of 58959 LinkedIn

Waarom vallen grote thuiszorginstellingen om?

Anne Vrieze Reageer

Thuiszorgreus TSN heeft surseance van betaling aangevraagd voor het onderdeel huishoudelijke zorg. Hoe komt het nu dat met name de grote instellingen aangeven het niet meer vol te kunnen houden?

Per 1 januari 2007 trad de Wmo 2007 in werking, de opvolger van de Wvg. Hoewel het extra geld voor de hulp bij het huishouden “schoon aan de haak” mee kwam gaven gemeenten op een andere manier hun geld uit dan de Zorgkantoren. De Europese aanbesteding leidde ertoe dat zorgaanbieders hebben ingeschreven tegen lage tarieven, soms onder de kostprijs. Zij gingen daarbij uit van hun  historische cijfers, waarbij 80 procent HV2 en 20 procent HV1 werd geleverd.

 

De Zorgkantoren maakten eerder met al hun aanbieders afspraken over volumemiddelen. Zij konden binnen het HV-budget bepalen of zij iemand eenvoudige hulp bij het huishouden boden (HV1), meer complexe zorg (HV2) of zelfs persoonlijke verzorging (PV). Het gebeurde dat er HV2 personeel werd ingezet voor HV1, waarvoor het tarief werd gehanteerd voor HV2. Dit tegen het tarief van de medewerker, niet het tarief van de dienst.

De gemeenten indiceren per dienstverleningsvorm. Dit betekende dat als zij een cliënt indiceren voor HH1, er ook HH1 geleverd moet worden voor het HH1 tarief. Hetzelfde geldt voor HH2.

Gevolg: Er werd 80 procent HH1 geïndiceerd en HH1 tarief betaald. 20 procent werd HH2. Dit betekende dus een aardverschuiving!

Vervolgens werden in 2010 op grond van de “Wet Leyten” basistarieven gesteld voor de hulp bij het huishouden en is een aantal aanbieders samen met schoonmaakbedrijf Asito gefuseerd tot TSN Thuiszorg. Veel aanbieders wilden eigenlijk toen al niet meer de HH1 uitvoeren vanwege de lagere tarieven. Ook failliete aanbieders werden hierin opgenomen.

 

Per 1 januari 2015 trad de Wmo 2015 in werking. In eerste instantie wilde staatssecretaris Van Rijn 75 procent bezuinigen op het onderdeel hulp bij het huishouden. Zover kwam het niet: Er is 40 procent bezuinigd, daarvan is 10 procent verzacht als gevolg van de regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT). Wat gingen de gemeenten dus doen? In ieder geval het bestaande tarief aanhouden waarmee de hulp bij het huishouden voor zowel HH1 als HH2 was aanbesteed. Gemiddeld € 21 per uur voor HH1 en € 24 per uur voor HH2.

 

TSN heeft door bureau Berenschot een onderzoek laten uitvoeren naar de tarieven in de markt. Berenschot kwam uit op een tarief van € 23,50 voor HH1 en € 28,50 voor HH2 en ook HH3 (ondersteuning voor ontregelde huishoudens). De Transitiecommissie sociaal domein heeft de Code Verantwoordelijk Marktgedrag Thuisondersteuning bedacht.

De angel in het verhaal zijn de tarieven. Hoewel deze door de VNG worden gepresenteerd als “slechts richtlijnen”, zijn deze een eigen leven gaan leiden. Zowel zorgaanbieders als cliëntenorganisaties houden de tarieven aan alsof die de enige manier zijn voor gemeenten om verantwoordelijk marktgedrag te tonen. Niet alle gemeenten hebben de Code onderschreven en veel gemeenten die dit wel hebben gedaan, hebben de kanttekening gemaakt dat ze zich niet conformeren aan de genoemde tarieven als gevolg van de Rijksbezuinigingen. Daarmee is het cirkeltje weer rond!

Anne Vrieze, eigenaar WWZ Consultancy      

Verstuur dit artikel naar Google+