of 58952 LinkedIn

Bijles in naam van Allah

De bijlessen van de Witte Tulp gaan verder dan louter taal en rekenen. Ondanks haar islamitische agenda krijgt de stichting ruim baan van de gemeenten Amsterdam, Haarlem en Zaandam.

Zo’n zeshonderd kinderen krijgen jaarlijks begeleiding en bijlessen van Stichting Witte Tulp. Ze worden op verzoek van hun ambitieuze ouders klaargestoomd voor havo en vwo. Met succes, blijkt uit een onderzoek van Regioplan. De Witte Tulp verbergt echter haar ware gezicht, stellen critici. De merendeels Turkse leerlingen krijgen de lessen in een streng-islamitische context. Met dank aan de gemeenten Amsterdam, Haarlem en Zaandam, die de vijf vestigingen van de stichting dit jaar in totaal 30 duizend euro subsidie verlenen.

 

Het Haarlemse SP-raadslid Sibel Özoğul verbaast zich over het gemak waarmee de overheid geld geeft aan de Witte Tulp. Ze hekelt de verborgen agenda van de in haar ogen ‘hypocriete’ organisatie, die overigens sinds enkele maanden in Amsterdam ook een basisschool runt. Terwijl de Witte Tulp zich voor de buitenwereld voordoet als een seculiere onderwijsorganisatie, is onder Turkse Nederlanders en Turkijespecialisten algemeen bekend dat de leiding sterke banden onderhoudt met de Turkse Gülenbeweging, een controversiële, streng-islamitische beweging die mannen boven vrouwen stelt, homoseksualiteit verbiedt en de evolutieleer verwerpt.

 

Turks-Nederlandse ouders die hun kind naar de Witte Tulp sturen, weten allemaal dat ze te maken hebben met een club van streng-islamitische snit. Al was het maar omdat de Witte Tulp ook onderdak biedt aan Koranlessen en praatgroepen over het geloof, de zogeheten sohbets. Officieel vallen deze activiteiten onder een andere stichting, maar in de praktijk organiseren dezelfde mensen behalve de reguliere ook religieuze activiteiten.

 

Een zoon die door zijn liberale ouders voor huiswerkbegeleiding naar de stichting werd gestuurd, kwam thuis met indringende vragen over de moderne kledij van zijn moeder en zus. Ook eiste hij dat in het gezin voortaan alleen nog Cola Turka in plaats van Coca Cola werd geschonken. Raadslid Özoğul heeft bovendien ervaren dat docenten onderscheid maken tussen jongens en meisjes. Haar dochter, die enkele jaren de Witte Tulp in Haarlem bezocht, werd door de beste wiskundeleraar geweigerd: ‘Dat kon niet, kreeg ik te horen. Deze leraar gaf alleen bijles aan jongens. Hij zei dat hij in Turkije had meegemaakt dat meisjes verliefd op hem werden. Vandaar.’

 

Deze ouderwetse praktijk wijkt af van het moderne beeld dat naar buiten wordt gepresenteerd, constateert Özoğul. Het Haarlemse raadslid zag tijdens koninklijk bezoek in 2005 hoe de buitenwereld wordt misleid: ‘Vanaf de middelbare-schoolleeftijd zijn leerlingen verdeeld in jongens- en meisjesgroepen. Maar toen prinses Máxima op bezoek kwam om een prijs uit te reiken van het Oranjefonds, moesten de kinderen door elkaar gaan zitten. En de uitgenodigde moeders waren allemaal vrouwen zonder hoofddoek. Terwijl mijn dochter juist een keer zeer ontdaan was thuisgekomen, omdat haar begeleidster duidelijk had laten merken dat vrouwen een hoofddoek horen te dragen. Ik draag er geen, en daarom had ze zich voor mij geschaamd.’

 

Superieur

 

Het is volgens kritische buitenstaanders de vaste strategie van volgelingen van de Turkse prediker Fethullah Gülen. Terwijl de Gülenbeweging de buitenwereld voorhoudt dat ze streeft naar integratie en tolerantie, voeren volgens de critici binnenshuis indoctrinatie en islamisering de boventoon. ‘Naar buiten toe hebben ze het graag over dialoog, maar intern wordt de boodschap uitgedragen dat de islam superieur is’, zegt Erik-Jan Zürcher, hoogleraar Turkse talen en culturen aan de Universiteit Leiden en directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.

 

Zürcher bevestigt dat de beweging sektarische trekken vertoont. ‘Wat ik uit de Turkse gemeenschap hoor is dat jongeren zwaar psychologisch en ideologisch worden beïnvloed, en dat mensen die zich aansluiten bij de beweging helemaal worden opgeslokt. En als ze eruit willen stappen, blijkt dat heel erg moeilijk.’

 

Volgens Zürcher wil de Gülenbeweging een ‘gouden generatie’ kweken, ‘een grote, sterke voorhoede van goed opgeleide, streng gelovige moslims, om op die manier de maatschappij van onderop te kunnen veranderen. In het onderwijs gaat het dan ook niet om het heil van het individuele kind, maar om de prestaties van die voorhoede als geheel.’ Op de vraag of aan de Gülenbeweging gelieerde organisaties als de Witte Tulp slecht zijn voor de integratie van migranten, zegt Zürcher: ‘Dat is dubbel. Aan de ene kant zorgen ze ervoor, door het geven van goed onderwijs, dat hun mensen in de Nederlandse maatschappij vooruit kunnen komen, maar door hun morele conservatisme en Turks-nationalisme programmeren ze hun aanhang zó dat ze juist minder goed in Nederland passen.’

 

Pragmatisch

 

Het is de vraag of de overheid in zee moet gaan met organisaties als de Witte Tulp. Volgens de preciezen vergt de scheiding van kerk en staat dat geen overheidsgeld wordt gestoken in organisaties die Gods woord verspreiden. Toen 2 jaar geleden bijvoorbeeld bleek dat het Amsterdamse stadsdeel De Baarsjes het jongerenwerk had uitbesteed aan de evangelisten van Youth for Christ, zag de stadsdeelvoorzitter zich gedwongen op te stappen.

 

Volgens de rekkelijken is enig pragmatisme geoorloofd. Ze stellen het gemeenschappelijke doel - de goede begeleiding van kinderen - boven de particuliere motieven van de initiatiefnemers. De verantwoordelijke wethouders van Amsterdam, Haarlem en Zaandam behoren allen tot de rekkelijken. Ze delen in grote lijnen het oordeel van de meeste ouders die Binnenlands Bestuur voor dit verhaal sprak.Vaak kunnen kinderen door de intensieve begeleiding een schooltype hoger komen dan door de basisschool is voorspeld. Dàt resultaat telt; de achterliggende ideologie wordt voor lief genomen.

 

Het is nu eenmaal niet anders, zegt de Haarlemse wethouder Jack van der Hoek (Jongerenwerk, D66): ‘De gemeente Haarlem gaat er vanuit dat het kader van de Witte Tulp door de Gülenbeweging beïnvloed is. Migrantenorganisaties met een Turkse achtergrond zijn echter zelden los te zien van de religieuze en politieke verhoudingen in Turkije. Een belangrijk argument voor subsidiëring van huiswerkbegeleiding van allochtone organisaties, zoals uitgevoerd door de Witte Tulp, is dat hiermee door allochtone begeleiders het gat wordt opgevuld tussen de allochtone ouders en het Nederlandse onderwijssysteem.’

 

Ook de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher (Onderwijs, PvdA) ziet geen problemen: ‘De Gülenbeweging hanteert naar eigen zeggen een gematigde islambeleving, waarbij meisjes en jongens nadrukkelijk dezelfde kansen krijgen.’ Op de vraag of Asscher zich bewust is van het sektarische karakter van de beweging, antwoordt hij dat alle burgers gelijk zijn voor de overheid, zo lang de wet niet wordt overtreden.

 

Zijn Zaanse collega Corrie Noom (Onderwijs, PvdA) deelt zijn mening: ‘De activiteiten van de Witte Tulp zijn gericht op ontplooiing van jonge mensen en niet op het uitdragen van geloof. Dat er een gescheiden aanbod is voor jongens en meisjes, vinden wij niet bezwaarlijk. Wat wij waarnemen is een stevige inzet van vrijwilligers bij het geven van huiswerkbegeleiding en diverse trainingen. Turkse én Nederlandse ouders en kinderen zijn erbij gebaat.’

 

Lankmoedig

 

Het Haarlemse SP-raadslid Özoğul bekritiseert de lankmoedigheid van haar wethouder en diens collega’s. Ook de meeste raadsleden sluiten volgens haar te gemakkelijk hun ogen voor de verborgen agenda van de Witte Tulp. De gemeenteraad van Haarlem heeft de stichting onlangs opnieuw subsidie toegekend. Özoğul zegt dat ze herhaaldelijk alle betrokken raadsleden, wethouders en ambtenaren heeft aangesproken en gevraagd of ze wel weten dat achter de Witte Tulp een orthodox-islamitische organisatie schuilt. ‘”Oja?” zeggen ze dan. “Goh, dat moeten we dan eens uitzoeken.” Maar vervolgens blijft alles hetzelfde. Het interesseert ze gewoon niet.’

 

FNV-voorzitter Agnes Jongerius reageert alerter. Geconfronteerd met de bevindingen van Binnenlands Bestuur heeft de vakbondsvrouw direct de band met de stichting verbroken: ‘De berichten over de Witte Tulp zijn aanleiding voor mij om terug te treden uit het comité van aanbeveling. Steun aan jongeren in de vorm van huiswerkbegeleiding vindt de FNV nog steeds heel belangrijk. Maar intussen zijn er aanwijzingen dat deze huiswerkbegeleiding wordt gebruikt voor het werven van jongeren voor de Gülenbeweging. Als algemene vakcentrale past het de FNV niet om structureel steun te geven aan welke religieuze stroming dan ook. De FNV zit ook niet in een comité van aanbeveling voor Youth for Christ of het Leger des Heils’, aldus Jongerius.

 

Hoogleraar Zürcher vindt dat prominenten en politici zich meer moeten verdiepen in de achtergrond van organisaties als de Witte Tulp voordat ze deze van geld en immateriële steun voorzien: ‘Ze zijn zó blij als ze goed Nederlands sprekende, fris geklede en in elk geval optisch geïntegreerde Turken tegenkomen, dat ze elke kritische zin verliezen. Niemand neemt de moeite om uit te zoeken waar die groepen voor staan. Ik pleit in eerste instantie voor bewustwording. Als de overheid, de politiek en de bekende Nederlanders nu maar weten wat voor vlees ze in de kuip hebben, kunnen ze een verantwoorde, eigen keuze maken om die organisaties wel of niet te steunen.’

 

De bestuurders van de Witte Tulp moeten in ieder geval snel worden gedwongen tot meer openheid, vindt Zürcher: ‘Ze verbergen zich. Op de website van de Witte Tulp staat prominent het comité van aanbeveling, je vindt er testimonials van allerlei bekende Nederlanders, maar geen enkele informatie over wie er nu eigenlijk achter de stichting zitten, wie het bestuur vormen. Dat vind ik hoogst dubieus.’

 

Vrienden van de Witte Tulp

 

Veel prominente Nederlanders hebben hun naam verbonden aan de Witte Tulp. Naast FNV-voorzitter Agnes Jongerius is ook SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan gestrikt voor het comité van aanbeveling. Op de lijst ‘Vrienden van SWT’ prijken de namen van onder anderen wetenschapper Robbert Dijkgraaf en gedeputeerde Sascha Baggerman. Geen van de supporters blijkt bij navraag op de hoogte van de orthodoxislamitische achtergrond van de stichting.

 

Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER): ‘Ik ken de Witte Tulp van het Wetenschapsfestival in Amsterdam. Dat was een positief maatschappelijk doel. Ik heb ook alleen maar plezierige ervaringen met de jongens van de Witte Tulp. Maar de berichten over banden met de Gülenbeweging zijn voor mij een serieuze aanleiding om mijn lidmaatschap van het comité van aanbeveling te heroverwegen'.

 

Sacha Baggerman, gedeputeerde provincie Noord-Holland: ‘Mij is niets bekend van banden van de Witte Tulp met de Gülenbeweging. Als er belastende bewijzen geleverd worden, dan wil ik daar eerst kennis van nemen'.

 

Robbert Dijkgraaf, voorzitter Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW): 'Ik heb 2 jaar geleden gesproken op het Wetenschapsfestival. Daarna zijn er geen contacten meer geweest met de Witte Tulp. Mocht onverhoopt blijken dat andere activiteiten van deze stichting dit goede initiatief overschaduwen, dan blijft de samenwerking tot die ene keer beperkt'.

 

'Dat moet toch kunnen?'

 

Stichting Witte Tulp verwerpt de kritiek op haar werk. Op de vraag waarom de organisatie geen open kaart speelt over haar ideologische achtergrond, zegt stichtingsvoorzitter Murat Alici: ‘Wat maakt het uit, waarom moeten wij per se in een hokje worden gestopt? Wij proberen zo goed mogelijk onze taak uit te voeren, namelijk educatie en talentontwikkeling van kinderen, en ons geloof speelt daarbij geen rol. Wat zou het, als ik conservatief ben in het privédomein en modern in het publieke domein, zoals hoogleraar Van Bruinessen zegt? Dat moet toch kunnen?’

 

Geconfronteerd met de grieven uit Haarlem, zoals de weigering van een leraar om aan meisjes les te geven, zegt Alici: ‘Dat is absoluut niet ons beleid.’ Over het werven van leerlingen voor de sohbets zegt hij: ‘U noemt het sohbets, ik noem het gewoon thema-avonden waar ik met mijn vrienden praat over de zaken des levens. Ik weet er niets van dat er op de huiswerkgroepen aan leerlingen wordt gevraagd om naar die gespreksavonden te komen.’

 

Alici is er trots op dat behalve Turkse Nederlanders ook steeds meer Marokkanen, Surinamers en autochtone Nederlanders zijn stichting weten te vinden: ‘Wij krijgen steeds meer niet-Turkse leerlingen. In 2005 was ons leerlingenbestand 100 procent Turks, nu nog maar voor 60 procent.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures

Dossier: coronavirus

Afbeelding

 

In dit dossier leest u alle artikelen van Binnenlands Bestuur over het coronavirus.