of 59142 LinkedIn

Twijfels over Romeins aquaduct Nijmegen

Het is maar de vraag of tussen Nijmegen en Groesbeek daadwerkelijk een Romeins aquaduct heeft gelopen. Hoewel beide gemeenten dat steeds stelliger beweren, constateert de Nijmeegse Rekenkamer dat het bestaan ervan met ‘gerede twijfel’ is omgeven en ‘als nog onvoldoende vaststaand’ moet worden beschouwd.

Of tussen Nijmegen en Groesbeek daadwerkelijk een Romeins aquaduct heeft gelopen, is maar zeer de vraag. Hoewel beide gemeenten dat steeds stelliger beweren, constateert de Nijmeegse Rekenkamer dat het bestaan ervan met ‘gerede twijfel’ is omgeven en ‘als nog onvoldoende vaststaand’ moet worden beschouwd.

Geloofwaardigheid

De Rekenkamer raadt op basis van een analyse van de beschikbare bronnen de gemeente Nijmegen daarom met klem aan om in haar beleid en uitingen hierin voorlopig de nodige terughoudendheid te betrachten. ‘De geloofwaardigheid van het Romeinse ‘verhaal’ in Nijmegen moet niet worden geschaad. Dit standpunt laat onverlet dat het gebied waarin de aardwerken liggen bescherming verdient. Dit in afwachting van nader – bevestigend of ontkennend – onderzoek ter plaats’, aldus de lokale rekenkamer in een brief aan de gemeenteraad van Nijmegen.


Aardwerken

Op het grondgebied van Groesbeek en Nijmegen is mogelijk sprake geweest van een Romeins aquaduct: een waterleiding voor het 10e legioen in Nijmegen. Het aquaduct zou bijna 6 kilometer lang zijn geweest en hebben bestaan uit een rij van aardwerken zoals greppels en dijken.


Toeristische trekpleister

Groesbeek en Nijmegen voeren momenteel een actief beleid voeren waarin de aanwezigheid van het Romeinse aquaduct permanent onder de aandacht wordt gebracht. Onderdelen daarvan zijn: toeristische uitingen, een wandelroute en allerlei fysieke visualisaties, zoals borden, uitkijkpunten, interactieve zuilen en een kunstwerk. Beide gemeenten en ook de provincie Gelderland spenderen daaraan de nodige financiële middelen.

 

Bewijsvoering dun

De Rekenkamer werd door een inwoner benaderd met de vraag of het beleid van beide gemeenten daarin niet voorbarig is. Is de aanwezigheid van zo’n aquaduct feitelijk wel voldoende vastgesteld? De bewijsvoering daarvoor zou erg dun zijn. Recente ontwikkelingen rondom de zogenaamde mikwe, het joodse rituele badhuis in Venlo, laten zien dat enige terughoudendheid in deze soms op zijn plaats is.

 

Imagoschade

De Rekenkamer heeft naar aanleiding van die vraag een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het belang van de Romeinse geschiedenis voor Nijmegen, de inzet van financiële middelen, en de eventuele imagoschade die bij een onjuiste voorstelling van zaken in Nijmegen als oudste stad van Nederland wordt geleden, rechtvaardigen dat volgens de Rekenkamer. Het onderzoek betrof een onderzoek naar de brondocumenten en de onderzoeksbescheiden die aan het gevoerde beleid voor het aquaduct ten gronde liggen. Heeft de gemeente op basis van de voorhanden onderzoeken en brondocumenten in alle redelijkheid en billijkheid tot dit beleid kunnen komen?


Hoogteanalyse

De afzonderlijke aardwerken die de onderdelen vormen van het mogelijke traject van het aquaduct, zijn volgens diverse bronnen onbetwist vrij oud. Onbetwist is ook dat het gaat om geheel of gedeeltelijk door mensenhanden gemaakte werken. De hypothese dat alle graafwerken in hun samenhang hebben behoord tot een omvangrijk Romeins aquaduct ten behoeve van het legerkamp op de Hunerberg komt in de loop van de jaren negentig op. De hypothese berust onder andere op een hoogteanalyse van de verschillende aardwerken ten opzichte van elkaar. Die hoogteanalyse wijst uit dat het qua waterverval in beginsel mogelijk zou zijn geweest daarover een waterleiding te laten lopen.


Contra-indicaties

Begin van deze eeuw werd in de omgeving concreet onderzoek verricht . De resultaten van deze onderzoeken onderbouwen op onderdelen de antropogene oorsprong en het waterverval, maar leveren volgens de Rekenkamer zeker ook belangrijke contra-indicaties op. Zo worden geen concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van een waterleiding op het traject van het aquaduct aangetroffen of andere bewijzen van Romeinse aanwezigheid. Onderzoek op het legerkamp, de castra, wijst daarnaast uit dat het eindpunt van de watervoorziening in ieder geval niet heeft gelegen op de plaats waar de hypothese die veronderstelde.

 

Archeologisch rijksmonument

In 2005 noemt Peter Schut, één van de archeologen, in een studie de functie van aquaduct ‘het meest aannemelijk’. Mede op basis van die conclusie is het gebied in 2011 en 2012 door het rijk aangewezen als archeologisch rijksmonument. Schut eindigt zijn conclusie echter nadrukkelijk met een vraagteken, omdat het definitieve bewijs ontbreekt. Het blijft ontbreken, want ook later onderzoek levert evenmin direct bewijs op.


Onderzoek relevante resten

In het beleid van de gemeenten wordt aan dat gegeven volgens de Rekenkamer Nijmegen echter steeds meer voorbijgegaan. ‘In toenemende mate wordt uitgegaan van een definitief scenario: ‘aannemelijk’ wordt ‘zeer waarschijnlijk’, en ‘zeer waarschijnlijk’ wordt ‘er is een aquaduct (aangetoond)’. Momenteel wordt kort en goed uitgegaan van het scenario: Nijmegen en Groesbeek hebben een Romeins aquaduct’, constateert de Rekenkamer. Er zijn echter geen bronnen aangetroffen die die stelling afdoende onderbouwen. Onderzoek naar de mogelijke relevante resten die momenteel reeds in de depots van de gemeente liggen opgeslagen zou een eerste begin kunnen zijn’, geeft de Rekenkamer de gemeenteraad als tip mee.

 

Verstuur dit artikel naar Google+