of 59345 LinkedIn

Valse muziek aan banden

Kemal Rijken 3 reacties
Het aantal Oost-Europese straatmuzikanten groeit gestaag in Nederland. Steeds meer winkelstraten kampen met geluidsoverlast, bedelarij en kleine criminaliteit. Gemeenten proberen de valse tonen te weren met verboden én vergunningen.

In een drukke Haarlemse winkelstraat blaast Jeanny Thomassen op haar blokfluit. Het geluid galmt door de straat en komt boven de winkelende mensen uit. Na een tijdje loopt er een getinte man achter haar langs. Hij heeft een accordeon bij zich en gaat 20 meter verderop staan. Even later klinken zijn tonen luid boven die van de blokfluit.

 

Na 5 minuten houdt Tomassen het voor gezien. ‘Hier valt niet tegenop te spelen’, zegt ze. ‘Ik speel in Utrecht, Zaandam, Leiden en Haarlem. Overal kom ik die Roemeense mensen tegen. Ik heb er altijd last van. Ze zijn agressief en jagen me weg.’ In Haarlem geldt de regel dat muzikanten 20 tot 30 minuten mogen spelen op een plek. Vervolgens moeten ze ergens anders heen. ‘Ik houd me daar aan, maar die Roemenen doen dat niet. Ze blijven de hele tijd op één plek staan en trekken zich niets van de regels aan.’

 

Slecht spelen

 

De ergernis van Thomassen is niet van vandaag: de Spaarnestad heeft al 3 jaar te maken met straatartiesten uit Roemenië en Bulgarije. Op drukke dagen spelen er ongeveer twintig in de binnenstad. ‘We krijgen geregeld klachten van horecaondernemers en bewoners over deze slecht spelende mensen. Ze halen geld op door lang aan te dringen bij mensen die op het terras zitten’, zegt burgemeester Bernt Schneiders (PvdA). Volgens hem is er sprake van georganiseerd handelen en bedelen.

 

‘In ons centrum zitten veel Oost-Europese vrouwen in hun eentje te spelen. Met één hand weten ze hooguit vier tonen uit een accordeon te persen. Voorbijgangers krijgen medelijden en geven geld. Eens per uur komt er een soort maffiosofiguur langs om het geld op te halen. Hij zet die vrouwen dagelijks in onze stad neer’, aldus Schneiders.

 

De burgemeester vindt de situatie van de vrouwen ‘schrijnend’. Vorig jaar kwam hij met een plan om hun problemen aan te pakken. ‘Het idee was om in het stadhuis een soort Idols voor straatmuziek te houden. Het college en muziekdeskundigen zouden dan moeten oordelen over de kwaliteit. Goed spelende artiesten zouden worden beloond met een vergunning.’ Maar dat bleek niet gemakkelijk te realiseren.

 

‘Veel straatmuzikanten komen van buiten de stad. Het is moeilijk om hen op de hoogte te stellen van een auditie. Toch willen we volgend jaar een dergelijk systeem inzetten om het kaf van het koren te scheiden. Zo willen we de uitbuitingstoestanden van de Roemenen tegengaan.’

 

Bedelaars

 

Het aantal Roemeense en Bulgaarse straatmuzikanten is in de Nederlandse gemeenten gestegen van tientallen tot enkele honderden sinds de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de EU in 2007. Tegelijkertijd groeide het aantal klachten over eentonige muziek, bedelende mensen en kleine criminaliteit. De komst van de Oost-Europese straatmuzikanten is niet verwonderlijk, meent Oost-Europa- en Romadeskundige Huub van Baar van de Universiteit van Amsterdam.

 

‘Met de toetreding van Roemenië en Bulgarije hebben wij hun burgers de mogelijkheid geboden om in Nederland te komen werken. Zij het tijdelijk, voor maximaal 3 maanden. Deze muzikanten vormen een kleine beroepsgroep.’

 

De toename van het aantal entertainers uit het voormalige Oostblok komt door de sociaal-economische situatie aldaar. Van Baar: ‘Zowel in Roemenië als Bulgarije is het moeilijk om werk te vinden. Het feit dat ze hier tot maximaal 3 maanden achtereen mogen werken, maakt het mogelijk om heen en weer te reizen. Blijkbaar verdienen ze bij ons voldoende geld om dit te kunnen doen. Met dat geld worden overigens hele families onderhouden.’

 

De problemen die de mensen veroorzaken kan Van Baar minder goed duiden. ‘De meesten van hen hebben een Roma-achtergrond. In de landen van herkomst wordt deze bevolkingsgroep vaak achtergesteld en gediscrimineerd. Maar het gedrag dat deze mensen in Nederland laten zien is niet normaal in de thuislanden.’

 

Maatregelen

 

Veel Nederlandse gemeenten hebben in de afgelopen jaren maatregelen genomen. Burgers en ondernemers klagen veelvuldig over overlast. De situatie in Rotterdam is een schoolvoorbeeld. ‘Op grond van artikel 2.1.8 van de APV is het sinds 2 jaar verboden om als straatartiest op te treden in de deelgemeenten Centrum en Prins Alexander’, zegt Richard Anderiesse van de directie Veiligheid. Het beleid werd ingesteld nadat het klachten regende over bedelarij en zakkenrollerij door Oost-Europese muzikanten. Ook was de kwaliteit van de artiesten onder de maat, aldus Anderiesse.

 

‘In eerste instantie hebben we de desbetreffende gebieden voor de zomerperiode aangewezen als verbodsgebied. In dat tijdsbestek nam de overlast af. Zodra die periode voorbij was, nam de overlast weer toe.’

 

Vanaf 2010 zijn het Centrum en Prins Alexander het hele jaar rond verbodsgebieden. De deelgemeenten mogen zelf bepalen of ze ontheffingen verlenen op het verbod. Straatmuzikanten uit de omgeving maken de meeste kans op een ontheffing, omdat ze beter op de hoogte zijn van deze mogelijkheid dan de rondtrekkende Oost-Europese muzikanten.

 

‘Het Centrum houdt een voorselectie en Prins Alexander hanteert een volgorde van aanmelding met een maximum aantal artiesten.’ Met name de voorselectie is bijzonder. ‘Ambtenaren en muziekdeskundigen oordelen eens per jaar over de muziekkwaliteit van de artiesten. Alleen de beste artiesten krijgen een ontheffing. De situatie rondom straatmuziek in Rotterdam is daardoor aanzienlijk verbeterd.’

 

Niet alle gemeenten willen de problemen oplossen met audities. In het Amsterdamse stadsdeel Centrum zijn alle straatartiesten welkom, maar sinds 2008 mogen ze niet langer dan 30 minuten optreden op dezelfde plek. ‘Ook mogen ze niet na 11 uur ’s avonds spelen. En gezelschappen die met meer dan zes man zijn, moeten een vergunning aanvragen. De politie handhaaft alle regels en de muzikanten weten dat’, vertelt woordvoerder Ton Boon.

 

Hij benadrukt dat straatartiesten bij voorkeur op de beste plaatsen spelen. ‘Daarom zijn het Damrak, de Dam, de Kalverstraat en de Nieuwendijk verboden gebied. Deze drukke winkelstraten willen we ontzien, omdat ze anders vol staan met muzikanten die elkaar het leven zuur maken.’

 

In Maastricht, waar circa 80 procent van de straatmusici afkomstig is uit Oost-Europa, heeft de gemeente weer andere regels. ‘Per kalenderweek worden op grond van de APV vier gratis vergunningen aan straatmuzikanten gegeven. Dat gebeurt vanaf half 9 ’s ochtends. Wie het eerst komt, die het eerst maalt’, legt Marijke Breij van de gemeente uit.

 

Hiernaast worden er wekelijks twee betaalde ontheffingen uitgegeven aan muzikanten die hard geluid produceren. Breij: ‘Voor de ontheffingen geldt: 1 kalenderweek spelen en daarna 3 kalenderweken niet. Zo houden we de diversiteit in het aanbod aan straatmuzikanten.’

 

Verbodsbord

 

Eigenaar Paul Zonneveld van het Haarlemse café In den Uiver zit met een kopje koffie op zijn terras. Hij heeft al 3 jaar last van Oost-Europeanen. ‘Als mensen leuk kunnen spelen, is dat tot vermaak van onze gasten. Maar als ze steeds dezelfde noten spelen, gaat het al gauw vervelen. Als ze daarna opdringerig met de bedelpet langs het terras gaan, lopen mijn gasten weg.’

 

Zonneveld kon het niet aanzien dat de gemeente nog geen beleid had ontwikkeld en besloot zelf actie te ondernemen. ‘Met een professioneel verkeersbordenbedrijf heb ik vorig jaar een rood verbodsbord gemaakt. Op het witte vlak heb ik een trekharmonica getekend met een rode streep er overheen. Daaronder staat in het Slavisch: Verboden te spelen zonder vergunning.’

 

De café-eigenaar hing het bord op aan de overkant van de straat en vervolgens nam het aantal Oost-Europese straatmuzikanten aanzienlijk af. Desondanks moet hij het ding sinds kort missen. ‘Handhavers van de gemeente hebben het onlangs weggehaald. Dat was een foutje van hen. De burgemeester heeft me beloofd dat er binnenkort een nieuw bord komt.’

 

Veel last

 

De ludieke actie van de Haarlemse ondernemer staat in schril contrast met de gebeurtenissen in Tytsjerksteradiel. ‘Wij hebben sinds vorig jaar steeds vaker last van Roemeense en Bulgaarse straatmuzikanten. Ze spelen vooral op vrijdag en zaterdag’, zegt burgemeester Gerrit Jan Polderman (VVD). Zijn gemeente telt zestien kernen waarvan er drie een winkelcentrum hebben.

 

‘Ze worden daar ’s ochtends met een busje afgezet en ’s avonds weer opgehaald. Dat busje rijdt door heel Friesland. Ik heb vernomen dat deze mensen verblijven in een toeristenoord in Drenthe.’

 

Tot voor kort was zijn gemeente een populaire bestemming voor de Oost-Europeanen. ‘Onze gemeenteraad schafte het oorspronkelijke verbod op straatmuziek 5 jaar geleden in het kader van de deregulering af. Iedereen mocht overal vrij spelen. Nou, toen kwamen er steeds meer klachten over Oost-Europese muzikanten.’

 

Polderman is niet te spreken over de nieuwkomers. ‘Ze spelen vooral eentonige muziek. Het is een moderne vorm van bedelarij.’ Vorige maand besloot de raad het verbod op straatmuziek weer in te voeren. Alleen bij uitzondering kunnen artiesten een vergunning krijgen. Sinds de herinvoering van het verbod is in Tytsjerksteradiel geen Oost-Europese straatmuzikant meer te zien.

 

Burgemeester Polderman stelt vast dat ze nu spelen in naburige gemeenten. Dat wordt bevestigd door de politie Friesland. Woordvoerder Fred Nauta constateert dat de maatregelen zorgen voor een waterbedeffect. ‘Logisch, want deze mensen willen hun brood verdienen.’

 

Verder ziet de politie dat de Oost-Europese straatmuzikanten in bijna alle kleine Friese gemeenten oververtegenwoordigd zijn. Nauta: ‘We zijn op de hoogte van het georganiseerde vervoer. Deze mensen verblijven op campings in Drenthe en Groningen.’

 

Zelfde rechten

 

Het verbod van de Friezen doet de wenkbrauwen van Roma-deskundige Van Baar fronzen. Volgens hem moeten gemeenten als Tytsjerksteradiel zich afvragen of hun beleid maatschappelijk aanvaardbaar is. ‘Als je zegt “Dit is een moderne vorm van bedelarij”, dan maak je een bepaalde groep wel heel erg zwart. Entertainment op straat is een vorm van dienstverlening. Dat moeten gemeenten toch kunnen inzien. Bovendien zijn het EU-burgers met dezelfde rechten als Nederlandse muzikanten.’

 

Hierin ligt de kern van het probleem, stelt Van Baar. ‘Roemenen en Bulgaren mogen niet op dezelfde manier op onze arbeidsmarkt werken als andere EU-burgers en dat geeft problemen. Dat zag je na 2004 ook met de Polen. Toen ze na een paar jaar toch volledig mochten werken, gingen ze in andere sectoren aan de slag. Hetzelfde kan gebeuren als de arbeidsbeperkingen voor Roemenen en Bulgaren worden opgeheven.’

 

Van Baar voegt daar aan toe: ‘Je kunt de Oost-Europeanen niet collectief verbieden te spelen. Het is in strijd met de grondrechten van de EU die vrij verkeer van personen en diensten garanderen.’

 

Gemeenten die kiezen voor het reguleren van de toegang van depublieke ruimte, zijn op de goede weg, vindt Van Baar. ‘Die aanpak is humaner en juridisch minder dubieus dan het uitsluiten van een hele groep. Maar de scheidslijn tussen deze twee opties is ook bij welwillende gemeenten niet erg scherp. Zolang hier geen meer fundamentele discussie over wordt gevoerd, zullen steeds meer gemeenten voor een repressieve aanpak kiezen.'

Verstuur dit artikel naar Google+