of 59162 LinkedIn

Coffeeshophouders vogelvrij na Europees arrest

Roland Mans Reageer

Afgelopen najaar wees het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) in Straatsburg een opzienbarend arrest in de zaak van een voormalige coffeeshophouder tegen de Nederlandse Staat. Het arrest heeft potentieel grote gevolgen voor het Nederlandse gedoogbeleid. Het maakt de coffeeshophouder nagenoeg vogelvrij, dus het wordt prijsschieten voor de overheid.

De procedure van de coffeeshophouder in kwestie ving aan in 2001. In strijd met zijn eigen beleid sloot de burgemeester van Den Haag een coffeeshop, die de uitbater op basis van een gedoogbesluit exploiteerde. De rechtbank Den Haag zette daarom een streep door dat besluit.


De burgemeester ging niet in hoger beroep. Hij weigerde echter ook de sluiting ongedaan te maken. Daarop stapte de coffeeshophouder voor de tweede keer naar de rechter en kreeg hij wederom gelijk. Opnieuw ging de burgemeester niet in hoger beroep, maar weer legde hij zich niet bij de uitspraak neer en herriep hij de sluiting van de coffeeshop niet.

 

Een derde rechtsgang volgde. Weer werd de coffeeshophouder in het gelijk gesteld. Dit keer ging de burgemeester echter wel in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaf de inmiddels afgetreden burgemeester gelijk. Een besluit om een gedoogbesluit in te trekken is geen besluit waartegen bestuursrechtelijk kan worden geprocedeerd, zo oordeelde de Afdeling in lijn met eerdere rechtspraak.

 

In haar uiterst summiere uitspraak uit 2008 besteedde de Afdeling geen aandacht aan het feit dat de coffeeshophouder twee keer eerder in het gelijk was gesteld en dat deze uitspraken onherroepelijk waren geworden. Het standpunt van de coffeeshophouder dat vaste Straatsburgse rechtspraak over artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens met zich bracht dat de burgemeester onherroepelijke uitspraken diende te respecteren, werd zonder enig argument naar de prullenbak verwezen.

 

Daarop diende de coffeeshophouder in 2009 een klacht in tegen de Nederlandse Staat. Die klacht was vooral gebaseerd op schending van artikel 6 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, omdat de coffeeshophouder vond dat aan hem een eerlijke procedure was onthouden. Immers, de burgemeester had ten onrechte twee onherroepelijke uitspraken naast zich neergelegd. Bovendien betoogde de coffeeshophouder dat een gedoogbesluit van een bestuursorgaan gelijk diende te worden gesteld aan, bijvoorbeeld, een gewone horecavergunning. Nu tegen de intrekking van iedere vergunning kon worden geprocedeerd, moest dat dus ook kunnen tegen de intrekking van een gedoogbeschikking.

 

Het EHRM was het niet met hem eens. Straatsburg overwoog dat de handel in sofdrugs volgens de Nederlandse Opiumwet is verboden. “Niet geconcludeerd kan worden dat een “recht” om verboden handelingen te verrichten, kan ontstaan doordat daartegen geen strafmaatregelen worden genomen, zelfs niet als de overheid de verboden handelingen gedoogd. Dergelijk gedogen, zelfs als dat ten behoeve van een burger op schrift wordt gesteld, kan niet gelijkgesteld worden aan een wettelijk verstrekte vergunning,” aldus het EHRM. Nu geen sprake was van “een recht” van de coffeeshophouder, oordeelde het EHRM verder, kon hij daarom ook geen beroep doen op artikel 6 van het EVRM dat eerlijke procedures over verleende rechten garandeert. Het EHRM verklaarde de klacht dan ook niet-ontvankelijk.

 

De consequentie van deze uitspraak is dat coffeeshophouders nagenoeg vogelvrij zijn geworden ten opzichte van de overheid. Met deze uitspraak van het EHRM in de hand kan de overheid coffeeshops immers naar eigen goeddunken en volkomen willekeurig behandelen. De coffeeshophouder kan zich wel tot de rechter wenden om zich te verweren tegen een onterechte sluiting of om een schadevergoeding te vragen, maar hij heeft in dergelijke procedures nog veel minder kansen dan voorheen: hij is immers officieel rechteloos.

 

Dogmatisch klopt het misschien wel, maar de uitspraak van het EHRM bevredigt het rechtsgevoel bepaald niet. De tegenstanders van coffeeshops en het liberale softdrugbeleid kunnen zich echter in de handen wrijven: zij zijn een machtig wapen rijker.

 

Roland Mans
De Clerq advocaten en notarissen 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.