of 58952 LinkedIn

VNG maakt ouderen tot zondebok

Manon Vanderkaa 1 reactie

Het is onaanvaardbaar dat de VNG ouderen tot zondebok én sluitpost van de gemeentebegroting maakt. 

Volgens de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) raken gemeenten de komende jaren in financiële problemen door de stijgende kosten van ouderenzorg. Meer nog dan een winstwaarschuwing lijkt deze boodschap een verkapt dreigement om de ouderenzorg het kind van de rekening te laten worden. In plaats van klagen over geld doen gemeenten er verstandiger aan om constructief mee te werken aan het vlot trekken van het vastlopende stelsel van ouderenzorg.

 

De gemeenten hebben gelijk dat de vergrijzing tot hogere kosten voor de ouderenzorg leidt. Toch wringt het. In 2015 is de uitvoering van belangrijke delen van de ouderenzorg willens en wetens overgeheveld naar gemeenten. In ruil hiervoor ontvangen ze ook budget van de rijksoverheid. Deze decentralisatie heeft de positie van gemeenten versterkt. En toch schreeuwt de VNG plotseling moord en brand over de gevolgen van de vergrijzing, alsof deze nu pas ziet dat er een grijze golf aankomt. Dit hadden de gemeenten vijf jaar geleden kunnen weten.

 

De andere klacht van gemeenten, dat het beroep op de Wmo toeneemt door de invoering van het abonnementstarief, is de wereld op zijn kop. Want wat is er gebeurd? Eerst hebben gemeenten Wmo-cliënten zulke hoge eigen bijdragen in rekening gebracht dat mensen zorg en ondersteuning zijn gaan mijden. Toen duidelijk werd dat de stapeling van zorgkosten voor veel mensen onbetaalbaar was geworden, heeft de landelijke politiek ingegrepen en gezorgd voor de instelling van het abonnementstarief. Het resultaat hiervan is dat de ontstane onderbenutting van noodzakelijke ondersteuning wordt teruggedraaid.

 

Voor de Wmo-middelen die gemeenten van de rijksoverheid ontvangt, hebben zij een grote mate van bestedingsvrijheid afgedwongen. Deze zelfverkozen autonomie brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Natuurlijk: de landelijke overheid moet zorgen voor goede randvoorwaarden, ook in budgettaire zin. Gemeenten op hun beurt moeten laten zien dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Het wegbezuinigen van voorzieningen in het sociaal domein past daar niet bij, en twijfel zaaien over de continuïteit van de gemeentelijke ouderenzorg al helemaal niet.

 

Van het wegvallen van verzorgingshuizen tot wachtlijsten voor verpleeghuizen: we zien momenteel dat de ouderenzorg aan alle kanten piept en kraakt. En dat terwijl de overgrote meerderheid van de ouderen (langer) thuis woont. Veel van deze ouderen kloppen in eerste instantie bij de gemeente aan als zij zorg en ondersteuning nodig hebben. De verschillende onderdelen van de ouderenzorg, dus ook de Wet langdurige zorg (Wlz) en de door verzekeraars uitgevoerde wijkverpleging, sluiten onvoldoende op elkaar aan. Gemeenten kunnen een positieve rol spelen door ouderen beter in plaats van minder te ondersteunen vanuit de Wmo. Want elke euro die aan goede ondersteuning thuis besteed wordt, voorkomt dat er een veelvoud aan budget nodig is voor duurdere zorgvoorzieningen binnen onder andere de Wlz. En voorkomt dat de senior het kind van de rekening wordt.

 

Manon Vanderkaa, directeur van seniorenorganisatie KBO-PCOB

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Aart Tempelman (Mantelzorger) op
Hallo Manon,
De spijker op z'n kop. En dan te bedenken dat de 2e Kamer heeft besloten de invulling van de Wmo te decentraliseren. In de Provincie Limburg is het verschil in Wmo ondersteuning tussen de 23 gemeenten een factor 3 per 1000 aanvragers.
Je zult maar in een "zuinige gemeente" wonen, dan blijft noodzakelijke hulp achterwege. De 2e decentralisatie is in aantocht: de energie transitie. Ouderen komen in de kou te zitten!