of 58959 LinkedIn

Zuiveringsheffing en armoedebeleid in Delfland

Elsbeth van Hijlckama Vlieg en Pieter Boot 1 reactie

Het college van Delfland heeft zich voorgenomen de kwijtschelding van de zuiveringsheffing in twee stappen af te schaffen. Is daar voldoende draagvlak voor en hebben de overheden de besluitvorming op elkaar afgestemd?

Voor Delfland is het een budgettair neutrale operatie. Het zuiveringstarief voor ingezetenen wordt er zelfs mee verlaagd met 20 euro per jaar. In ruil voor een greep van 300 euro per jaar uit de bestedingsruimte van inkomens op bijstandsniveau. Een manoeuvre waarvan het rendement zeer gering zal zijn, zo niet negatief en waarbij de gevolgen voor de bijzondere bijstandsaanvragen of de schuldhulpverlening bij gemeenten niet in beeld zijn gebracht.

 

Niet verwonderlijk is dan ook dat vele bezwaren tegen deze conceptverordening zijn ingediend, door alle gemeentebesturen in de regio, de meeste studentenorganisaties, de gezamenlijke woningcorporaties, en tal van maatschappelijke instellingen. Delfland echter houdt vooralsnog vol dat armoedebeleid bij het waterschap niet meer van deze tijd is. Een extern tegenwicht zoals dat zich nu in de inspraak manifesteert, hoe sterk ook, kan in principe genegeerd worden. Afspraken over interbestuurlijke samenwerking zijn er wel, daterend van 1992 toen het waterschapbestel zijn beslag kreeg in de Waterwet, maar daarbij is geen afstemming vastgelegd op een sociale paragraaf.

 

Wat is hier aan de hand? Delfland vreest dat de kwijtscheldingen in aantal zullen toenemen, zoals dat eveneens voor de bijstandsuitkeringen het geval is. Zowel de Unie van Waterschappen als onafhankelijk onderzoek (COELO) adviseren niettemin de kwijtschelding niet te versoberen op straffe van draagvlakverlies en verslechterde interbestuurlijke verhoudingen. Toch gooit het College van Delfland deze steen in de vijver, zonder vooroverleg met de bestuurlijke partners in de regio. Het weet zich gedekt door haar eigenstandige positie in bestuurlijk Nederland en door een meerderheid op voorhand in het eigen Algemeen Bestuur.

 

Er is geen Minister, College van B&W, Provincie of Unie van Waterschappen die dit kan tegenhouden. Het bestaan van geborgde zetels: 9 van de 30 in Delfland, en het monistisch bestuurssysteem, waarin collegeleden meestemmen, maakt dat de democratisch gekozen volksvertegenwoordigers een geringere invloed hebben dan in andere bestuursorganen. Het belang van de ingezetenen, met name de economisch zwakkeren, gaat in deze context makkelijk onderuit. Armoedebeleid waarin gemeenten en Rijk investeren kan zo door het waterschap in één pennenstreek te niet gedaan worden. Hier is sprake van een weeffout in het systeem.

 

Naar eind 2016, wanneer het Bestuursakkoord Water wordt geëvalueerd, is het nog maar 12 maanden te gaan. Laten we die tijd benutten om na te denken over een werkwijze die meer recht kan doen aan democratische besluitvorming voor ingezetenen, en waarbinnen expliciete afspraken over een verstandig en afgestemd armoedebeleid een plaats kunnen krijgen. Dit terwijl niettemin de kerntaak van het functionele integrale watermanagement onverkort aan de eigenstandige waterschappen wordt overgelaten.

 

Elsbeth van Hijlckama Vlieg en Pieter Boot

Fractie PvdA Hoogheemraadschap van Delfland

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door P op
Het getuigt in ieder geval van lef om, tegen stroom in, te zeggen dat je ergens als overheid niet van bent. Dat je de open rekening van de bezuinigende Rijksoverheid niet oppakt. Ook gemeenten zouden nu hun rug recht moeten houden en naar het Rijk moeten kijken.

Overigens doe ik verder een oproep aan alle burgers om bezwaar te tarieven/ kwijtscheldingsregeling van alle andere waterschappen 2016. Wettelijk gezien mogen zij deze maatregel geeneens nemen...