of 59082 LinkedIn

‘Ambtenaar heeft te weinig regie over eigen loopbaan’

Politiek Den Haag wil miljarden bezuinigen op het overheidsapparaat; ook gaan er stemmen op om het ontslagrecht voor ambtenaren te versoepelen. Hoe denkt Abvakabo FNV-bestuurder Ruud Kuin over die plannen?
Politiek Den Haag wil miljarden bezuinigen op het overheidsapparaat; ook gaan er stemmen op om het ontslagrecht voor ambtenaren te versoepelen. Hoe denkt Abvakabo FNV-bestuurder Ruud Kuin over die plannen?

De overheidsorganisatie zal er over een aantal jaren heel anders uitzien, met minder vaste dienstverbanden en meer flexwerkers. Verder staan ook het ontslagrecht en de beschermde status van de ambtenaar op de tocht. Hoe lang is het werk van ambtenaren eigenlijk nog zeker?

 

Kuin: ‘Het klinkt alsof dat allemaal onvermijdelijke ontwikkelingen zijn, maar dat is wat mij betreft zeker niet zo. Ik vind het een heel slechte ontwikkeling als er een grotere flexibele schil van externe krachten zou ontstaan, en daar versta ik niet alleen zzp’ers en uitzendkrachten onder, maar ook mensen met een tijdelijk contract. Nationaal gezien - dus niet alleen de overheid - gaat het om 34 procent van de werknemers die geen vast dienstverband heeft.

 

'Zeker in de publieke sector waar tot 2020 zeven van de tien medewerkers zullen verdwijnen – door overlijden, pensionering, arbeidsongeschiktheid of overstap naar de marktsector – zal de overheid alle zeilen moeten bijzetten om mensen binnen te houden en binnen te krijgen. En dat doe je niet met een flexibel aanbod. Daarmee maak je je in een krappe arbeidsmarkt niet aantrekkelijk.’

 

Iets anders is of ambtenaren zelf niet flexibeler moeten worden.

 

Kuin: ‘Ja, dat willen veel van onze leden ook. Het beeld van de ambtenaar die 40 jaar op dezelfde plek wil blijven zitten, is onjuist. Maar wat je in veel organisaties ziet is dat naarmate medewerkers er langer werkzaam zijn, ze niet meer gezien worden. Ze krijgen de kans niet mobieler te worden. De overheid besteedt volstrekt onvoldoende aandacht aan opleidingen.’

 

Voor die opleidingen zul je vaak eerst extra middelen moeten vrijmaken, terwijl het onzeker is of dat na verloop van tijd ook een betere dienstverlening oplevert. Het is maar de vraag of politici daarvoor te vinden zijn.

 

Kuin: ‘Die zorg hebben wij ook. Als cao-onderhandelaar voor de gemeentesector hebben we die kwaliteitsverbetering steeds hoog op de agenda gezet. Mensen hebben te weinig regie over hun loopbaan. Je moet ze daarvoor een eigen budget geven. In 2003 hebben we afspraken gemaakt voor een Persoonlijk Ontwikkelingsplan (POP), maar daar is helemaal niets van terechtgekomen.

 

'Het besef dat er iets moet gebeuren aan loopbaanbeleid en mobiliteit leeft sterk bij de ambtelijke leiding, maar in de politiek is dat besef onvoldoende aanwezig. Vooral de gemeenten blijven hier behoorlijk achter. Daar gaat van de totale loonsom 2 procent naar opleidingen. In de rijks sector is dat bijna 3 procent.’

 

In een aantal gemeenten leven ideeën om de flexibiliteit binnen de ambtelijke organisatie te vergroten. Zo wil de Almelose wethouder Johan Andela (zie pagina 39) naar een systeem toe om ambtenaren aan te stellen in algemene dienst, de Dordtse gemeentesecretaris Maarten Schurink (pagina 35) streeft ernaar dat alle ambtenaren voor een beperkt aantal jaren een bepaalde functie uitoefenen en zijn Boxtelse collega Jan Fraanje (pagina 33) ziet ambtenaren in de toekomst in dienst van één overheid.

 

Kuin: ‘Dat klinkt radicaal, maar ik vind het geen verkeerd idee. Ik denk dat er in de nabije toekomst zeker een nauwe samenwerking gaat ontstaan tussen Rijk en gemeenten. In Boxtel ben je eerder aan het eind van je carrière dan wanneer er een samenwerkingsverband bestaat tussen de gemeente en bijvoorbeeld een waterschap. Maar een oekaze om na 3 jaar iets anders te moeten gaan doen, werkt niet. De kunst is - en daar zouden wij als bond ook over mee moeten denken - dat je zo’n switch ook aantrekkelijk maakt.

 

‘We hebben zo’n 10 jaar geleden een soort verkassingstoeslag voorgesteld, een beloning om een andere functie te gaan vervullen binnen de overheid. Het management was daar enthousiast over, maar op het moment dat het was afgesproken, gebeurde er niets meer. Dat mogen we onszelf ook wel verwijten. Het heeft wel wat te maken met het werk van de bond: afspraken zijn gemaakt, op naar het volgende brandje. We moeten meer de tijd nemen om te kijken of de implementatie wel goed gebeurt.’

 

Kuin komt nog even terug op een mogelijke versoepeling van het ontslagrecht voor ambtenaren: ‘Daar zullen we ons hevig tegen verzetten. Dat ontslagrecht is al soepel genoeg. Ik durf de stelling wel aan dat het gemakkelijker is een ambtenaar te ontslaan dan een werknemer in de private sector. Daar bestaat altijd nog een preventieve toets. Voordat een werkgever iemand kan ontslaan, moet het CWI de ontslagaanvraag hebben goedgekeurd. In de ambtelijke sector bestaat die preventieve toets niet. Daar kan de werkgever zonder meer iemand ontslaan, al geef ik toe dat dit niet vaak gebeurt.

 

‘Ik vind de argumentatie achter die versoepeling ook zo slecht. Het verhaal is dat wanneer je mensen moeilijker kunt ontslaan, je hen ook minder makkelijk aanneemt. Zo zou je de insiders beschermen en komen de outsiders nooit binnen. Dat is ook indirect het verwijt aan de bonden dat wij het opnemen voor de ouderen en niet voor de jongeren. Maar elke advocaat kan bevestigen dat het gemakkelijk is om iemand te ontslaan. Als een werkgever het goed voorbereidt, lukt het altijd, En als hij het slecht voorbereidt, lukt het ook, alleen kost het dan wat geld.’

 

Waarover moet de ambtenaar van de toekomst zich vooral zorgen maken?

 

Kuin: ‘Er zijn een heleboel zaken waarover ambtenaren zich zorgen kunnen maken. De dreiging van massaontslag bijvoorbeeld. Als je het hebt over bezuinigingen van 3 miljard euro binnen de overheid, dan gaat het om 50- tot 60 duizend arbeidsplaatsen. Dat zullen we natuurlijk nooit accepteren. Die bezuinigingen kunnen er ook toe leiden dat ambtenaren anders - lees slechter - behandeld gaan worden dan werknemers in de private sector.

 

'De partijen die nu met de kabinetsformatie bezig zijn, willen de ambtenarensalarissen niet meer laten stijgen dan het inflatiepercentage, terwijl het uitgangspunt altijd is geweest dat de publieke sector gelijk oploopt met de marktsector. En de krapte op de arbeidsmarkt is een heel pragmatische reden om die koppeling te handhaven.’

 

Komt het accent bij de komende cao-onderhandelingen te liggen op baangarantie of op loonsverhoging?

 

Kuin: ‘We zijn momenteel de onderhandelingen op rijksniveau aan het voorbereiden die in oktober beginnen. Daar zijn we met de leden over in discussie, dus daar moet ik geen voorschot op nemen. Maar één ding kan ik wel zeggen: het zal niet het een of het ander zijn. En dat heeft alles te maken met de enorme uitstroom van babyboomers die eraan komt en de krapte op de arbeidsmarkt.

 

‘Stel dat de politiek doordrukt dat er inderdaad zo’n 3 miljard euro bezuinigd gaat worden binnen de overheid ten koste van tienduizenden arbeidsplaatsen, dan komt er sowieso oorlog met ons. De werkgevers zullen duidelijk moeten kiezen welke taken ze willen schrappen. Als je de bureaucratie aanpakt, kun je het werk nog wel iets efficiënter doen en waarschijnlijk met wat minder mensen, maar er is al zoveel vet verdwenen dat verder snijden de uitvoering raakt, en dat gaat de burger merken. Je kunt de voorzieningen dan niet op hetzelfde niveau houden, de werkdruk zal sterk toenemen en - wat erger is - er zal nog meer ingehuurd worden. En die externen zijn drie tot vier keer zo duur. Dat is ook belastinggeld.’

 

Zijn externen wel zoveel duurder? Als ze hun opdracht hebben voltooid, zijn ze weg. Ambtenaren blijven veel langer.

 

Kuin: ‘De flexwet geldt ook voor de ambtelijke sector. Je kunt ambtenaren ook in tijdelijke dienst aannemen, met een maximum van 3 jaar. Dat lijkt me behoorlijk lang voor tijdelijk.’

 

Is het streven om te schrappen in het aantal externen wel realistisch als je een kwalitatief goede dienstverlening in stand wilt houden?

 

Kuin: ‘Ik zou niet weten waarom niet. In extreme gevallen, bijvoorbeeld bij een uiterst complex juridisch probleem of wanneer er sprake is van een langdurig zieke medewerker op een strategische positie, vindt niemand het vreemd om een externe specialist in te huren. Maar in de dagelijkse praktijk lijkt de inhuur van externen steeds meer een structureel karakter te krijgen. Op gewone, reguliere functies huren gemeenten steeds vaker externen in, bijvoorbeeld als case-manager op een re-integratietraject, en verkleinen ze de ambtelijke organisatie, want daar kun je als politicus mee scoren.

 

'Sinds 2004 is het aantal externen enorm toegenomen, eerst vooral in het management, maar daar is het inmiddels weer afgenomen. Nu zitten ze vooral in de uitvoering en in projecten. Onder oud-minister Ter Horst is afgesproken dat de externen 13 procent van de totale loonsom mochten uitmaken. Dat is nu 20 procent.’

 

Zijn er ook nog andere gevolgen die niet-financieel van aard zijn?

 

Kuin: ‘In een organisatie waarin veel mensen werken die geen binding hebben met die club, krijg je rare verhoudingen. Het bijzondere van het werken bij de overheid is dat het een maatschappelijk belang vertegenwoordigt. Daar moet je wat mee hebben en dat hebben de meeste externen niet. Die doen gewoon een klusje.

 

‘Het is ook asociaal tegenover de vaste medewerkers die hetzelfde werk doen voor minder salaris. Je gooit belastinggeld over de balk. En je roept als gemeente ook een zekere afhankelijkheid over jezelf af wanneer je niet meer de kennis in huis hebt om de inhoudelijke kwaliteit van offertes te kunnen toetsen, zoals we hebben kunnen zien bij de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. En uiteindelijk tast het ook het stelsel van collectiviteit aan. Zo’n grote schil van externen valt buiten allerlei verzekeringen, uitkeringen en pensioenen waarover je collectieve afspraken maakt. Daardoor blijft het ook betaalbaar. Als de vaste groep steeds verder inkrimpt, worden die voorzieningen óf heel duur, óf je raakt ze kwijt.’

 

Wat zou - gelet op het ongeduld van politici en hun streven om snel resultaten te behalen - een goede kans bieden om tot een betere publieke sector te komen?

 

Kuin: ‘Daarvoor zullen de werkgevers allereerst bereid moeten zijn om in goed overleg te treden. Als ze denken even te kunnen bepalen zoveel miljard te bezuinigen en duizenden banen te kunnen schrappen zonder dat op een normale manier te overleggen en duidelijke keuzes aan te geven, dan zullen ze ons keihard op hun pad treffen.'

Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures

Dossier: coronavirus

Afbeelding

 

In dit dossier leest u alle artikelen van Binnenlands Bestuur over het coronavirus.