of 60220 LinkedIn

Aanpak wateroverlast wordt hoofdpunt

De riolering is op orde, blijkt uit de gisteren gepresenteerde uitkomsten van een benchmark onder alle 430 Nederlandse gemeenten. De aanpak van wateroverlast door overvloedige regenval wacht als nieuw speerpunt van beleid.
De riolering is op orde, blijkt uit de gisteren gepresenteerde uitkomsten van een benchmark onder alle 430 Nederlandse gemeenten. De aanpak van wateroverlast door overvloedige regenval wacht als nieuw speerpunt van beleid.

Gemeenten hebben de afgelopen 5 jaar vele honderden miljoenen euro’s geïnvesteerd in hun riolering. Nieuwe stelsels werden aangelegd, bestaande buizen werden vervangen, en  systemen werden omgebouwd om regen- en afvalwater te kunnen scheiden. Bij het vervangen van de riolering liggen gemeenten op schema, van achterstanden is geen sprake, concludeert Stichting Rioned op basis van door gemeenten aangeleverde gegevens.

 

Volgens Rioned-directeur Hugo Gastkemper mogen gemeenten trots zijn op zichzelf. ‘De riolering is op orde’, concludeert hij op basis van de gisteren gepubliceerde resultaten van een benchmark onder alle 430 gemeenten. ‘De hoofddoelen – volksgezondheid, droge voeten en waterkwaliteit – worden glansrijk behaald. Storingen doen zich nauwelijks voor en de kosten voor riolering zijn laag. Een doorsnee basispakket kabeltelevisie is duurder.’

 

Tegelijkertijd kijkt Rioned vooruit. Door de klimaatverandering krijgt Nederland naar verwachting steeds vaker te maken met hevige regenbuien in de zomer en langdurige buien in de winter. Het tegengaan van de hiermee gepaard gaande overlast is volgens Gastkemper dé grote opgave voor de toekomst. Gemeenten zijn hiertoe op grond van de Wet gemeentelijke watertaken sinds 2008 verplicht.

 

Uit de benchmark blijkt dat 10 procent van de gemeenten nu al ‘grootschalige overlast’ ervaart. Vrijwel alle gemeenten (92 procent) bereiden maatregelen voor, of zijn druk bezig met de uitvoering hiervan. De maatregelen bestaan uit onder meer het vergroten van het rioolstelsel, de aanleg van extra buizen voor regenwater en het ombouwen van gemengde naar gescheiden systemen, waarbij afval- en regenwater apart worden afgevoerd.

 

Rioned-directeur Gastkemper pleit voor een geleidelijke aanpak. ‘Meegroeien met de nieuwe inzichten is het verstandigst’, meent hij. ‘Daardoor kun je profiteren van de laatste technische ontwikkelingen. Anderzijds biedt je dat de mogelijkheid om in te spelen op de meest actuele modellen van het meteorologisch instituut KNMI. Dat kan voorkomen dat je veel geld uittrekt voor iets dat zich misschien nooit gaat voordoen.’

 

Gastkemper benadrukt dat de meeste gemeenten onderscheid maken tussen hinderlijke en onacceptabele situaties. Een straat die incidenteel voor korte tijd blank staat, is niet onoverkomelijk. ‘Als water ondanks getroffen voorzorgsmaatregelen huizen, gebouwen of kelders inloopt, wordt het anders. Dan moet je ingrijpen. En de meeste gemeenten zullen ook willen voorkomen dat grote, doorgaande wegen bij zware regenval onbegaanbaar worden, of dat vies afvalwater in grote hoeveelheden de straat opstroomt. Maar een weg in een woonwijk die tijdens een hoosbui onder water staat, hoeft geen probleem te zijn.’

 

Van de overheid kan volgens Gastkemper niet worden verwacht dat er nooit enige vorm van wateroverlast is. ‘We kunnen de riolering niet zo groot maken dat elke regenbui er in past. Je kan het vergelijken met autowegen. Als we op vrijdagmiddag allemaal tegelijk met vakantie gaan, of op zondagmiddag na de wedstrijd met z’n allen in één keer willen wegrijden bij het voetbalstadion, komen we in de file. En hoeveel je ook van asfalt houdt, niemand zal wegen willen aanleggen die zijn berekend op het grootst denkbare verkeersaanbod.’

 

Daarnaast wijst Gastkemper op de verantwoordelijkheid van particuliere eigenaren. Zij zijn er volgens hem in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor dat water niet hun woning of bedrijfspand kan binnenstromen. ‘Een particulier kan bouwkundige maatregelen treffen of een pompje plaatsen. We vinden het toch ook heel normaal dat iemand ervoor zorgt dat zijn dak waterdicht is? Pas als burgers ondanks getroffen voorzorgsmaatregelen schade oplopen, moet je je afvragen of aanvullende maatregelen aan het riool nodig zijn.’

 

Uit de gisteren gepresenteerde uitkomsten van het benchmark-onderzoek blijkt dat de kosten voor riolering in belangrijke mate worden bepaald door de samenstelling van de bodem (hoe slapper de bodem, hoe hoger de kosten), de leeftijd van het buizenstelsel en de mate van bebouwing. Een tijd lang waren middelgrote gemeenten (20.000 tot 50.000 inwoners) het goedkoopst uit met hun personeelskosten, maar inmiddels hebben de grote gemeenten deze koppositie overgenomen.

 

Uit het benchmark-onderzoek, dat werd uitgevoerd in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt verder dat het aantal huishoudens dat niet op de riolering is aangesloten, tussen 2005 en 2010  is teruggebracht van 100.000 tot 14.000.

 

Investeringen in de riolering worden inmiddels vrijwel volledig uit de rioolheffing bekostigd. In 1985 pasten gemeenten 62 procent van de uitgaven bij uit de algemene middelen. Tegenwoordig is dat nog maar 2 procent. Sinds 1985 is de rioolheffing gemiddeld met 7,4 procent per jaar gestegen. Om te kunnen blijven investeren, is volgens gemeenten ook de komende jaren een stijging van de rioolheffing nodig. Rioned verwacht op basis van de gemeentelijke cijfers tot en met 2016 een jaarlijkse tariefstijging van gemiddeld 3,9 procent.

 

De hoeveelheid zogeheten overstorten daalde tussen 2005 en 2010 van 15.000 naar 13.900. Een overstort zorgt ervoor dat bij zware regenval het overschot aan water wordt afgevoerd naar sloten of vaarten, om overlast te voorkomen. Omdat dit ten koste kan gaan van de kwaliteit van het oppervlaktewater, zijn gemeenten en waterschappen bezig om hiertegen maatregelen te nemen. De volgens het RIVM meest risicovolle overstorten zijn inmiddels allemaal verdwenen, meldt Rioned.

 

Punt van zorg is volgens Rioned het groeiende tekort aan vakmensen bij gemeenten. Het aantal vaste mensen in de binnendienst is met 1.127 formatieplaatsen de afgelopen 5 jaar ongeveer gelijk gebleven, bij een toenemende hoeveelheid werk. Daardoor steeg de externe inhuur in deze zelfde periode van 250 naar 451. Ook werkzaamheden in de buitendienst worden steeds meer uitbesteed. Hier is het aantal vaste formatieplaatsen gedaald van 1.250 naar 1.051. ‘Gemeenten worden zo afhankelijker van externe kennis’, signaleert Rioned.

 

In de toekomst zal het tekort aan vakmensen volgens de stichting verder toenemen als gevolg van de vergrijzing en te verwachten bezuinigingen op de formatie. ‘Meer doen met minder geld en minder mensen’ wordt daarom komende jaren het uitgangspunt, verwacht Gastkemper.

 

Boudewijn Warbroek

 


 

 

Wat is Rioned?

 

Stichting Rioned presenteert zich als hét kenniscentrum voor rioleringszorg. Alle partijen die bij de riolering zijn betrokken, participeren in de stichting. Dan gaat het niet alleen om overheden (Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten), maar ook om bedrijven (leveranciers, adviesbureaus, inspectiebedrijven, aannemers) en onderwijsinstellingen. De belangrijkste taak van Rioned is het beschikbaar stellen van kennis aan de vakwereld. Zo krijgt elke gemeente het landelijke rapport Riolering in beeld, plus een op de eigen situatie toegesneden rapport, en toegang tot alle data van het benchmark-onderzoek.


 

 

‘Investering direct of snel afschrijven’

 

De Stichting Rioned werkt aan een advies waarin gemeenten wordt aangeraden om investeringen in riolering direct of versneld af te boeken.

 

‘Via het Besluit Begroting en Verantwoording worden gemeenten door het Rijk aangemoedigd tot langere afschrijvingstermijnen’, zegt Rioned-directeur Hugo Gastkemper. ‘De gangbare technische levensduur voor riolering is 60 tot 80 jaar. Maar wij pleiten voor een directe of een veel snellere afboeking. Dan moet je denken aan afschrijving over een periode van maximaal 20 jaar.’

 

Volgens Gastkemper zijn gemeenten uiteindelijk onnodig veel geld kwijt aan rentelasten als investeringen over lange tijd worden uitgesmeerd. ‘Ook bij de huidige lage rentestand is dat het geval.’ Als investeringen sneller worden afgeschreven, hoeven gemeenten de rioolheffing volgens Gastkemper op de langere duur minder sterk te laten stijgen.

 

 


 

Cijfers riolering

 

  • Op dit moment ligt voor 77 miljard euro aan riolering in de grond (vervangingswaarde).

  • 87 procent van de riolering is in de afgelopen 50 jaar aangelegd, 51 procent in de afgelopen 30 jaar.

  • Nederland heeft met 99,8 procent de hoogste aansluitingsgraad van Europa.

  • Per 1 januari 2010 lag 3.500 kilometer buis onder de grond die ouder was dan 60 jaar.

  • De technische levensduur van riolering ligt gemiddeld tussen de 60 en 80 jaar.

  • In 2010 betaalt een eenpersoonshuishouden gemiddeld 155 euro aan rioolheffing, een meerpersoonshuishouden 167 euro.

  • In totaal incasseren gemeenten dit jaar 1,28 miljard euro aan rioolheffing.


Verstuur dit artikel naar Google+

Vacatures

Dossier: coronavirus

Afbeelding

 

In dit dossier leest u alle artikelen van Binnenlands Bestuur over het coronavirus.