of 59054 LinkedIn

Bestuurlijke uitdagingen in het lokale prostitutiebeleid

Anton van Wijk Reageer

De meeste gemeenten hebben prostitutiebeleid ontwikkeld. Maar dan vooral gericht op de vergunde prostitutiesectoren. Beleid ten aanzien van de onvergunde en illegale prostitutie ontbreekt nog vaak.

Na de opheffing van het bordeelverbod in 2000 en diverse evaluatieonderzoeken naar de effecten van de legalisering is in 2009 is het voorstel voor de Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche (Wrp) ingediend. De Wrp beoogt meer uniformiteit te brengen in het lokale en soms zeer gevarieerde prostitutiebeleid alsmede misstanden in de branche aan te pakken. Voor het lokale bestuur zijn aan een goede uitvoering van de Wrp verschillende uitdagingen verbonden.

 

Uit een recent onderzoek onder alle Nederlandse gemeenten komt naar voren dat driekwart van de gemeenten prostitutiebeleid heeft ontwikkeld. Gemeenten die geen beleid hebben ontwikkeld, zeggen dat prostitutie bij hen niet voorkomt. Het staat gemeenten vrij om te kiezen voor een ‘nuloptie’, maar ook dan moeten gemeenten beleid ontwikkelen hoe zij toezicht gaan houden en handhaven. Illegale prostitutie kan immers voorkomen en daar moet de gemeente wat aan doen.

 

De meeste gemeenten hebben raam- en straatprostitutie verboden. Een groot deel van de gemeenten, respectievelijk 33 en 45 procent, heeft (nog) geen beleid voor thuisprostitutie en escort. Thuisprostitutie is een belangrijk segment in de totale prostitutiebranche, dat mogelijk in de toekomst nog meer aan belang gaat toenemen, want het aanbod van traditionele prostitutievormen (raambordelen en seksclubs) neemt zienderogen af. Waar gemeenten een beeld hebben van de vergunde prostitutiesectoren, is het zicht op de onvergunde en illegale sectoren veel minder scherp. De helft van de gemeenten weet niet, en durft daarvan ook geen schatting te maken, hoeveel onvergunde en illegale prostitutiebedrijven er in hun gemeenten zijn. In het wetsvoorstel is ruimte voor eigen invulling van gemeentebeleid. Indachtig een grotere mate van uniformiteit van het prostitutiebeleid is een eenduidige definiëring van bedrijfsmatige prostitutie des te belangrijker. In hoeverre de Wrp en model-APV hierin gaan voorzien, blijft vooralsnog onduidelijk. De kans op verplaatsingseffecten is groot als er verschillen blijven tussen gemeenten.

 

In de meeste gevallen voert de politie bestuurlijke controles uit en maakt ze bestuurlijke rapportages op in geval van overtredingen. Naast het controleren van identiteitsbewijzen e.d. is de politie alert op signalen van mensenhandel. Dit vergt de nodige kennis, expertise en capaciteit. De vraag is in hoeverre gemeentelijke toezichthouders in dit gat kunnen springen nu de politie zich steeds meer gaat terugtrekken op haar kerntaken. Veel bestuurlijke rapportages betreffen illegaal werkende thuisprostituees. Exploitanten en facilitators blijven goeddeels buiten schot. Waarschuwingen en opgelegde dwangsommen zijn nauwelijks effectief, want de waarschuwingen zijn niet overdraagbaar naar andere gemeenten en dwangsommen kunnen niet worden geïnd bij prostituees die niet in Nederland zijn ingeschreven.

 

Een aandachtspunt voor het landelijke beleid is dat er een overgangsregeling komt voor de groep van 18-21 jarigen die reeds in de prostitutie werkzaam zijn. Voorkomen moet worden dat zij in het ondergrondse circuit verdwijnen en daarmee onbereikbaar worden voor hulpverlening. Een noodzakelijke voorwaarde voor een effectief, lokaal prostitutiebeleid, en daarmee tevens een grote bestuurlijke uitdaging, is dat gemeenten zicht krijgen op de illegale en onvergunde prostitutie. De Wrp is ook, maar misschien wel juist voor deze verborgen sectoren bedoeld.

 

Anton van Wijk is criminoloog en directeur van Bureau Beke te Arnhem

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.