer zonder omhaal. ‘Als gemeentebestuur zijn we met alle macht bezig om het vertrouwen van de bevolking terug te winnen.’ Gemeentesecretaris Jelke Dijkstra: ‘Waar ik bij alles wat er gebeurd is gelukkig mee ben, is dat uit het integriteitonderzoek is gebleken dat er wat dat betreft niets mis is. Maar dat neemt de ernst van wat er is voorgevallen niet weg. We zijn daar met alle kracht mee aan de slag gegaan.’

 

Wat is er gebeurd? Op 17 december 2009 stuurt de gemeente een brief aan de bevolking met de mededeling dat Sterigenics jarenlang de kankerverwekkende stof ethyleenoxide heeft uitgestoten. Het bedrijf reinigt medische apparatuur en is sinds 1973 in Zoetermeer gevestigd. Het nieuws slaat in als een bom. In de brief verklaart de GGD dat de stof ‘een beperkt gezondheidsrisico’ heeft.

 

Op een bijeenkomst in het centrum Dutch Water Dreams geven burgemeester Waaijer en de toenmalige wethouder Frank Speel (CDA) uitleg. De woede is groot. Er wordt een actiecomité opgericht, Sterige-NIKS, dat directe sluiting van de fabriek eist. De gemeenteraad is verbijsterd: Hoe kan een bedrijf 37 jaar zo’n schadelijke stof blijven uitstoten? En: waarom wisten we niets?

 

Falende ambtenaren

 

Een jaar na de crisis is de rust op het gemeentehuis allerminst teruggekeerd. De conclusies van de onderzoekscommissie onder leiding van oud-politicus Frank de Grave (VVD) dreunen nog na. Deze commissie stelde onder meer vast dat Sterigenics nooit een vergunning had mogen krijgen. ‘Het ambtelijk apparaat heeft gefaald in het organiseren van voorwaarden om goed toezicht te kunnen houden, uit te oefenen en te handhaven’, staat in het rapport. De commissie vindt het ‘onaanvaardbaar’ dat de gemeente gedurende een lange periode helemaal geen toezicht hield.

 

Het rapport vervolgt: ‘In 2000 en 2001 werden problemen ten aanzien van toezicht en handhaving - en Sterigenics in het bijzonder - besproken in het college. Dat het dossier Sterigenics in de jaren hierna van de radar is verdwenen, is onbegrijpelijk en ongehoord.’ Dit alles kon volgens de commissie gebeuren doordat er binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende voorwaarden aanwezig waren voor kritische intervisie en interne controle.

 

De bestuurscultuur was er een van fouten en falen wegstoppen. Uiteindelijk, concludeert de commissie, is daardoor de bevolking aan onaanvaardbare risico’s voor de gezondheid blootgesteld. Intern, maar ook door de debatten met de gemeenteraad, is er veel in gang gezet. De gezondheidsenquête is inmiddels van start gegaan.

 

De externe Klankbordgroep Gezondheidsonderzoek Sterigenics is ook begonnen met haar onderzoek. Daarin zitten ook vertegenwoordigers van de actiegroep SterigeNIKS. De manier van besturen is tegen het licht gehouden en binnenkort begint het onderzoek naar de bestuurscultuur binnen de gemeente. Daarin wordt de rol van de politieke ambtsdragers (college en raad), maar ook van ambtenaren betrokken.

 

Groeistuipen

 

Waaijer en Dijkstra willen niet op de zaken vooruit lopen, maar denken dat een aantal problemen die bij de Sterigenics-zaak aan het licht zijn gekomen, iets met de groeistatus van Zoetermeer te maken hebben gehad.

 

Waaijer: ‘Als je almaar bezig bent met bouwen, is het risico aanwezig dat je de uitwerking en handhaving uit het oog verliest. Je ziet het in het landelijke- en lokale bestuur. Beleid maken is sexy, erbovenop zitten bij het vervolg is minder aantrekkelijk. De borging, daar is te weinig aandacht voor geweest.’

 

De twee willen geen smoesjes bedenken om het falen in de kwestie Sterigenics af te zwakken, maar ze willen wel graag de Sterigenics-crisis in de tijd plaatsen. ‘Toen het bedrijf zich hier vestigde, had het helemaal geen vergunning nodig. Wat de stof ethyleenoxide deed, was onbekend’, weet Dijkstra. In de jaren daarna werd er natuurlijk veel meer over bekend en hadden de verantwoordelijke bestuurders en ambtenaren op milieugebied veel adequater moeten handelen.

 

Waaijer: ‘Het is geen excuus, maar in de regio Haaglanden zijn relatief weinig risicovolle bedrijven. Vanuit die achtergrond was er minder prioriteit voor dit soort zaken dan bijvoorbeeld binnen de regio Rotterdam-Rijnmond.’ Zo is bij het hele onderzoek rond de uitstoot van Sterigenics veel gebruikgemaakt van de kennis bij de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond (DCMR). Die kennis was binnen Haaglanden niet beschikbaar. Dit laat overigens onverlet, vinden Waaijer en Dijkstra, dat de gemeente voor adequaat toezicht verantwoordelijk is en haar taken ook op een verantwoorde manier moet uitvoeren.

 

Inmiddels is Zoetermeer bezig met een ‘extra kwaliteitsslag op milieugebied’, zoals dat wordt genoemd. Binnen de regio Haaglanden wordt gepraat over het bundelen van de krachten. De schrik van Sterigenics zit er goed in.

 

Lering trekken

 

De bewustwording op milieugebied heeft door Sterigenics inderdaad een push gehad, zegt Waaijer. De oprichting van regionale omgevingsdiensten is hier een voorbeeld van. Een commissie onder leiding van oudburgemeester Jan Mans van Enschede stelde de verplichte vorming van die diensten voor in zijn rapport De tijd is rijp. Volgens Mans moet er geleerd worden van elke ‘ramp’ of ‘incident’.

 

Hij grijpt terug naar de vuurwerkramp in Enschede. Als het rapport over eenzelfde soort explosie eerder in Culemborg breed onder de aandacht was gebracht, was de ontploffing in Enschede mogelijk te voorkomen geweest. Bundeling van specifieke kennis en kwaliteit is van toenemend belang.

 

Ook van de Sterigenics-zaak kunnen anderen leren. Waaijer is nog steeds blij dat het college meteen het COT - Centrum voor Veiligheid en Crisisbeheersing - erbij heeft gehaald. ‘Dit wordt te groot, dat hadden we al snel door’, herinnert Waaijer zich.

 

Dijkstra: ‘Je moet de burgers gaan informeren. Maar wanneer? Het was vlak voor kerst. Wat moet je naar buiten brengen? Dat het om een kankerverwekkende stof gaat? De GGD schatte het risico heel laag in. Je moet naar de pers, naar de fractievoorzitters in de raad. Als concern moet je je eigen mensen informeren. Maar ook de 200 van de 1200 ambtenaren die in de buurt van de fabriek werken.’

 

Er kwamen steeds meer groepen bij, weet de gemeentesecretaris nog goed. ‘Mensen die er in de buurt hebben gesport, een volkstuin hebben gehad, oud-buurtbewoners, werknemers van bedrijven eromheen en ex-werknemers.’

 

Het rapport van de commissie-De Grave dreunt nog steeds na. Daarin staat dat de sfeer op het gemeentehuis slecht was: ambtenaren durfden niet gemakkelijk bij bestuurders aan te kloppen. Er was een gebrek aan intervisie en interne controle. Vergunningverlening, toezicht en handhaving lagen in één hand. ‘Binnen het college bestond een cultuur van het ‘buiten schot houden van de eigen portefeuille’, concludeert de onderzoekscommissie.

 

Er was geen collegiale bemoeienis. Als er iets mis ging, was er een moment van ‘politieke boetedoening, waarna een dossier werd gesloten. Na 2006 is dit overigens sterk verbeterd, meldt het rapport. Voormalig burgemeester Luigi van Leeuwen reageert per brief op het rapport van De Grave. Hij is door een communicatiestoornis niet gehoord door de commissie.

 

In een brief maakt hij klip en klaar duidelijk dat het helemaal geen ‘rommeltje’ op politiek- en ambtelijk gebied was toen hij eind januari 2004 vertrok. De vergunningverlening en handhaving was bij elkaar gebracht in zelfsturende ambtelijke teams. Dat werkte heel goed.

 

Van Leeuwen over het rapport: ‘De suggestie wordt gewekt dat door het instellen van de zelfsturende teams en mandatering in onze organisatie, de bestuurders hun verantwoordelijkheid konden ontlopen. Elke zichzelf respecterende bestuurder weet wat zich in zijn portefeuille afspeelt. En zo niet, dan is dat hem zeer kwalijk te nemen.’

 

Oud-wethouder Jo Fijen (CDA) kan de conclusies van De Grave evenmin onderschrijven. ‘Al zijn er altijd ambtenaren die schromen je als bestuurder over iets naars in te lichten.’ Dat er weinig daadkracht was op vergunningengebied, bestrijdt hij. ‘Na de vuurwerkramp in Enschede in 2000 en de cafébrand in Volendam eind 2000 hebben we binnen een jaar alle vergunningen nagelopen.’

 

Dat het met het verlenen van vergunningen bij de gemeente niet altijd goed loopt, heeft hij zelf ervaren. Voor zijn installatie als burgemeester van Zevenhuizen-Moerkapelle leverde hij een lijst met genodigden in. ‘Dat waren er te veel, werd gezegd. Terwijl ik dacht dat die gemakkelijk in de raadzaal zouden kunnen. Mij werd verteld dat zo’n grote groep niet verstandig was. Voor de zaal was namelijk nog geen gebruikersvergunning verleend.’

 

Ondertussen heeft het gemeentebestuur alle aanbevelingen van het rapport-De Grave overgenomen. Wethouders tekenen niet meer alleen. Er komt bij belangrijke dossiers een medeportefeuillehouder bij te staan, om zo meer collegiaal naar zaken te kijken. Waaijer: ‘Trouwens: bij de meeste thema’s waren altijd al meerdere bestuurders betrokken. Dan gaat dat vanzelf.’

 

In het college is een zogenoemde carrousel gestart. Daarin bespreken college en ambtelijke top tussentijds alle belangrijke projecten. Het is de bedoeling dat zo in een vroegtijdig stadium mogelijke knelpunten worden gesignaleerd. Niet zo vreemd is dat er in die carrouselbesprekingen extra aandacht is voor vergunningen, handhaving en toezicht. Het college heeft zich ook De Grave’s harde woorden aangetrokken over de ‘angstcultuur’ op het gemeentehuis.

 

Gemeentesecretaris Dijkstra denkt dat vanuit die negatieve beoordeling nu iets goeds kan ontstaan. Er is nu weer meer aandacht voor een open bestuursstijl. ‘In het verleden werden er regelmatig gesprekken tussen ambtenaren en bestuurders georganiseerd. Wat gaat er goed en wat fout?’ Die sessies kwamen indertijd voort uit het programma Open Bestuursstijl (OBS). Zij vormden de basis voor intensieve open gesprekken.

 

Dijkstra: ‘Na Sterigenics is het gevoel van urgentie natuurlijk gegroeid dat we kritisch naar ons werk kijken. Ik moet er wel bij zeggen dat we er nog niet uit zijn hoe we dit streven vast kunnen houden. Je houdt zoiets niet 30 jaar vol. De OBS-sessies moet je op de een of andere manier gaan borgen.’

 

Waaijer ziet stapje voor stapje een omslag in het gemeentelijk apparaat om meer met elkaar te delen. ‘Ik liep in het centrum een ambtenaar tegen het lijf die hoog opgaf van dit soort gesprekken met bestuurders. ‘Dat kan toch altijd’, zei ik. Aan de reactie merkte ik dat die ambtenaar het toch nog steeds een bijzondere ervaring vond. Het zou natuurlijk meer als gewoon ervaren moeten worden. Daar zetten we op in.’

 

Casuskamers

 

Collega-burgemeester Koos Janssen van Zeist begrijpt dat het soms moeilijk kan zijn voldoende personeel, kennis en aandacht te mobiliseren. Janssen is voorzitter van het Platform Middelgrote Gemeenten. ‘Juist gemeenten met een omvang van rond de 100.000 inwoners hebben een schaal waarin je groot genoeg bent om de grootste problemen aan te pakken en een goed contact kunt hebben met ambtenaren en bevolking.’

 

Het platform is opgericht in 2000. ‘We stelden vast dat besturen steeds complexer werd en dat we van elkaar kunnen leren.’ Sindsdien zijn er 25 leden en 75 volgers. Periodiek komen de leden bij elkaar in zogeheten Casuskamers, waarbij zaken als Enschede, Volendam of Zoetermeer besproken kunnen worden.

 

Janssen: ‘In een Casuskamer bespreken we met bestuurders, ambtenaren en deskundigen een kwestie. We leren van elkaar.’ De voorzitter heeft het over ‘slimme oplossingen’ die worden bedacht. ‘Centrale vraag is: kun je als middelgrote gemeente de problemen aan of niet? Als dat niet zo is, kunnen we het dan zo organiseren dat we wel in staat zijn om een vraagstuk op te lossen.’

 

Vooral op veiligheidsgebied en milieu kunnen middelgrote gemeenten de ontwikkelingen soms niet bijbenen, weet Janssen. ‘Dan zoek je allianties met buurgemeenten of de provincie, of bedenk je zelf iets.’ Waaijer ziet het ook als een voordeel dat het bestuur van de voormalige slaapstad hardhandig wakker is geschud. ‘Het is duidelijk dat we in een overgangsfase waren beland.’

 

Zoetermeer is van een ‘doe-stad’ naar een ‘volwassen gemeente’ gegroeid. Dijkstra: ‘Het omschakelmoment is al geweest. We moeten ons herpositioneren, de bevolking tot bondgenoot maken.’ Waaijer: ‘We zullen alert moeten zijn om niet terug te vallen in onze oude reflexen.

 

Sterigenics

 

Het van oorsprong Amerikaanse concern Sterigenics heeft 39 vestigingen in elf landen, die verspreid zijn over alle continenten. Het bedrijf is gespecialiseerd in de sterilisatie van medische apparatuur en vestigde zich in 1973 in Zoetermeer. Eind 2009 werd duidelijk dat Sterigenics hoeveelheden ethyleenoxide uitstoot die schadelijk zouden kunnen zijn voor de gezondheid.

 

De gemeente Zoetermeer besloot begin juli het bedrijf stil te leggen. Sterigenics spande daarop een spoedprocedure aan bij de Raad van State. De raad bepaalde op 19 juli dat Sterigenics mag blijven draaien, omdat de metingen van Zoetermeer (op dat moment) onvoldoende aantoonden dat het bedrijf de norm voor de uitstoot van ethyleenoxide had overschreden. De raad hield er verder rekening mee dat de klanten van Sterigenics betrekkelijk abrupt niet meer zouden kunnen beschikken over voldoende gesteriliseerde medische apparatuur.

 

Op 8 april tekenden het gemeentebestuur van Zoetermeer en Sterigenics een overeenkomst. De gemeente droeg 450 duizend euro bij aan het overhevelen van de activiteiten van het bedrijf naar het buitenland. Met de sloop is in november een begin gemaakt.

 

Tot nu toe

 

1973
Vestiging Sterigenics aan de Fokkerstraat

 

1986
Verhuizing Sterigenics naar Storkstraat


1988

Gemeente stelt voor het eerst eisen aan uitstoor ethyleenoxide


1992

Nederlandse Emissie Richtlijn van kracht


1993

Sterigenics krijgt Hinderwetvergunning


1995

Ontploffing bij Sterigenics; het bedrijf vraagt en krijgt toestemming calamiteitenpijp te gebruiken


2001

College spreekt Sterigenics over gedoogsituatie na een risico-inventarisatie


2009
April: Melding over Sterigenics komt binnen bij milieuwinspecteur

September: Gemeente voert milieucontrole uit

November: Memo van wethouder Speel aan college

December: GGD wordt gevraagd om advies. Gemeente informeert bewoners

 

2010
Januari: Bewonersavond

April: Commissie De Grave ingesteld; Sterigenics besluit eind 2010 uit Zoetermeer te vertrekken (gemeente betaalt 450.000 euro verhuisvergoeding); RIVM presenteert advies gezondheidsrisico

Juni: Rapport De Grave aangeboden

Juli: Raad van State weigert vergunning Sterigenics stil te leggen; In raadsvergadering trekt college boetekleed aan: 'We schamen ons diep'; Integriteitsrapporten BING naar buiten gebracht

September: Installatie Klankbordgroep; Gezondheidsonderzoek

November: Start Gezondheidsenquête onder bevolking; Sloop Sterigenics van start; Onderzoeksraad voor de Veiligheid staakt onderzoek; Bas Eenhoorn gaat bestuurscultuur doorlichten.

Verstuur dit artikel naar Google+