of 59244 LinkedIn

ABP-bestuur: wij maakten geen fouten

De pensioenpremie stijgt en wellicht moeten pensioenen worden verlaagd - het zou een historisch besluit zijn. Maar ABP-vicevoorzitters Xander den Uyl en Joop van Lunteren vinden niet dat het bestuur iets is te verwijten. ‘Dit is een extreme situatie.’

Het gesprek vindt plaats op de 18e verdieping van het Symphony-gebouw aan de Amsterdamse Zuidas, waar pensioenfonds ABP en uitvoerder APG kantoor houden. In de pauze van een cursus die Xander den Uyl en Joop van Lunteren volgen, om maar aan te geven dat deskundigheidsbevordering bij het bestuur van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds hoog in het vaandel staat. Normaal zou de ABP-voorzitter de gesprekspartner zijn, maar die positie is al ruim een half jaar vacant, na het gedwongen vertrek van voorzitter Ed Nijpels.

 

Dat komt slecht uit, tijdens de woeligste periode in het bestaan van het ambtenarenpensioenfonds, dat dit jaar de premie verhoogde en mogelijk op de pensioenen moet gaan korten als de dekkingsgraad van het pensioenfonds niet snel verbetert. Ook de komende maanden is er geen nieuwe voorzitter, zegt Xander den Uyl, vicevoorzitter namens de werknemers.

 

‘Na het vertrek van Ed Nijpels zijn we een procedure gestart. Er waren geschikte kandidaten, maar de functie is nogal kwetsbaar geworden na het vertrek van Harry (interimvoorzitter Harry Borghouts, red.) en Ed. Onze zoektocht leverde niets op. Nu hebben we een time-out genomen. In januari gaan we weer op zoek. Tot die tijd doen Joop en ik de woordvoering.’ Collega-vicevoorzitter Van Lunteren, lachend: ‘We hebben een duobaan.’

 

APG-directeur Dick Sluimers doet voorkomen dat de enige reden waarom het ABP in de problemen zit de lage rente is. Is dat zo?

 

Van Lunteren: ‘Nee. Er spelen drie discussies. De meest acute is de lage rente. Daardoor hebben we puur boekhoudkundig bekeken te weinig vermogen om in de toekomst onze verplichtingen te voldoen. Dat maakt de premieverhoging en misschien afstempelen nodig. Maar de rente is historisch laag en wisselt bovendien per dag.

 

'Iedereen is het erover eens dat we naar een andere, meer stabiele manier moeten om onze verplichtingen te berekenen. Als we daar uit komen, zijn de acute dekkingsproblemen opgelost. Maar dan zijn we er nog niet. Het huidige pensioensysteem moet worden aangepast aan de langere levensverwachting en de vergrijzing en moet beter kunnen omgaan met de risico’s op de financiële markten. Dat laatste is vooral een communicatieprobleem.

 

'We moeten beter uitleggen aan deelnemers en gepensioneerden dat hun pensioen afhankelijk is van rendementen op investeringen. Als die rendementen achterblijven, is er minder geld voor het pensioen. Dat zijn allemaal zaken die oplosbaar zijn.

 

'Waar ik me het meeste zorgen over maak is de negatieve beeldvorming: de huidige situatie moet geen aanleiding worden om ons pensioenstelsel fundamenteel te wijzigen, van het pensioen meer een individuele verantwoordelijkheid te maken, zoals in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Het stelsel deugt. Het systeem heeft het in uitermate slechte tijden uitstekend gedaan.’

 

Den Uyl: ‘We maken de ergste financiële crisis in 80 jaar mee! Dan valt de schade nog mee. We kunnen een paar jaar niet indexeren, de premie stijgt iets en heel misschien dalen de pensioenen licht. Dat is iets anders dan de sociale drama’s in andere landen, waar mensen de helft van hun pensioen kwijt zijn.’

 

De renteberekening is al in 2006 afgesproken. Vergrijzing en stijgende levensverwachting zijn ontwikkelingen die al langer spelen. Hoe kan het ABP daardoor worden verrast?

 

dU: ‘De hogere levensverwachting is wél nieuw. Uit recente cijfers blijkt dat die in Nederland sneller stijgt dan de afgelopen jaren werd verwacht. Dat betekent dus we van nieuwe berekeningen moeten uitgaan. De eerste stijging hebben we al verwerkt, maar de stijging blijkt volgens nieuwe berekeningen toch weer sneller te gaan. En we hebben de afgelopen jaren niet stilgezeten. We hebben structurele problemen opgelost, zoals het vroegpensioen. Dat hebben we afgebouwd.’

 

Het was misschien slimmer en eerlijker geweest om die regeling in één keer voor iedereen af te schaffen? Nu profiteren ouderen er nog steeds van en jongeren die ervoor betalen niet. Dat is zeker nu nogal wrang.

 

dU: ‘Dat is de keuze van de sociale partners geweest. Maar het geld voor de FPU staat buiten de discussie over de dekkingsgraad. Daar heeft het geen invloed op.’

 

In 2007 was de dekkingsgraad van het ABP op 140. Was het niet verstandig geweest om toen een groot deel van het vermogen veilig weg te zetten en met de rest proberen rendement te maken voor indexatie?

 

dU: ‘Dat was géén goed idee geweest. Alles veilig wegzetten heeft een prijs. Je loopt minder risico, maar je kunt ook minder rendement maken. En ABP moet rendement maken om de pensioenen te kunnen betalen.’ vL: ‘Bovendien waren in 2007 de verwachtingen dat er gierende inflatie op ons af zou komen door het gebrek aan grondstoffen. Dan ga je geen geld vastzetten.’

 

Het ABP-bestuur heeft geen fouten gemaakt?

 

vL: ‘Achteraf beschouwd hadden we hier en daar andere beslissingen kunnen nemen. Maar ik geloof niet dat we het zo slecht hebben gedaan. Andere grote pensioenfondsen zitten in een vergelijkbare situatie, ook al hebben die andere beslissingen genomen.’

 

Is het ABP niet veel te optimistisch over de rendementen die het kan maken. Het is heel goed mogelijk dat de rendementen lange tijd laag blijven, net als de rente.

 

dU: ‘We zitten nu in een extreme situatie. En met die rendementen gaat het best goed. We hebben de klap van de kredietcrisis goedgemaakt. Wat ons nu nekt is die lage rente. Die is 400 jaar niet zo laag geweest. Moeten we daarom ineens alles wat we hebben opgebouwd afbreken?’ vL: ‘Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat de rendementen op het niveau van de nu gehanteerde rekenrente blijven.’

 

Ondanks die mooie rendementen verlaagt ABP het aandelenbezit. Is dat niet een beetje laat?

 

dU: ‘Het aandelenpercentage in de totale portefeuille daalt iets. Maar dat wil niet zeggen dat we alleen nog maar in obligaties gaan. Een deel van het geld dat eerst in aandelen zat, gaat nu op een andere manier naar beleggingen in bedrijven. Via private investeringen en hedge funds. Daar verwachten we meer van.’

 

ABP zit in allerlei exotische beleggingen: verzekeringen tegen natuurrampen, universitaire startups. Wat heeft een pensioenfonds in dergelijke riskante producten te zoeken?

 

vL: ‘Als grote belegger moet je je portefeuille spreiden. Juist met die innovatieve beleggingen kun je een hoog rendement halen.’

 

Maar heeft het ABP wel voldoende verstand van dat soort gespecialiseerde beleggingen? Volgens de commissie Frijns zijn pensioenbesturen niet altijd deskundig.

 

vL: ‘Wij als bestuur hoeven niet van alle beleggingen verstand te hebben. We beleggen niet zelf. Daar hebben we een bestuursbureau voor en de specialisten van APG, onze uitvoeringsorganisatie. Dat is het voordeel van een groot pensioenfonds als het ABP. Wij moeten als bestuur de juiste vragen kunnen stellen. Waarom zouden we in die producten beleggen, welke risico’s zijn er en hebben we de juiste mensen voor deze producten? Die vragen kunnen wij heel goed aan.’

 

Werkgevers en werknemers hebben een akkoord gesloten over een nieuw pensioenstelsel. De pensioenleeftijd gaat omhoog en het pensioen wordt lager en onzeker. Wat vindt u daarvan?

 

vL: ‘Er zitten heel goede aanzetten in het pensioenakkoord. Als mensen langer leven, moet je iets doen aan de AOW en de pensioenopbouw. En het is een goede zaak dat de bewegingen van de beurzen op een of andere manier worden meegenomen in het stelsel. Maar wij nemen de beslissing niet over hoe het nieuwe pensioenstelsel eruit moet zien. Die keuze is aan de sociale partners. Onze eis is wel dat ze met een oplossing komen.’

 

Het fameuze ‘defined benefit’-stelsel, waarbij ambtenaren verzekerd zijn van hun pensioen bestaat straks niet meer.

 

vL: ‘Dat pensioen was al nooit 100 procent gegarandeerd, laat staan de indexatie. Dat kan ook niet. Dat proberen we al jaren duidelijk te maken, maar nu we in de problemen zitten, begint het pas breed bij iedereen door te dringen.’

 

Het risico dat er te weinig pensioen wordt opgebouwd komt helemaal bij de werknemer te liggen.

 

dU: ‘Er valt niet aan te ontkomen dat we meer risico bij de deelnemers neerleggen. We kunnen als bedrijfstakpensioenfonds niet naar het Rijk of de gemeenten stappen voor een extra storting in het fonds. We kunnen de premie verhogen, en dat hebben we gedaan, maar daar zit een grens aan. Het aandeel van de predatmies in de totale inkomsten van het ABP is zo gedaald dat hogere premies niet veel effect hebben. We zullen het echt van de rendementen moeten hebben. En als die tegenvallen, betekent dat lagere pensioenen.’

 

Is het logisch dat hoveniers, militairen en gemeentesecretarissen met heel verschillende opleidingen, carrières, inkomens en levensverwachtingen in hetzelfde pensioenstelsel zitten?

 

dU: ‘De verschillen in levensverwachting binnen het ABP vallen mee. Maar je kunt je voorstellen dat je in een pensioencontract verschillen gaat maken. Ook dat is een discussie voor de sociale partners, niet voor ons.’ vL: ‘Het belangrijkste is dat de basis van het stelsel overeind blijkt. Een collectief, verplicht en solidair stelsel.’

 

Wat betekent het als er straks moet worden afgestempeld?

 

vL: ‘Dat pensioenrechten van deelnemers en gepensioneerden worden gekort. Voor nog actieve werknemers is het effect nog beperkt, die kunnen de schade later weer inlopen. Gepensioneerden merken het direct in hun portemonnee. Als de dekkingsgraag zich herstelt, kunnen we die korting later wellicht herstellen. Vooral het psychologisch effect is groot. Het wordt nu zichtbaar dat die 100 procent garantie er echt niet is.’

 

Het ABP is een grijs pensioenfonds. In 2012 gaat er meer aan pensioenbetalingen uit dan er aan premies binnenkomt. Dat betekent extra druk om snel tot veranderingen te komen.

 

vL: ‘Als een pensioenfonds grijzer wordt, ga je in principe minder risico nemen met je beleggingen, dus haal je ook minder rendement. Maar dat is een zeer geleidelijk proces.’ dU: ‘Minder premie wil niet zeggen dat we minder inkomen hebben. Het rendement op vermogen is groter dan de premie-inkomsten. Tenzij er heel rare dingen op de beurzen gebeuren, groeit het vermogen van het ABP door premies en rendement de komende jaren jaarlijks met zo’n 10 miljard euro. Ik ben optimistisch. Met reden. We hebben een groter vermogen dan ooit, de verliezen van de kredietcrisis 2008 zijn goedgemaakt. Het ABP is nog nooit zo rijk geweest.'

 

Dekkingsgraden (per eind augustus)

 

ABP 88
Zorg en Welzijn 94
Metalektro 91
Metaal en techniek 85
Bouw 97
Rabobank 113

 

Toelichting: Bij een dekkingsgraad van 100% heeft een pensioenfonds net genoeg vermogen om verplichtingen na te komen, boven de 100 procent beschikt het fonds over buffers. Bij een lager percentage is er sprake van onderdekking.

 

CV

 

Xander den Uyl (1953) was tot voor kort bondsecretaris van Abvakabo FNV, maar werd in mei bij dramatisch verlopen verkiezingen niet herkozen. Den Uyl, net als zijn vader PvdA’er, zat van 1993-1998 en vanaf 2007 in het bestuur van het ABP. Hij werkte het merendeel van zijn carrière bij de vakbond, maar vervulde ook enkele jaren directiefuncties bij de provincie Noord-Holland. Den Uyl studeerde economie in Amsterdam.

 

Joop van Lunteren (1945) is tweede vice-voorzitter van het ABP. Hij studeerde belastingrecht en openbare financiën. Van Lunteren werkte 30 jaar bij de belastingdienst, waar hij van 1993 tot 2000 directeur-generaal was. Hij is als organisatieadviseur geassocieerd met het Expertise Centrum en treedt incidenteel op als expert voor de Wereldbank en het IMF.

Verstuur dit artikel naar Google+