of 59147 LinkedIn

1 verordening, 1 beleidsplan en 1 budget sociaal domein

AfbeeldingGemeenten voeren in het sociaal domein veel verschillende taken uit. Hierbij  vormen  de Participatiewet, de Wmo, de WSW en de Jeugdwet de grootste onderdelen van het takenpakket.

Voor deze taken krijgt de gemeente vanuit diverse bronnen inkomsten binnen. Die inkomsten blijven ook binnen het sociaal domein vaak gesplitst. Maar is dat wel zo verstandig?

 

Waar komt dat geld vandaan?

Het grootste deel van de inkomsten van gemeenten komt van het Rijk. Het gaat om:

  • de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor bijvoorbeeld jeugdgezondheidszorg, jongerenwerk en voor- en vroegschoolse educatie;
  • de Integratie Uitkering Sociaal Domein (IU-SD), ook uit het gemeentefonds, voor de taken die de gemeente er sinds de decentralisaties in 2015 bij gekregen heeft;
  • een specifieke uitkering voor de bijstand (de gebundelde uitkering, voorheen het BUIG-budget) en voor de loonkostensubsidie voor arbeidsbeperkten; en
  • verschillende decentralisatie- (DU) en integratie-uitkeringen (IU), zoals  de IU-uitkering Wmo voor huishoudelijke hulp.

 

Deze uitkeringen hebben één belangrijk gezamenlijk kenmerk: ze zijn allemaal vrij besteedbaar. Er zit wel een label aan, maar de gemeente hoeft hierover geen verantwoording af te leggen aan het Rijk. De verantwoording vindt plaats in de gemeenteraad. Als er budget overblijft, hoeft de gemeente dit ook niet terug te betalen aan het Rijk.


Realistisch begroten

Het Rijk verdeelt de gelden over de gemeenten. Dit gebeurt op een objectieve manier via een verdeelmodel. Veel gemeenten kiezen ervoor om de uitkeringen van het Rijk direct door te vertalen in budgetten voor de uitgaven. Maar de uitkeringen van het Rijk geven niet altijd een reëel beeld van de te verwachten uitgaven van een gemeente. De gemeente kan de uitkeringen van het Rijk beter samenvoegen en vervolgens verdelen op basis van de te verwachten aantallen bijstandscliënten, jeugdzorgtrajecten of het aantal cliënten met een Wmo-voorziening. Dit geeft een realistischer beeld van de uitgaven. En het maakt toch niet meer uit met welk label de gelden van het Rijk zijn binnengekomen.


Sturing door het Rijk

Het Rijk labelt de uitkeringen aan de gemeenten. Hierdoor kan de indruk ontstaan dat het Rijk wil sturen op de uitgaven van de gemeente. Onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB)  heeft aangetoond dat het niet nodig is om uitkeringen uit het gemeentefonds te labelen om zo de uitgaven van de gemeente te beïnvloeden. Ook een vrij besteedbare uitkering zonder label stuurt het beleid van de gemeente. Dat heeft het CPB onderzocht bij de invoering van de Wmo in 2007 en bij de invoering van de WWB in 2004. Het Rijk kan daarmee de bestemmingen van de verschillende uitkeringen prima afschaffen en een algemene uitkering verstrekken. Dit stimuleert de gemeente om doelmatig te werken en stelt haar in staat om middelen naar eigen inzicht te besteden en integraal te werken. En laat dat nu net één van de doelstelling van de decentralisaties zijn.


Afwenteling van kosten?

Het risico bij een algemene uitkering is dat er misschien geprobeerd zal worden om kosten af te wentelen op regelingen die worden gefinancierd door het Rijk. Dat is bij de WWB en de Wajong  gebeurd. Er waren gemeenten die jongeren bij een aanvraag voor bijstand sneller doorstuurden naar UWV. Ook bij de decentralisaties hebben enkele gemeenten geprobeerd om kosten van de Wmo en de Jeugdzorg af te wentelen op de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat afwentelen van de kosten kan worden beperkt door de algemene uitkering aan de gemeente afhankelijk te maken van de instroom naar het alternatief (in dit geval Wlz). Dus bij een grotere instroom in de Wlz worden de extra kosten gedekt uit de algemene uitkering en blijft er voor gemeenten minder geld over. De gemeentelijke vrijheid over de inzet van de instrumenten en middelen om deze instroom te beperken blijft dan gewaarborgd.


Gemeente, gebruik de bestedingsvrijheid en ga integraal werken!

In het voorjaar van 2016 concludeerde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat gemeenten in 2015 € 1,2 miljard hadden overgehouden van de gelden in het sociaal domein. Dat leidde tot veel ophef in de landelijke media. De cijfers bleken achteraf niet de kloppen: het overschot was veel kleiner. Maar de ophef was er niet minder om. Als gemeente heb je de keus om de inkomsten te labelen naar herkomst of niet. Doet een gemeente dit niet, dan wordt het makkelijker om met budgetten tussen de verschillende beleidsterreinen te schuiven. Het budget kan dan uitgegeven worden waar het effect of de behoefte het grootst is.  Veel gemeenten hebben een integraal beleidsplan sociaal domein. De eerste gemeente met 1 verordening is er al (Waddinxveen). Welke gemeente heeft als eerste 1 verordening, 1 beleidsplan en 1 budget voor het sociaal domein?


Zoekt u de laatste kennis en inzichten over de gemeentelijke begroting?

Meld u aan voor de Actualiteitendagen ‘Financieel beheer’.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingStimulansz
Kon. Wilhelminalaan 5
3527 LA Utrecht
030 298 28 00
www.stimulansz.nl
info@stimulansz.nl

Meer nieuws

Schuldhulpverlening

Afbeelding

Agenda november

1 november   Begeleiding in de Wmo 2015: van onderzoek tot indicatie 
8 november SJD Actualiteiten Participatiewet (PW) 
8 november Kwaliteitscontrole Concerncontrole Gemeente
13 november Platform Bezwaar en Beroep
16 november Tour van Wet naar Werk
19 november Effectieve ondersteuning van statushouders
21 november Platform Participatie en werk
27 november SJD Actualiteiten Algemene wet bestuursrecht en Wmo 2015
29 november SJD Actualiteiten Fraudealertheid loont
30 november        Tour van Wet naar Werk

Kijk voor het volledige aanbod op www.stimulansz.nl

Alles over sociaal juridische regelingen in één boek:Afbeelding

Whitepapers

Afbeelding

Bloggers