of 58959 LinkedIn

Willekeur overheden bemoeilijkt schuldhulpverlening

Walid Somers Reageer

De wetgeving voor schuldhulpverlening biedt zoveel ruimte dat gemeenten en rechters er allemaal verschillend mee omgaan. Dat werkt niet alleen rechtsongelijkheid in de hand, maar houdt ook een schadepost van miljarden euro’s in stand.

Op papier is schuldhulpverlening goed geregeld in de WSNP (Wet schuldsanering natuurlijke personen) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Gemeenten zijn verplicht om schuldhulpverlening aan te bieden, maar mogen hiervoor zelf hun voorwaarden bepalen. Vanuit kostenoverwegingen verhogen sommige gemeenten de drempel voor deelname. 

Dezelfde verschillen zijn zichtbaar bij rechtbanken. Rechters spelen een rol als crediteuren niet willen meewerken aan schuldsanering. Het is dan aan de rechtbank om hier eventueel een wettelijk traject van te maken, waaraan crediteuren verplicht moeten meewerken.

 

De diverse rechtbanken in het land gaan echter zeer verschillend om met aanvragen voor wettelijke schuldsanering. Zo sprak het arrondissement Den Haag nog geen vijftig toewijzingen voor schuldhulpverlening per honderdduizend uit in 2014. In Noord-Nederland was het aantal toegewezen trajecten drie keer zo groot in dat jaar, volgens cijfers van het CBS. Ook in Limburg en Noord-Holland tonen rechters zich relatief coulant. Rechtbanken in Oost-Brabant en Midden-Nederland zijn daarentegen weer een stuk terughoudender met het toewijzen van wettelijke schuldhulpverlening.

 

Waarom rechters zo verschillend oordelen bij schuldhulpverlening is niet bekend. Wel is duidelijk dat de huidige wetgeving veel ruimte laat voor interpretatie. Dat maakt dat schuldenaren ongelijke kansen krijgen om hun schuldaflossing te regelen, ook als ze in nagenoeg dezelfde omstandigheden verkeren.

 

Deze ruimte voor overheden maakt dat schuldhulpverleners terughoudend worden. Sommige trajecten worden bij voorbaat niet meer voorgelegd aan de rechtbank. Daardoor blijven de gezamenlijke schulden van particulieren de samenleving op kosten jagen. De schuldenberg van particulieren veroorzaakt jaarlijks voor 11 miljard euro schade, volgens een berekening van het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud).

 

De manier waarop rechtbanken oordelen over schuldhulpverlening, maakt dat er grote verschillen ontstaan tussen gemeenten in hulp aan mensen met schulden. Dit leidt tot een vorm van rechtsongelijkheid die ook schuldeisers treft. Daarnaast is het bedrijfsleven de dupe. Ruim 80 tachtig procent van de werkgevers heeft één of meer werknemers met schulden in dienst. Driekwart van hen heeft te maken met loonbeslagen, die veel verwerkingstijd en administratieve kosten met zich meebrengen.

 

Meestal heeft de schuldenproblematiek dan al de nodige schade aangericht. Spanningen tussen collega’s, fouten door concentratieverlies, verzuim als gevolg van stress, diefstal en fraude komen regelmatig voor bij mensen die schulden mee naar hun werk nemen. Goed functionerende medewerkers verliezen aan betrouwbaarheid, bijvoorbeeld degenen die toegang hebben tot waardevolle bedrijfsmiddelen.

 

Het is duidelijk dat deze situatie onwenselijk is. Zonder adequate oplossing blijven schulden nog jarenlang een wissel trekken op werkend Nederland. De aantrekkende economie heeft echter werkenden in topconditie nodig, die niet worden afgeleid door financiële problemen.
 

Daarnaast zijn volledige inzet, betrokkenheid en concentratie vereist van werknemers, niet gehinderd door persoonlijke zorgen. Op dit punt kan ons land nog veel beter presteren. Het instrument van schuldhulpverlening is hiervoor bedoeld. Het is een goed ontwikkelde methode die haar nut heeft bewezen. Het op de juiste manier toepassen daarvan kan en moet nog veel beter.

 

Walid Somers, manager van GRIP, onderdeel van Zorg van de Zaak

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.