of 59045 LinkedIn

Van baanzekerheid naar werkzekerheid

Jan-Willem Kok 1 reactie

In reactie op de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015, sturen sommige bedrijven nu al flexibele medewerkers weg. De wet druist in tegen de belangrijkste paradigmaverschuiving op de arbeidsmarkt van de laatste decennia – de transitie van baan- naar werkzekerheid – en getuigt van een zienswijze die meer past bij de klassieke verzorgingsstaat dan bij de moderne netwerkeconomie. Hoog tijd voor een visie die recht doet aan het inmiddels vitale maatschappelijke belang van flexibele arbeid.

De arbeidsmarkt is gebaat bij arrangementen op het gebied van werk die de maatschappelijke en technologische ontwikkelingen reflecteren en letterlijk en figuurlijk in goede banen leiden, in plaats van ze af te remmen of te veroordelen. In een netwerkeconomie met een constante, steeds snellere stroom van technologische innovaties, die van de ene dag op de andere een hele bedrijfstak op z’n kop kunnen zetten – denk aan de taxi-app van Uber –, verschuift de inkoop van arbeid logischerwijs van vaste banen naar projectmatig werken. Dit maakt de arbeidsmarkt tot een uiterst veranderlijk speelveld, dat van organisaties en professionals een groter vermogen vergt om mee te kunnen bewegen met maatschappelijke en technologische ontwikkelingen. Kortom, in een hyperbewegelijke netwerkeconomie is flex een onmisbare vorm van arbeid. In een artikel van 2 mei 2015 stelt NRC het als volgt: “Arbeidsmarktdeskundigen, de Raad van State, de WRR, TNO, de Oeso, allemaal zeggen ze: globalisering, robotisering en individualisering betekenen dat je de welvaartsstaat niet meer kunt organiseren rond het vaste arbeidscontract.”

 

Om tot een pragmatisch antwoord te komen op de toegenomen fluïditeit van de economische, technologische en maatschappelijke omgeving, zou het goed zijn om de discussie over flexibilisering in niet-kwalificerende termen te voeren. Binnen het dominante frame is de professional echter nog altijd lijdend voorwerp: overgeleverd aan de grillen van arbeidsmarkt en werkgever. Ook de Wwz getuigt van deze zienswijze en zal in plaats van een verduurzaming van arbeidsrelaties tot gevolg hebben dat flexibele professionals nog harder zullen moeten vechten voor werkzekerheid, vanwege de toegenomen terughoudendheid bij werkgevers om mensen in dienst te nemen of in te huren.

 

De in de Wwz vervatte beleidsfocus op vaste banen is opmerkelijk omdat veel professionals op de arbeidsmarkt juist zoeken naar afwisseling, avontuur en zelfontplooiing – anders dan toen een baan voor het leven nog een maatschappelijk ijkpunt was. Volgens het SCP is 80 procent van de ZZP’ers blij om regisseur te zijn van de eigen loopbaan. Kortom, deze mensen beschouwen flex niet als iets negatiefs, hun mindset is juist dynamisch. En dan te bedenken dat zelfs mensen met vaste banen steeds vaker en sneller jobhoppen.

 

Dat flex gebruikt kan worden om de rechtspositie van professionals te ondermijnen, is een punt van terechte zorg. Maar cowboypraktijken mogen niet de beeldvorming bepalen en daardoor verhinderen dat we vormgeven aan flex op een manier die recht doet aan het vitale maatschappelijke belang ervan. Een manier die ook recht doet aan de wensen en ambities van de professional – met voldoende garanties voor zijn of haar rechtspositie – en die tegelijkertijd erkent dat het voor veel organisaties en bedrijven simpelweg van levensbelang is om qua personele capaciteit mee te kunnen fluctueren met snel veranderende omstandigheden.

 

Nederland is de bakermat van flex – het uitzenden is hier uitgevonden. De mogelijkheden van flex zijn hierdoor goed doorontwikkeld, waarbij ook de rechtsbescherming van de professional is ingeregeld. Flexibiliteit kan arbeid optimaal alloceren bij wisselende conjuncturen. Ook kan bijvoorbeeld een organisatie haar personeelsformatie qua leeftijdsopbouw in balans brengen met generatiemanagement, waarbij ouderen hun kennis en ervaring kunnen doorgeven aan instromend jong talent.

 

Wordt het niet eens tijd voor de emancipatie van flexibele arbeid? Flex is here to stay. Laten we er daarom op een transparante en duurzame manier vorm aan geven.

Jan-Willem Kok, manager Mobiliteitsadvies & Ambtelijk Management bij POSG 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Olaf Zwetsloot (communicatie-adviseur) op
Interessant punt. Het lijkt er op dat Asscher hier de plank flink mis slaat.