of 59221 LinkedIn

Utrecht laat zich cultuur niet afpakken

Gemeente zoekt naar manieren om het cultuuraanbod overeind te houden zoals kunstwerken adopteren, aandelen uitgeven, de schouwburg één dag per week op slot.

Kunstwerken adopteren, aandelen uitgeven, de schouwburg één dag per week op slot: elke gemeente zoekt naar manieren om lokaal het cultuuraanbod overeind te houden. ‘Wij onderzoeken alles en sluiten niets uit, zegt de Utrechtse wethouder cultuur.

Zo ongeveer alle culturele organisaties verschenen de afgelopen maanden aan het bureau van Frits Lintmeijer (GroenLinks), wethouder cultuur van Utrecht. ‘Ze zijn allemaal leuk en interessant en belangrijk voor de stad, maar het is duidelijk dat er vervelende dingen gaan gebeuren. We kunnen het als gemeente niet allemaal betalen.’

 

Utrechtse culturele instellingen ontvingen de afgelopen periode 16 miljoen euro rijkssubsidie. De helft hiervan valt straks weg door de bezuinigingen. ‘Het Rijk kiest voor de top’, zegt Lintmeijer. ‘Wij zijn juist een stad met jong publiek, veel kunstopleidingen en dus veel instroom van jong talent. Dat segment ziet Zijlstra helemaal over het hoofd.’ Tot verbazing van vriend en vijand geldt dat ook voor het Festival Oude Muziek. Al bijna 30 jaar een (inter)nationale topper. Twee weken geleden trok het festival 50.000 bezoekers, 10.000 meer dan het jaar daarvoor.

 

Toch is de ‘oude muziek’ vanaf 2013 uit de basisinfrastructuur gehaald. ‘Onbegrijpelijk,’ vindt Lintmeijer. ‘Internationaal gezien is het een topfestival, het valt helemaal binnen Zijlstra’s criteria en toch vallen ze buiten de boot. We moeten echt op zoek naar manieren om dat overeind te houden.’

 

Er is één meevaller: het Nederlands Filmfestival blijft in de basisinfrastructuur. De wethouder: ‘Heel belangrijk voor de stad. Het grootste festival van Nederland, enorm publieksbereik, grote exposure.’ Klagen bij het Rijk helpt niet, ‘en daar wil ik ook niet in blijven hangen’ maar ‘het zou prettig zijn als die btw-verhoging niet doorging’. De provincie houdt de knip wat betreft de podiumkunsten gesloten, de fondsen hebben minder geld te besteden en er zal juist vaker een beroep op ze worden gedaan.

 

Komt het heil van de gemeente Utrecht? Utrecht bezuinigt zelf niet op cultuur, maar heeft er juist 2 miljoen extra voor vrij gemaakt, mede omdat de stad (net als Den Haag, Brabantstad en Maastricht) in 2018 culturele hoofdstad van Europa wil worden. Frits Lintmeijer: ‘Maar het is voor iedereen duidelijk dat we als gemeente die acht miljoen euro niet volledig kunnen compenseren. We gaan niet kaasschaven, we moeten kiezen.’

 

Maar hij laat zich de cultuur en wat het met de stad doet beslist niet ‘afpakken’ zegt Lintmeijer. ‘Cultuur is de afgelopen jaren van grote betekenis geweest voor de attractiviteit van Utrecht: economisch, maar ook maatschappelijk van groot belang. We hebben veel in cultuur geinvesteerd en die lijn willen we absoluut doortrekken.’ Het lokale belang staat in dit geval los van de politieke kleur, merkt hij. ‘Mijn collega wethouder cultuur in Arnhem is van de VVD. Hij houdt hetzelfde verhaal als ik. Je moet naar je eigen lokale situatie kijken.’

 

Over een paar weken verschijnt ‘Open Ruimte’, de werktitel van de Utrechtse cultuurnota 2013-2016. ‘Met die titel willen we aangeven dat we de stad niet op slot gaan zetten. We zien de stad als een groot podium en dat moet zo blijven. Maar er moeten keuzes worden gemaakt. We geven in de cultuurnota een aantal criteria mee die voor Utrecht van belang zijn.

 

Probeer als gevestigde instelling jonge makers aan je te binden is er zo één. Ik hoef die plannen niet te verzinnen natuurlijk, maar ik denk dan bijvoorbeeld aan stipendia voor afgestudeerde kunstenaars. Geef hen een podium, een zakje geld. En we willen uiteraard instellingen overeind houden die vitaal zijn voor de viering van de Vrede van Utrecht en Utrecht Culturele Hoofdstad.’

 

Namen noemt hij nog niet, weet hij ook nog niet. In het voorjaar hakt een onafhankelijke commissie de knopen door Elke stad moet nu zelf focussen, vindt Lintmeijer. Zo is de Wet werk en inkomen kunstenaars landelijk afgeschaft ‘maar we willen in Utrecht, en Amsterdam ook, toch kijken hoe we een wwik-achtige constructie lokaal overeind kunnen houden. Dat zijn natuurlijk typisch keuzes voor een stad die een grote uitstroom van kunststudenten heeft.’ Lintmeijer: ‘In Rotterdam wordt geopperd om de podia één dag per week te sluiten, dat vind ik geen oplossing voor Utrecht. Ik ben niet van de stroming ‘cultuur doe je alleen in het weekend’.’

 

Elke stad heeft z’n eigen publiek, en het Utrechtse publiek is zeer gemêleerd, weten alle instellingen. Dus is het aanbod dat ook. ‘Er is een markt voor een filharmonisch, maar ook voor Kyteman. Dat moet zo blijven.’ Hij ergert zich aan een makkelijke kwalifi catie als ‘subsidieverslaafd’, die kunsteconoom Pim van Klink onlangs in de NRC bezigde voor onder meer het Utrechtse moderne dansfestival Springdance. Lintmeijer: ‘Ik wil graag uit dat negatieve jargon blijven. Sommige instellingen halen makkelijker geld binnen dan andere.

 

Het Festival Oude Muziek haalt 50% eigen inkomsten. Springdance zit in een heel specifi ek segment, dat ligt een stuk moeilijker.’ Utrecht ziet lokaal niets in de eis van een bepaald percentage eigen inkomsten, zoals Zijlstra die hanteert, om in aanmerking te komen voor meerjarige subsidie. ‘Zo’n eis staat op gespannen voet met de wens van talentont wikkeling bij jonge makers.’

 

Mantra

 

Maar de Utrechtse instellingen moeten geld gaan zoeken en vinden, dat is duidelijk. Het mantra ‘samenwerken, krachten bundelen, back-offi ce en marketing delen’ klinkt ook in het Utrechtse stadhuis. Onlangs ging een delegatie namens alle Utrechtse festivals naar Edinburgh, festival-hoofdstad van de wereld. ’Grootste aantal voorstellingen, hoogste aantal bezoekers, meeste liters bier’ omschrijft Quinten Peelen, directeur van het Liszt Concours, het Schotse succes. Peelen: ‘Utrecht zoekt het in de kwaliteit. Maar we kunnen wel leren van de manier waarop ze daar samenwerken onder één paraplu.’

 

En hoe moet het verder met Utrecht Culturele Hoofdstad? Lintmeijer: ‘Wat dat betreft zitten alle kandidaat- steden in hetzelfde schuitje. We gaan onderzoeken of het mogelijk is om partijen heel concreet aan culturele projecten te verbinden. Zodat je een project adopteert, en ontwerp en uitvoering ook fi nanciert.’ Dat hoopt Utrecht ook voor elkaar te krijgen met de kunst in de openbare ruimte. ‘Niet alleen het Guggenheimmuseum in Bilbao, ook die hond (Puppy, opgebouwd uit bloemen, van Jeff Koons, red.) trekt enorm veel mensen, dat heeft zo’n meerwaarde voor de stad. We willen bedrijven verleiden om kunst in de openbare ruimte te adopteren.’ En aandelen uitgeven, à la het Concertgebouw? ‘We onderzoeken alles. We sluiten helemaal niets uit.’  


‘Collega’s zijn jaloers op mij’
Lucia Claus, directeur Stadsschouwburg Utrecht: ‘Ik prijs me gelukkig dat ik in Utrecht werk. Veel collega’s zijn jaloers op mij, omdat ik werk in een stad waar het college de cultuur duidelijk steunt. We hebben in Utrecht niet met een dramatisch teruggelopen kaartverkoop te maken, zoals elders. Landelijk was er in de voorverkoop 14% minder verkocht, bij ons maar 2% en we hebben net zoveel voorstellingen geboekt als vorig jaar. In de voorverkoop voor dit seizoen hebben we 2,5% minder omzet gerealiseerd dan in 2010, landelijk was er een daling van 18% ten opzichte van vorig jaar.”

 

De schouwburg heeft een budget van 13 miljoen euro. De helft komt van de gemeente, de andere helft zijn eigen inkomsten. Claus: ‘Wij hebben een foundation waar twaalf sponsors deel van uitmaken. Die zijn belangrijk, want met hun bijdragen kunnen we af en toe risicovolle voorstellingen programmeren. Zoals laatst een Spaanse circusvoorstelling in een tent in het Griftpark. Dat kun je nooit kostendekkend programmeren. Dankzij de Foundation kunnen we zoiets wel aanbieden.’   


Bezoekers
Muziekcentrum Vredenburg: 192.000 bezoekers

Centraal Museum: 125.000 bezoekers

Stadsschouwburg: 245.000 bezoekers
Utrecht investeerde het afgelopen jaar 52 miljoen euro in cultuur.   


‘Moeite met extra geld vragen’
Quinten Peelen, directeur van het driejaarlijkse Internationaal Frans Liszt Pianoconcours: ‘Dat iemand als kunsteconoom Pim van Klink over ‘subsidieverslaafden’ praat, betekent vooral dat we ons als culturele sector beter moeten ‘framen’. Aan zijn cijfers hecht ik niet zoveel waarde, er zijn ook ándere cijfers. Het mecenaat in Nederland is nog niet zo ontwikkeld, maar dat verandert.

 

Zelf ben ik ook pas sinds kort ‘vriend’ geworden van een aantal instellingen. Dat gaat niet om enorme bedragen, maar het helpt wel en ik denk dat daar nog veel mogelijk is. We hebben in Nederland niet alleen geen ‘culture of giving’, we hebben ook geen echte ‘culture of asking’. Omdat we via ons belastingstelsel allemaal mee betalen hebben we moeite om extra geld te vragen.

 

Ik vind het Concertgebouw erg slim met die obligaties en ik denk dat het navolging zal krijgen. Dat de overheid subsidies afschaft maakt het moeilijker: subsidie is belangrijk als basis. Het fungeert als vliegwiel: als je overheidssteun hebt zijn andere partijen sneller bereid om ook geld te geven.’  


Utrechtse festivals
De elf grootste Utrechtse festivals (in alfabetische volgorde):

1. Festival aan de Werf (sinds 1985)

2. Festival Oude Muziek (sinds 1982)

3. Gaudeamus

4. Holland Animation Film Festival

5. Impakt (sinds 1988)

6. Internationaal Frans Liszt Piano Concours (sinds 1986)

7. Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht

8. Latin American Film Festival

9. Nederlands Film Festival (sinds 1981)

10. Springdance (sinds 1978)

11. Tweetakt

De festivals trekken samen jaarlijks meer dan 500.000 bezoekers. Ze krijgen gemiddeld een vijfde van hun inkomsten uit subsidie (gemeente en provincie samen) en halen samen jaarlijks meer dan 2,7 miljoen aan sponsoring en privaat geld binnen. Er werken minder dan 60 betaalde fte’s bij alle festivals samen, en ruim 1000 vrijwilligers.

Verstuur dit artikel naar Google+