of 59054 LinkedIn

Ruimte voor vitaliteit biedt kansen voor ouderenzorg

Roos van Gelderen en Rudi Westendorp Reageer

Vanuit de hervorming van de langdurige zorg wordt van ouderen verwacht dat ze langer thuis blijven wonen en zelf oplossingen vinden voor allerlei hulpvragen. Tegelijk worden gemeentes geconfronteerd met een verzwaring van zorgtaken tegen beperkter financiële middelen. De verwachting was dat deze verschuiving zou leiden tot zorginnovatie en tot meer eigen initiatief en regie vanuit (oudere) burgers

Veel mensen ervaren echter een opgelegde druk om voor zichzelf en elkaar te moeten zorgen en gemeenten voorzien grote problemen om dezelfde zorg te leveren voor minder geld. Voor een succesvolle transitie zal anders moeten worden gedacht over veroudering en zullen andere uitgangspunten moeten worden gekozen voor de organisatie van zorg en welzijn.

 

Klassiek wordt succesvolle veroudering gedefinieerd als ‘optimaal fysiek, mentaal en sociaal functioneren’. In de ouderenzorg ligt de focus daarom op het tegengaan van lichamelijke, geestelijke en sociale achteruitgang. Veroudering wordt veelal onterecht neergezet als een onontkoombaar verlies in functie en autonomie, terwijl veel achteruitgang kan worden voorkomen of vertraagd door oefening en een blijvend ondernemende levenshouding. Ook wordt eenvoudig voorbijgegaan aan de beleving van ouderen zelf; mensen die volgens de professional ziek of eenzaam zijn, hoeven dit niet zo te ervaren.

 

Gelukkig oud worden vraagt om inspanning, zowel van mensen met een minder goed functionerend lichaam, als van mensen die nu nog gezond zijn. Welbevinden hangt in hoge mate af van het vermogen om passende ambities te stellen en deze te realiseren; een vaardigheid die we ‘vitaliteit’ noemen. Een dergelijke levenshouding is niet afhankelijk van gezondheid; hoewel een goede gesteldheid natuurlijk kan helpen bij het nemen van initiatief en het realiseren van doelen is het hiervoor niet noodzakelijk.

 

Deze andere manier van denken over veroudering biedt aanknopingspunten voor het realiseren van innovatie in de ouderenzorg. Ten eerste moet ouderen de ruimte worden geboden om eigen prioriteiten en (behandel)doelen te stellen, in plaats van uit te gaan van professionele denkbeelden over gezondheid en welbevinden. Wanneer de standaard van de (zorg)professional als uitgangspunt wordt genomen, worden mensen niet uitgedaagd om na te denken over eigen waarden en ambities. Bovendien bestaat het gevaar dat diensten en producten worden aangeboden die niet aansluiten bij de beleving van ouderen zelf. Een oudere wil fysiotherapie om zelfstandig naar de markt te gaan, niet om hoger te scoren op een evenwichtstest. Burenhulp ontstaat niet vanuit de roep om participatie, maar vanuit de wens om prettig samen te (blijven) wonen. Professionals moeten ouderen daarom in eerste instantie ondersteunen bij het ontdekken van prioriteiten en het formuleren van passende doelen.

 

Daarbij past ook dat ouderen de gelegenheid en ondersteuning krijgen om naar eigen inzicht invulling te geven aan de eigen prioriteiten. Direct overnemen van hulpvragen zet mensen in de wachtstand en werkt passiviteit in de hand. Iemand brengt een verhoogd risico op diabetes misschien liever omlaag door te wandelen met een vriend, dan door deelname aan een voorgeschreven leefstijlprogramma. Een eenzame oudere voelt misschien meer voor een skypegesprek met een dochter in het buitenland dan voor een georganiseerde buurtactiviteit. Als professionals kunnen inspelen op persoonlijke wensen wordt op langere termijn waarschijnlijk een beter effect behaald.
 

Ten slotte moeten welzijnsinitiatieven een brede doelgroep betrekken en zich niet beperken tot mensen met (een hoog risico op) klachten. Een bescheiden effect in een grote groep kan netto meer resultaat opleveren dan een groter effect in een beperkte groep. Een positieve benadering gericht op gezonde en vitale gemeenschappen nodigt uit tot gezamenlijk initiatief en verlaagt de drempel om elkaar hulp te bieden en te activeren. Zorgverleners en welzijnswerkers kunnen een professionele impuls bieden aan vrijwilligers en sleutelfiguren om sociale cohesie tussen mensen te bevorderen.

 

Kortom, het hervormen van de langdurige zorg biedt nu nog onbenutte kansen om het initiatief en de regie voor zorg en welzijn te verschuiven van de professional naar de (oudere) burger. Om te komen tot zorginnovatie en participatie moet ruimte worden geboden aan de prioriteiten en mogelijkheden van mensen zelf en moet worden geïnvesteerd in de nabijheid en verbinding die nodig is om elkaar te stimuleren en te (onder)steunen.

 

Roos van Gelderen

Wethouder Jeugd, Zorg en Welzijn

namens het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Leiden

 

Rudi Westendorp

Directeur Leyden Academy on Vitality and Ageing

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.