of 59345 LinkedIn

Polderbazen met een netwerk

Hans Bekkers 1 reactie
Stroomde er in het verleden opvallend veel blauw bloed door de aderen, tegenwoordig zijn de dijkgraven vooral door politieke partijen naar voren geschoven. De polderbazen zijn bruggenbouwers met een netwerk.

In Der Schimmelreiter van Theodor Storm is de dijkgraaf een jong en heldhaftig figuur die, gezeten op zijn paard, in woest weer de dijken inspecteert. In niets lijken de huidige dijkgraven op Hauke Haien, de hoofdpersoon uit die 19e-eeuwse roman. Uit inventariserend onderzoek van Binnenlands Bestuur blijkt dat hun gemiddelde leeftijd aanzienlijk hoger is: zestig jaar – 59,9 om precies te zijn. Wel is negen van de tien dijkgraven man. Of het net als bij de romanfiguur een jongensfysieke droom was om de hoogste baas van een waterschap te worden, is ze niet gevraagd. En ook niet of ze de kunst van het paardrijden verstaan.

 

Duidelijk is dat de meeste van de dijkgraven talloze andere bestuurlijke functies hebben vervuld, voordat ze door de kroon tot dijkgraaf werden benoemd. Velen waren wethouder, burgemeester, gedeputeerde, lid van de Eerste of Tweede Kamer. Een enkeling, zoals Annelies Verstand, schopte het tot staatssecretaris in het tweede kabinet Kok. Na de val van dat kabinet werd ze watergraaf – ‘in Twente hebben we geen dijken’ – van het waterschap Regge en Dinkel.

 

Samen met Marga Kool en Monique de Vries waren zij lange tijd de enige vrouwelijke bazen in de polder. Daar is over een maand nog maar één van over. Verstand is inmiddels gestopt, Monique de Vries – ook oud-staatssecretaris – doet dat op 1 januari. ‘Het is inderdaad een mannenwereld, sterker nog dan in andere bestuurslagen. Maar eerlijk gezegd heeft dat me nooit zo beziggehouden’, zegt de oud-staatssecretaris Emancipatiezaken. ‘Waarom er zo weinig vrouwen in het bestuur van de waterschappen zitten? Tja, het zal ook te maken hebben met selectiecommissies. Bekend is dat die vooral naar en binnen de eigen soort zoeken’, zegt ze.

 

‘Misschien ook dat de waterwereld mannen meer trekt. Niet alleen in het bestuur: bij het personeel zie je het ook terug. Daar is hooguit twintig procent vrouw. En die vrouwen zitten voornamelijk op administratieve functies. Het is een jongensfysieke wereld. Maar het verandert, het is al minder technisch dan het vroeger was. Toen zag je vooral ingenieurs in het dagelijks bestuur.’

 

Waterschapsbestuurders en vooral dijkgraven zijn dus mannen – mannen met een verleden in het lokale en provinciale bestuur. Wat ook opvalt, is dat ze afkomstig zijn van de – voorheen – vier grootste partijen: CDA, PvdA, VVD en D66. Slechts vier van de 26 dijkgraven zijn partijloos. De liberalen zijn met acht dijkgraven hofleverancier. Het CDA levert er zeven. D66 bezet vier posten, één meer dan de PvdA.

 

Spektakel

 

Johan de Bondt is één van de VVD-dijkgraven. De uiterst geprofileerde oud-gedeputeerde van Gelderland – hij ging radicaal in tegen de Betuwelijnplannen van opeenvolgende ministers van Verkeer en Waterstaat – werd vijf jaar geleden de hoogste baas van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Volgens zijn woordvoerster Willemein van Tilburg – toen en nu – is De Bondt niet veranderd en opereert hij op dezelfde manier. ‘Het is minder politiek allemaal, het loopt minder in de gaten. Maar hij is net als toen veel in Den Haag, overlegt veel met gemeenten, regio’s en provincies’, zegt ze. Groot verschil is dat hij als dijkgraaf niet meer dagelijks de krant haalt – met uitzondering dan van zijn start bij AGV toen de dijk bij Wilnis doorbrak.

 

De Bondt is de laatste die erom maalt. ‘In Gelderland was ik de helft van mijn tijd kwijt aan het te woord staan van de media en aan discussies met Provinciale Staten. Nu kan ik me wat meer concentreren op de inhoud. Minder debat is niet zo heel erg. Iets minder spektakel evenmin,’ zegt hij. Zijn woordvoerster beweert even daarvoor zeker te weten dat ‘Johan het juist wel leuk vindt als het na de verkiezingen weer politieker wordt’.

 

De Bondt is wellicht een uitzondering. Te verklaren is het wel: als dijkgraaf moet hij tegenwicht bieden tegen het machtige Amsterdam, dat beleidsmatig aan de touwtjes trekt. De meeste van zijn collega’s waren in hun vorige functies veel minder spraakmakend. Een al te uitgesproken type zoeken veel waterschappen ook niet, zo wordt duidelijk bij lezing van diverse profielschetsen voor een nieuwe dijkgraaf. Hij – of zij – moet vooral over ‘uitstekende communicatieve vaardigheden’ beschikken, is ‘van nature een bruggenbouwer’ en ‘richt zich op het actief bevorderen van goede relaties met de vele externe betrokkenen in de regio en daarbuiten.’

 

De dijkgraaf die wordt gezocht ‘zoekt primair verbinding’, bouwt stabiele relaties op en beschikt over tact. De dijkgraaf wordt niet voor niets ook wel de burgemeester van het waterschap genoemd: veel overleggen, zorgen dat de boel intern goed loopt en erop letten dat de verhoudingen tussen de ambtelijke diensten en de bestuurders goed zijn. Beide houden ze contact met de buitenwereld en hebben daar de ingangen en netwerken.

 

Wat een dijkgraaf volgens Annelies Verstand vooral nodig heeft, zijn bestuurlijke vaardigheden. Mensen uit haar kennissenkring – ‘ja ook hoger opgeleiden’ – stelden haar regelmatig de vraag wat de functie inhoudt. ‘Ik legde ze dan altijd uit als dat ik de burgemeester van het waterschap was. Je zit het dagelijks bestuur voor, je zit het algemeen bestuur voor, je vervult representatieve taken en je hebt de portefeuille veiligheid.’

 

Maar, zo zegt ze even later, het burgemeesterschap is inhoudelijk gezien veel gevarieerder. Als oud-burgemeester van onder andere Heteren en Zutphen had ze ook te maken met zaken als de sociale dienst en ruimtelijke ordening. ‘Het burgemeesterschap is veel politieker. Bij een waterschap, al politiseren ze de verkiezingen nu, zal dat altijd minder zijn. Eigenlijk is iedereen het er over eens wat er moet gebeuren. Nee, spannend was het niet bij Regge en Dinkel. Wel interessant.’

 

Dijkdoorbraak

 

In tegenstelling tot een burgemeester – of een commissaris der koningin – heeft een dijkgraaf wel een eigen portefeuille. Zo gaat Peter Glas als watergraaf van de Dommel onder andere over juridische zaken, organisatie en communicatie. Zijn collega van waterschap de Zeeuwse Eilanden is behalve voor watersystemen en personeel ook verantwoordelijk voor handhaving.

 

‘Twintig jaar geleden lag het accent vooral op technische zaken. Dat is verschoven naar het bestuurlijke vlak’, zegt Johan de Bondt. Een bepaalde mate van technische kennis is zo niet vereist, dan toch wel handig. Zo had hij zelf nog nooit van het fenomeen veendijken gehoord toen midden in de zomer de dijk bij Wilnis het begaf. Het eerste wat hij dacht toen ze hem ’s nachts uit zijn bed belden, was dat ze hem als kersverse dijkgraaf voor de gek wilden houden. Die ochtend moest hij de verzamelde pers te woord staan over de oorzaak – uitdroging van een dijk.

 

‘Gaandeweg is de globale technische kennis toegenomen,’ zegt hij. ‘Dat moet ook wel, want als bestuurder dien je uit de technische adviezen de meest passende oplossing te kiezen.’ De vroegere dijkgraven, dat wil zeggen in de tijd dat Nederland nog drieduizend waterschappen telde, deden niet aan ‘learning on the job.’ Ze waren volgens emeritus hoogleraar waterstaatsgeschiedenis Gerard van de Ven altijd een soort meewerkend voorman. ‘Zij trokken met een jongen de polder in en herstelden wat hersteld moest worden. Daarna werd er vergaderd. Wel hadden ze net als de huidige generatie dijkgraven een netwerk; ze zaten in de kerkenraad of in het bestuur van het witgele kruis’, zegt hij.

 

Sinds door fusies het aantal waterschappen fors is teruggebracht, is er veel veranderd. Dijkgraven komen steeds vaker uit de politiek. Ze worden binnengehaald om hun Haagse contacten. ‘Vroeger kwamen de dijkgraven nog uit de streek zelf – steenfabrikanten of vooraanstaande agrariërs. Je diende er ook belang – grond – te hebben. Na 1980 verandert dat geleidelijk. Zeker nu de waterschappen zo zijn gegroeid, zijn die voelhoorns richting Den Haag erg belangrijk geworden. Je moet al een netwerk hebben voordat je dijkgraaf wordt’, weet Van de Ven.

 

Gevolg van al die fusies is dat waterschappen meer en meer besturen op enige afstand zijn geworden. Dat draagt niet bij aan hun herkenbaarheid. ‘Eerst, toen waterschappen nog klein waren, waren het eigen instituties. Dat besef van ‘iets eigens’ is er niet meer’, zegt Van de Ven. Annelies Verstand beaamt dat: ‘In Zutphen kennen ze me. Maar denk maar niet dat ik in Almelo werd herkend, ja hooguit omdat ik ooit staatssecretaris was.’

 

Dijkgraaf zijn, is vaak werken in het verborgene; beslissingen nemen die niemand opvallen. Veel bestuurders lijden naar verluidt onder die onbekendheid en klagen daarover. Niet Johan de Bondt. ‘Weet je’, zegt hij, ‘een van de grote voordelen is dat het tempo van bestuurlijke besluitvorming stukken hoger ligt dan bijvoorbeeld in provincies en gemeenten. Neem zo’n dijk bij Wilnis: binnen een maand heeft het algemeen bestuur het voorstel van het dagelijks bestuur goedgekeurd. Hier werkt het nuchter verstand nog. Het gevoel dat we met zijn allen voor de goede oplossing gaan. Die instelling mis ik elders wel eens.’

 

Met de romanfiguur Deichgraf Hauke Haien liep het overigens slecht af. De onervaren bestuurder werd slachtoffer van een gemeen spel: hij kwam met zijn schimmel om het leven bij een door zijn politieke vijanden doorgestoken dijk. Maar weinig van de huidige dijkgraven, geen zelfs, overkomt een niet zelf gekozen einde van hun carrière. Daarvoor hebben ze bestuurlijke ervaring genoeg.

 

Dijkonderhoud

 

De veiligheid van de waterkeringen (dijken, duinen, dammen en kades) behoort vanouds tot de kerntaken van de waterschappen. Omdat het buiten de deur houden van het water al in de Middeleeuwen dwong tot samenwerking, worden de waterschappen wel beschouwd als de basis van het poldermodel.

 

In de provincie Noord-Holland komt die verantwoordelijkheid toe aan Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Dit waterschap houdt van Den Helder tot Durgerdam de veiligheid van de waterkeringen in de gaten: van de talloze dammen en dijkjes die de polder droog houden tot aan de Hondsbossche Zeewering en de Schoorlse duinen. Elk jaar houdt het hoogheemraadschap een dijkenschouw, waarbij alle waterkeringen oppervlakkig worden gecontroleerd en eventuele schade wordt hersteld.

 

Woningbezitters die een stukje van de dijk denken te kunnen afgraven voor hun tuinuitbreiding komen bedrogen uit. ‘De dijkgraaf mag daar op handhaven en boetes uitdelen’, zegt een woordvoerder van het Hoogheemraadschap. De medewerkers beperken zich overigens niet tot de geplande controles. ‘Bij storm of hevige regenval trekken de rayonopzichters er zelfs ‘s nachts op uit om de veiligheid van onze waterkeringen te peilen.’

 

Eens in de vijf jaar toetst het waterschap uitgebreider op veiligheid. Uit welke grondlagen is een dijk opgebouwd? Is de dijk ingeklonken ten opzichte van vijf jaar terug? Bij de laatste toets in 2005 bleken veertien dijken en duingebieden (deels) te zwak. Deze dijken en duinen worden verhoogd of verbreed om aan de landelijke normen te voldoen. Ze moeten in 2016 weer op volle sterkte zijn.

 

Alleen de waterschappen in Noord-Holland, Zuid-Holland en Zeeland dragen ook verantwoordelijkheid voor het onderhoud aan de openbare wegen en bruggen op en nabij de dijken, in het gebied van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier al gauw zo’n 1400 kilometer. Ook voor de verlichting en de plaatsing van verkeersborden in de polder dragen de waterschappen in het westen van het land verantwoordelijkheid. Die taakverdeling is historisch zo gegroeid en volgens de waterschappen effectiever dan dat anderen dat doen.

 

Vaak van adel

 

De dijkgraaf is de benaming voor de voorzitter van een waterschap. Hij of zij is voorzitter van zowel het algemeen als het dagelijks bestuur van een waterschap. Het dagelijks bestuur van een waterschap wordt college van dijkgraaf en heemraden genoemd. Een dijkgraaf wordt door de kroon benoemd voor een periode van zes jaar. Vroeger werden vooral mensen benoemd die zelf aanzienlijke bezittingen hadden in het te beschermen gebied. De idee was dat het eigenbelang van de dijkgraaf hem motiveerde om de veiligheid van het gebied tegen overstromingen te waarborgen. Hoewel de titel “dijkgraaf” geen adellijke titel is, kwamen in de praktijk dijkgraven uit adellijke families. Bij waterschappen die geen dijken in beheer hebben, heet de functie watergraaf.

 

Verstuur dit artikel naar Google+