of 59054 LinkedIn

Zetelroof kent meerdere gezichten

Bert Luijendijk 4 reacties

In rap tempo is er gedoe rond Tweede Kamerleden, Matthijs Huizing (rijden onder invloed) Johan Houwers (hypotheekfraude), Mark Verheijen (ongeoorloofd declaratiegedrag), Selcul Öztürk en Tunahan Kuzu (onvrede over het kabinetsbeleid) en nu ook René Leegte (neveninkomsten verzwegen). Het verdwijnen uit de fractie hebben ze gemeen. Het verschil is het al dan niet inleveren van hun Tweede Kamerzetel. De een vertrekt vrijwillig, de ander is daartoe niet bereid of heeft zijn zetel wederom ingenomen.

Volksvertegenwoordigers worden geacht de publieke zaak te dienen. Op onwettige wijze inkomsten toeëigenen maakt je volstrekt ongeloofwaardig. Dergelijke Kamerleden staan niets anders te doen dan hun Kamerzetel ter beschikking te stellen. Je hebt een voorbeeldfunctie en die verlies je in zo’n geval.
 

Je zult evenmin kunnen rekenen op sympathie van het volk dat je vertegenwoordigt. Dergelijke privéschandalen achtervolgen je, zo zal ook Houwers merken die als eenmansfractie terugkeert op zijn Kamerzetel. Inspireert de vergoeding hem? Wie gaat hij vertegenwoordigen en wie wil zich door hem laten vertegenwoordigen?
 

Zetelroof krijgt zo een bijzondere invulling. Ondanks de gepleegde fraude (roof) beroof je het volk van een plek in de volksvertegenwoordiging en daar krijg je nog een flinke buit voor ook! Driedubbele roof. Verheijen en Leegte hebben zich financieel misdragen en vertrokken inmiddels uit de Tweede Kamer. Zetelroof werd ook de PvdA’ers Selcul Öztürk en Tunahan Kuzu verweten. Deze Kamerleden konden zich niet langer vinden in het integratiebeleid van hun eigen minister Asscher maar vonden daarbij geen gehoor in de PvdA-fractie. Zij besloten daarop, na een emotionele fractievergadering, de fractie te verlaten maar met behoud van zetels.
 

Werden zij niet ter wille van de ‘lieve kabinetsvrede’ beperkt in hun onafhankelijke rol als volksvertegenwoordiger om gedwongen het kabinetsstandpunt te volgen? Zetelroof? Werden zij juist niet beroofd van hun onafhankelijke rol als volksvertegenwoordiger? Daags na deze kwestie pleitte minister Plasterk voor een discussie over het teruggeven van de zetel bij het verlaten van de fractie.

Wie bekend is met de kandidaatstellingen weet dat dit een zorgvuldige procedure is die binnen de partij wordt doorlopen. Het zijn de partijleden die de kandidatenlijst in een vergadering vaststellen. Het hoogste democratische orgaan van een partij, de ledenvergadering, kun je niet zomaar buiten spel zetten en evenmin de kiezers. Voorkeursstemmen op een kandidaat behoren in de eerste plaats de kandidaat toe en daar profiteert de partij van.
 

Het is vanuit democratisch oogpunt volstrekt terecht dat de zetel na een intern fractieconflict niet wordt teruggegeven. Partijleden en vervolgens de kiezers hebben eerder gesproken. Dan kan het niet zo zijn dat de fractie dit later ongedaan maakt. Een veelzeggend voorbeeld is natuurlijk het huidige actieve Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt van het CDA die destijds geheel ontbrak op de concept kandidatenlijst. Vervolgens werd hij door leden op een weliswaar onverkiesbare 39e plaats gezet maar uiteindelijk door 36.000 kiezers gekozen. Hij bezorgde het CDA hiermee op eigen kracht twee Kamerzetels! We kunnen hier spreken van een Kamerlid die aanvankelijk door de partij van zijn zetel werd beroofd maar de partij uiteindelijk twee zetels bezorgde. Zou zo iemand eveneens vanwege een intern partijconflict zijn zetel moeten opgeven?

 

Bert Luijendijk, Gemeenteraadslid Krimpen aan den IJssel

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door August Biels (gewezen ambtenaar) op
Hier wreekt zich het duale karakter dat ons stelsel zo langzamerhand heeft gekregen. Het stelsel is in wettelijk opzicht gebaseerd op kandidaatstelling door individuen, maar wordt in de praktijk vooral gesteund door een partijstelsel. Dat leidt tot rare bochten, en kromme afwegingen in de discussies.

In dit opzicht, maar ook in vele anderen, is het hele stelsel aan een grondige herziening toe. Het huis van Thorbecke mag wel eens gerenoveerd worden, en er mag hier en daar wel een stukje nieuwbouw tegenaan.
Door Joost Vreuls (zelfstandig gevestigd onderzoeker / adviseur) op
Aan het eind van het artikel wordt m.i. de sleutel tot het antwoord gegeven. Als iemand op basis van voorkeursstemmen een zetel weet te veroveren, kan ik het snappen als diezelfde persoon -bijvoorbeeld in geval van een conflict- zijn zetel niet 'teruggeeft' aan de partij. In alle andere gevallen behoort een zetel aan de partij toe en ben ik van mening dat de persoon in kwestie daar afstand van moet doen als samen verder gaan geen optie meer blijkt te zijn.
Door José van Rosmalen op
Ik vind het nog wel verschil maken of je niet meer in een raadsfractie kunt functioneren omdat je integriteitsnormen hebt overschreden, zoals bij dhr. Houwers of dat om politiek inhoudelijke redenen de wegen zich scheiden, zoals bij de heren Kuzu en Ozturk die uit de PvdA fractie stapten. De bevolking zit toch niet te wachten op mensen die de eenmaal verworven zetel uitsluitend willen gebruiken voor de revenuen. Wettelijk kan het allemaal, maar respectabel is het niet.
Door Jan Stellingwerff op
Ik kan de redenering van Bert Luijendijk niet in alle opzichten volgen. Dat Pieter Omtzigt met voorkeurstemmen in de Kamer is gekomen is volstrekt logisch. De op hem uitgebrachte stemmen waren goed voor twee zetels, hij vertegenwoordigt dus het volk met zijn zetel. Dat geldt in de andere gevallen niet. Jan Houwers is wegens fraude uit de fractie gezet. Desondanks eist hij zijn zetel op. Wie vertegenwoordigt hij? Niet voldoende stemmers om zich destijds op voorkeurstemmen te kunnen beroepen. Hij vertegenwoordigt nu vooral zichzelf. Het
zou beter zijn als deze figuren geen aanspraak meer op een zetel zouden kunnen maken. Alleen met voldoende voorkeurstemmen zou dit mogelijk moeten zijn. Nu zijn er maar liefst zestien fracties in de Kamer. Volstrekt ongewenst.